We spreken Ildikó Enyedi tijdens het International Film Festival Rotterdam, waar we onder andere praten over haar verlangen om te laten zien hoe sterk de menselijke waarneming in korte tijd is veranderd. Enyedi: 'Ik wilde voelbaar maken dat onze eigen realiteit niet alleen verschilt van die van een boom of van een vos, maar dat zelfs onze realiteit van nu radicaal anders is dan die van zeventig jaar geleden. We denken dat we een supersolide realiteit om ons heen hebben, en dat we ons daar simpelweg toe verhouden. Maar eigenlijk creëren we die realiteit van binnenuit.'
De film geeft een kijkje in het leven op de campus tijdens drie specifieke jaren: 1908, 1972 en 2020. Waarom koos je juist voor deze periodes?
'Elk jaar verschijnt er een nieuwe generatie op de campus; jonge mensen die hopen een paar jaar te kunnen besteden aan onderwerpen waar ze gepassioneerd over zijn. Ik koos voor deze periodes omdat dit momenten zijn waarop onze kijk op de natuur en onze plek daarin totaal veranderde.'
Ik wilde mensen laten voelen hoe het was om in een bepaalde tijd te leven
'Rond 1908 zagen we bijvoorbeeld de eerste serieuze barsten in het naïeve en zelfverzekerde geloof dat de wereld eindig en beheersbaar is: dat we, als we maar hard en lang genoeg werken, overal lijstjes van kunnen maken en alles kunnen begrijpen door het in een hokje te plaatsen. In de 19e eeuw waren mensen juist geobsedeerd door het meten en beheersen van alles, bijvoorbeeld door het maken van geografische kaarten en klokken.'
'De jaren 70 stonden in het teken van het heroverwegen van onze plek in het universum; het ging over de vraag hoe we ons leven willen leiden. De meest essentiële ervaringen uit die tijd waren experimenten om de menselijke waarneming te verruimen, en daarmee een andere blik te krijgen op onze leefomgeving.'
'En 2020… Ik denk dat ik het wereldwijde menselijke experiment van lockdowns en de bijbehorende isolatie en melancholie niet hoef uit te leggen, toch?'
Wat hoopte je dat de verschillende film-texturen bij de kijker zouden oproepen?
'Voor 1908 gebruikte ik een 35mm-camera, die een prachtige rijke en precieze textuur heeft. Zelfs in de meest eenvoudige plant kan je de schoonheid van de eeuwige structuren van de natuur ontdekken, als je er maar een portret van maakt.'
'Met het 16mm-beeld dat ik voor de jaren zeventig gebruik, zijn de kleuren sterk en helder, terwijl de contouren van de objecten juist heel vloeiend zijn. Je krijgt in feite kleurvlakken, waarmee je een bijna impressionistisch effect creëert.'
'En voor 2020 wilde ik de precisie van digitaal beeld, omdat daar een zekere starheid in zit die paste bij de melancholie van de enorme lege ruimtes van de lockdown.'