Ze hebben allemaal het beste met Adam voor. Het afdelingshoofd, de jeugdzorg, zijn moeder, en vooral verpleegkundige Lucy; allemaal willen ze hem helpen, en allemaal zijn ze het oneens over hoe. In L’interêt d’Adam lopen we 73 zenuwslopende minuten mee op de kinderafdeling van een Brussels ziekenhuis, waar de zwaar ondervoede, vierjarige Adam (Jules Delsart) van alle kanten belaagd wordt door goeie bedoelingen. Adam wil niet eten zonder zijn moeder Rebecca (Annamaria Vartolomei), de rechter wil Rebecca het liefst zo ver mogelijk van hem vandaan houden en Rebecca wil haar zoontje alleen maar zelfgemaakte papjes geven, waarvan de voedingswaarde onduidelijk is.
Te midden van al deze chaos staat Lucy (Léa Drucker), een overwerkte, misschien iets té toegewijde verpleegkundige die er linksom of rechtsom voor probeert te zorgen dat Adam éét. Hoofdrolspeler Drucker (Close, L’été dernier) stapt resoluut door de gangen van het ziekenhuis, alsof ze er al jaren werkt. Als kijker wandel je achter haar aan, zoekend naar een oplossing. Met beperkte tijd, ruimte en personages schept de Belgische regisseur Laura Wandel (Un monde) een hele wereld om Lucy, Adam en Rebecca heen, waarin ze ontelbaar veel problemen aan de kaak stelt: met de (jeugd)zorg, met de ggz, met de manieren waarop we als mensen met elkaar omgaan.
Op het Leiden International Film Festival van 2025, een paar maanden na de première van L’interêt d’Adam in Cannes, spreken we Wandel over haar film, waarin één ziekenhuisafdeling duizend-en-één vragen oproept. ‘Het zou mooi zijn als de politiek zich wat meer bezig hield met alle problemen in de zorg.’
Net als je vorige film Un monde, die zich op een schoolplein afspeelt, beslaat L’interêt d’Adam een afgebakende, kleine wereld. Wat trekt je aan in die manier van verhalen vertellen?
‘Al sinds mijn eerste korte films maak ik films die zich afspelen in afgesloten ruimtes. Een instelling als een ziekenhuis of een school is een soort microcosmos. Het is een afspiegeling van de maatschappij. Ze hebben een bepaalde hiërarchie die systematisch geweld voortbrengt. Hoe het er in ziekenhuizen en scholen aan toe gaat zegt veel over de staat van de wereld.’
Wat fascineert je zo aan de wereld van kinderen?
‘Het specifieke aan kindergeneeskunde is dat je ook met de ouders te maken hebt. Wat me boeit is de dynamiek tussen verplegend personeel, kinderen en ouders. Ik wilde niet alleen de medische problemen, maar ook de sociale problemen die je ziet in de kindergeneeskunde in beeld brengen. Die twee soorten problematiek zijn aan elkaar gelieerd.’
Je maakt veel gebruik van lange takes, waarin we Lucy door het ziekenhuis zien bewegen. Wat was de gedachte daarachter?
‘Toen ik meedraaide in het ziekenhuis liep ik steeds achter de verpleging aan. Zo bewoog ik als toeschouwer met hun mee. Als kijker in de zaal is het dus net alsof je zelf stage loopt. Ik wilde dat je ondergedompeld zou worden in deze wereld. Dat je het ook fysiek beleeft, niet alleen maar intellectueel.’
Doordat we steeds achter haar aan hobbelen, raken je ogen al snel gefixeerd op Lucy’s haarclip. Soms voelt het alsof het hele ziekenhuis bijeen gehouden wordt door dat ene clipje.
‘Hoe slechter het gaat, des te warriger Lucy’s haar wordt. Het is een kleine hommage aan de film Jeanne Dielman, 23, quai du Commerce, 1080 Bruxelles van Chantal Akerman. De hoofdpersoon, Jeanne, doet op een gegeven moment één knoopje van haar vest verkeerd dicht. Het is een heel klein moment, maar je krijgt de indruk dat de hele wereld instort.’
In deze tijden – in deze maatschappij – is het steeds moeilijker om een ‘functionele’ familie te creëren
‘De andere kostuums hebben ook kleine verwijzingen. Er zitten sterren op de trui van Rebecca en op het pakje van Adam. Ze vormen een soort universum. En in Un monde heeft het kindje een rugzak met stickers van planeten, alsof ze de wereld op haar rug draagt.’
De titel van de film, zowel in het Engels, Adam’s Sake, als in het Frans, L’interêt d’Adam, geeft aan dat iedereen in dit verhaal het beste met Adam voor heeft. Is dat juist waarom het mis gaat?
‘Hoe elk personage zich verhoudt tot het belang van het kind, zegt veel over wie diegene is. Het begint bij de moeder, die denkt dat ze het goede doet voor haar kind. Daar tegenover wil het verplegend personeel het ook goed doen. Het is een vraag die belangrijk voor me is, ook in mijn vorige film: hoe help je de ander het best?’
‘De naam Adam verwijst ook naar het scheppingsverhaal, naar het eten van de verboden vrucht, et cetera. Voor mijn gevoel zijn we sindsdien steeds dezelfde verhalen blijven herhalen. Rebecca is een moeder die niet goed voor haar kind zorgt, daar zit een stigma aan vast. Voor vaders geldt dat meestal niet.’
Even over de vader van Adam: hem zien we eigenlijk maar heel kort. Waarom was het belangrijk om hem toch een rol te geven?
‘Zijn aanwezigheid in het verhaal is een stukje hoop voor Adam. Ik vertel bewust niets over zijn relatie met Rebecca. Je weet niet of zij hem heeft bedrogen, of hij zelf is weggegaan. Het is een disfunctionele familie. Ik vind dat het in deze tijden, in deze maatschappij, steeds moeilijker is om een ‘functionele’ familie te creëren.’
Waar komt dat door, denk je?
‘We leven in een wereld die niet goed gaat, en de intermenselijke relaties gaan ook niet zo lekker. Dat bedoel ik niet als oordeel – er ontstaan juist ook nieuwe vormen van samenzijn. Ik wilde de complexiteit van die nieuwe vormen laten zien.’