De premisse van Resurrection klinkt als een soort variant op Blade Runner: als het eerste deel begint (in stommefilmstijl) wordt een wereld geschetst waarin mensen niet meer in staat zijn te dromen. De opstandige laatste dromers worden ‘fantasmers’ genoemd. Een van hen houdt zich schuil in een oeroude vorm van dromen, namelijk: film! We volgen een vrouw die in een oude opiumkeet op zoek is naar dit mysterieuze wezen, dat de vorm heeft van een oud Nosferatu-achtig monster dat zich schuilhoudt tussen Duits-expressionistisch aandoende filmrelieken en Meliès-decors. Wanneer zij hem naar het licht brengt, sterft hij, maar niet voordat wij, de kijker, zijn herinneringen te zien krijgen.
Wat volgt is een film als een bloemlezing, met een zestal korte verhalen dwars door verschillende filmstijlen, genres en tijdlagen – losjes opgehangen aan de zes zintuigen. Zo beland je van een muzikale film noir in een boeddhistische tempel in een kleurrijke fraudeursfilm in een grauwe misdaadfilm met vampiuers, terwijl herinneringen opgeroepen worden aan het neonverlichte werk van Wong Kar-wai, de dolende honden van Andrej Tarkovsky en Dreams, de al even dromerige vignettefilm van Akira Kurosawa. Resurrection is als de natte droom van een cinefiel, en perst de complete filmgeschiedenis als een pomelo uit in 2,5 uur film, op de klanken van een zinderende soundtrack van M83.
Film is voor Bi Gan een uitweg, een droom van een ander leven
Schrijver-regisseur Bi Gan is een trotse filmnerd: zijn films zijn doorspekt met filmliefde en knipogen naar zijn inspiratiebronnen. In zijn eigen leven betekende die filmliefde de kans op te dromen van een ander leven. Hij groeide op in Kaili, een afgelegen industriestad in China, zonder grote filmscholen in de buurt. De beste leerschool noemt hij het kijken van films, en dan vooral Tarkovsky’s Stalker, waaraan hij in al zijn films lijkt te refereren, en die hem liet zien dat film je totaal kan overrompelen. Film is voor Bi Gan een uitweg, een droom van een ander leven. Als autodidact brak hij in 2015 door met Kaili Blues, een al even dromerige film die het magisch realisme afzette tegen zijn veranderende stad vol bulldozers.
Als kijker raak je, net als de personages, verstrikt in gefragmenteerde herinneringen
'Het verschil tussen een film en een herinnering is dat film altijd een leugen is', klinkt de voice-over halverwege Bi Gans tweede film, Long Day’s Journey Into Night, dat zich ook in Bi Gans thuisstad afspeelt. Het blijkt niet alleen een sleutelzin voor die film, maar voor zijn volledige oeuvre. Zijn personages delven altijd in hun herinneringen – in Kaili Blues op zoek naar een kind, in Long Day’s Journey Into Night (2019) naar een vrouw, en de fantasmer in Resurrection naar iets groters en ongrijpbaarders: het medium film zelf. Daarmee laten de films zich niet makkelijk vatten navertellen; het is juist hun droomachtige structuur die de kern van het werk vormt. Als kijker raak je, net als de personages, verstrikt in hun gefragmenteerde herinneringen en daarmee in de film zelf.
Al in Kaili Blues vielen Bi Gans technische filmskills op, met een 40-minuten durende long take waar je u tegen zegt, dwars door een dorpje, door steegjes, over een riviertje en weer terug en wisselend van personage naar personage. In Long Day’s Journey Into Night maakte Bi Gan het technisch hoogstandje zelfs de hoofdattractie, alsof hij zichzelf probeerde te overtroeven: op zo’n anderhalf uur in de film zetelt het hoofdpersonage in een vervallen bioscoop en zet hij een 3D-bril op. Wie de film in de bioscoop zag werd aangespoord hetzelfde te doen. De filmtitel verschijnt dan pas in beeld, om je vervolgens mee te voeren in een waanzinnige 59 minuten durende long take door tunnels, vliegend door de lucht en afdalend langs kabelbanen.
Bi Gan een is filmische krachtpatser die graag laat zien vele filmstijlen te kennen én te beheersen
Resurrection loopt over van dit soort filmisch vernuft, waaronder (uiteraard weer) een flinke long take waarin een oudejaarsavond ontaardt in een bloeddorstige romance, en talloze vloeiende overgangen van scène naar scène die je doen beseffen dat Bi Gan als geen ander de magische taal van dromen verstaat. Qua ambitie en pretentie kent Resurrection weinig weerga; Bi Gan een is filmische krachtpatser die graag laat zien vele filmstijlen te kennen én te beheersen. Het maakt het een film die je moet durven ervaren, die je moet overkomen, eigenlijk net zoals dromen je overkomen.
Als deze encyclopedische film samen met de fantasmer het einde nadert, lijkt Bi Gan te zeggen: film is helemaal niet dood, maar beleeft zijn wederopstanding. Zolang er maar mensen zijn die durven dromen.