Interview

Regisseur Chie Hayakawa over Renoir: ‘Iemand zei dat de film lijkt op een impressionistisch schilderij, gemaakt van allemaal kleine stipjes’

Na een futuristisch debuut, kijkt de Japanse regisseur Hayakawa Chie in haar tweede film Renoir juist achterom. Op het filmfestival van Cannes spreken we haar over de zware thema’s in haar lichte film en waarom dit coming-of-age-verhaal de naam van een Franse schilder kreeg.

‘Ik wou dat ik een weeskind was.’ Wie dacht naar een gezellig nostalgische coming-of-age te gaan, wordt in de eerste minuten van Renoir ruw uit die droom wakker geschud. Hoofdpersoon Fuki is 11 jaar oud en weet al meer van de wereld dan misschien goed voor haar is. Ze dagdroomt over de dood en schrijft essays met titels die bij de juf alarmbellen doen rinkelen (zoals bovengenoemde). Het is 1987, Japan is in sneltreinvaart aan het veranderen en met een terminaal zieke vader en een overspannen moeder moet Fuki het leven vooral in haar eentje ontdekken.

Renoir, de tweede film van schrijver-regisseur Hayakawa Chie, beslaat één zomer in het leven van Fuki. Net als haar vorige film Plan 75, over een Black Mirror-esk dystopisch Japan waar ouderen vriendelijk doch dringend verzocht wordt euthanasie te plegen, gaat Renoir over de dood en hoe daarmee om te gaan. Terwijl Fuki’s vader (gespeeld door Lily Franky, die we kennen uit Shoplifters) op sterven ligt, hoopt ie de loterij nog te winnen. Zijn vrouw zoekt antwoorden bij een waarzegger en papt aan met haar knappe anger management-coach. Ondertussen verschuilt Fuki zich in haar fantasiewereld, waar telepathie en hypnose haar een macht geven die ze in het echte leven niet heeft. Via een telefoonlijn voor eenzame mensen raakt ze aan de praat met een volwassen man die nét iets te graag wil dat ze bij hem langskomt. Het zijn donkere thema’s in een zonnig seizoen, gezien door de ogen van een meisje dat de zwaarte misschien nog niet begrijpt, maar wel vóelt.

Renoir

De 11-jarige Fuki Okita groeit op in het Tokyo van 1987, waar alle volwassenen om haar heen zo hun eigen problemen hebben.

Te zien vanaf morgen

Hayakawa baseerde Renoir losjes op haar eigen jeugd en vader, die na een lang ziektebed overleed aan kanker. Een paar dagen na de première van haar film, op het filmfestival van Cannes in 2025, spreken we haar over herinneringen verwerken tot een script en waarom haar film de naam van een Franse schilder draagt.

Je eerste film speelde zich af in de toekomst, nu blik je terug op het verleden. Is dat toeval, of maak je het liefst films over tijden die niet het nú zijn?

‘Het is niet dat ik geen interesse heb in moderne verhalen. Plan 75 gaat over de nabije toekomst, maar ik wilde er juist de hedendaagse maatschappij mee weergeven. Renoir is geïnspireerd op mijn eigen jeugd. Het móest zich in de eighties afspelen. En het was de beste setting voor het verhaal.’

‘Heel eerlijk: omdat mijn eerste film zo issue-driven was, wilde ik daar dit keer ver van weg blijven en een film maken die meer door emotie gedreven werd. De film is geen commentaar op de samenleving. Het is geïnspireerd op mijn jeugd – niet autobiografisch, de scènes zijn allemaal fictief. Maar de emoties die Fuki voelt komen uit mij.’

Dat gevoel, dat je waardigheid gekrenkt is, is iets wat elke vrouw van elke leeftijd kan overkomen

Beide films gaan over rouwen om mensen die er nog zijn. In Plan 75 zien we ouderen hun laatste dagen slijten, in Renoir neemt een gezin afscheid van een zieke vader. Hoe zie je je twee films in relatie tot elkaar?

‘Ik was me er niet heel bewust van, maar ik vroeg me wel af: waarom houden mijn films zich zo bezig met de dood? Toen ik jong was heeft mijn vader 10 jaar lang tegen kanker gestreden. Hij overleed toen ik 20 was. Dat is een periode waarin je als kind enorm gevoelig bent. Ik woonde samen met iemand die elke dag met de dood leefde. Die ervaring heeft enorm veel invloed op me gehad.’

Hoe was het om die herinneringen te verwerken tot een script?

‘Toen ik begon met schrijven was ik me daar niet bewust van. Maar tijdens het filmen kwamen er allerlei herinneringen naar boven. Het proces heeft me troost gegeven, het gevoel dat ik mezelf kon vergeven.’

Renoir en Plan 75 openen allebei met gewelddadige scènes. Is er een reden dat je je films begint met zo’n shock?

‘Ook al leef je een vredig dagelijks bestaan, er kan altijd iets intens gewelddadigs of vreselijks op de loer liggen. De lijn daartussen is heel dun. Dat gevoel had ik als kind al. Misschien dat ik het daarom in mijn films verwerk.’

Het zijn momenten die in contrast staan met de zachte toon van het verhaal. De scène waarin Fuki met een volwassen man mee naar huis gaat, is onverwacht heel heftig.

‘Fuki is een meisje dat weinig aandacht krijgt van haar ouders, en de student is de eerste persoon die daadwerkelijk naar haar luistert en interesse toont. Als zo iemand in je leven verschijnt is het niet gek dat je je tot diegene aangetrokken voelt. Meisjes van die leeftijd zijn erg kwetsbaar voor dat soort gevaren, ook al begrijpen ze het zelf niet helemaal.’

‘In de scène waarin Fuki met de man mee naar zijn huis gaat, ontloopt ze het worst case scenario, maar dat is omdat ze plotseling door hém wordt weggeduwd. Dat deukt haar ego. Misschien begrijpt ze niet helemaal wat er is gebeurd, maar ze voelt wel dat ze gekwetst is. Dat gevoel, dat je waardigheid gekrenkt is, is iets wat elke vrouw van elke leeftijd kan overkomen. Dat wilde ik laten zien.’

Als je leeft in een harde realiteit kan fantasie je helpen te ontsnappen

Heeft je film íets te maken met de schilder waar ie naar vernoemd is?

‘De titel was er vanaf het begin. Ik wilde een titel die niet zo veel te maken had met het verhaal. Renoir is een korte film over een jong meisje in het Japan van de jaren 80, vernoemd naar een gerenommeerde Franse schilder. Dat creëerde een interessant contrast. Nu de film af is en ie in Cannes is vertoond, krijg ik voor het eerst feedback van kijkers. De film bestaat uit kleine scènes die weinig met elkaar te maken lijken te hebben. Iemand zei dat de film lijkt op een impressionistisch schilderij: gemaakt van allemaal kleine stipjes, die samen één groot tafereel vormen.’

De film is ook minder naturalistisch en realistisch dan we van coming-of-age-films gewend zijn. Fuki raakt gefascineerd door telepathie en droomt soms weg naar een magische fantasiewereld.

‘Kinderen zijn van nature gefascineerd door dat soort dingen. Ze hebben verbeeldingskracht, ze willen geloven in het spirituele. Als je leeft in een harde realiteit kan fantasie je helpen te ontsnappen. Het kan helend zijn.’

Verlies je dat, als je ouder wordt?

‘Volwassenen worden te realistisch om blind te kunnen blijven geloven. We weten meer. Tegelijkertijd geeft Fuki’s vader klauwen met geld uit omdat hij wil geloven in een miracle cure voor zijn kanker, en haar moeder laat haar handlijnen lezen. Dus misschien hebben grote mensen ook nog een beetje fantasie.’

Jente

Jente doet graag alsof ze een enorm verfijnde smaak heeft, maar in werkelijkheid geldt vaak: hoe slechter de film, des te meer ze ervan geniet.

Gerelateerde films

Renoir

De 11-jarige Fuki Okita groeit op in het Tokyo van 1987, waar alle volwassenen om haar heen zo hun eigen problemen hebben.

Te zien vanaf morgen

Laatste artikelen