Queer verhalen, Frans verzet en de morele grenzen van creativiteit: deze filmtrends zagen wij op Cannes (en zie jij later in Cineville)

In Cannes, op ’s werelds belangrijkste filmfestival, kregen we een voorproefje van de beste nieuwe titels die komend jaar in Cineville te zien zullen zijn. We spotten de trends en zetten de belangrijkste ontdekkingen voor je op een rij.

Internationale filmfestivals zijn dé graadmeter voor de staat van de hedendaagse film. Het zijn momenten in het jaar waarin de hele filmindustrie samenkomt om films te ontdekken en beoordelen, om makers te benaderen én om films en filmrechten te kopen.

Wat er op een festival getoond wordt is geen objectieve zaak, maar een gecureerde selectie waarmee het iets wil zeggen over wat film anno nu is en kan zijn. Het filmfestival van Cannes behoort samen met Venetië en Berlijn tot de top drie meest invloedrijke Europese filmfestivals, en wordt vaak gezien als het allerbelangrijkste van de wereld.

De Grote Drie vinden plaats door het jaar heen – Cannes in mei, Venetië in september en Berlijn in februari – en elk festival heeft z’n eigen signatuur, met z’n eigen boegbeelden en juryleden die aan het einde de prijzen mogen uitdelen. Veel films die worden geselecteerd voor een festival (en in de prijzen vallen) worden daarna aangekocht door Nederlandse distributeurs en verschijnen in de loop van het jaar in Cineville.

Actrice Isabelle Huppert en regisseur Asghar Farhadi tijdens een van de vele persconferenties op het filmfestival van Cannes

Veteranen en nieuwkomers

In de hoofdcompetitie van Cannes wordt er jaarlijks gestreden om de hoofdprijs van het festival: de Gouden Palm. Hier zie je vaak films van gevestigde makers, die de geduldige kijkers dit jaar vaak wel 2,5 uur in hun stoel hielden. De langste film van het festival, All of A Sudden van regisseur Ryusuke Hamaguchi (Drive My Car), duurde maar liefst drie uur en een kwartier. De Poolse Pawel Pawlikowski (Cold War, Ida) was de grote uitzondering en vroeg slechts een bescheiden 82 minuten van zijn kijkers met Fatherland, een hyper-esthetische zwart-witfilm over Thomas Mann in naoorlogse Duitsland.

Ook gingen er de nieuwe films van Cannes-veteranen Pedro Almodóvar (Volver, Madres paralelas), Hirokazu Kore-eda (Monster, Shoplifters), en Asghar Farhadi (A Separation) in première. En het was wederom een bijzonder jaar voor de Cristian Mungiu, die met Fjord voor de tweede keer de hoofdprijs van het festival won, nadat hij in 2007 voor het eerst bekroond werd voor zijn abortusdrama 4 maanden, 3 weken en 2 dagen. De Roemeense regisseur bevindt zich daarmee in een select gezelschap van filmmakers die twee Gouden Palms in de kast hebben staan, waaronder Francis Ford Coppola, Michael Haneke, Ken Loach en Ruben Östlund.

Tao Okamoto en Virginie Efira in All of a Sudden
Still uit Gouden Palm-winnaar Fjord

Naast de hoofdcompetitie zijn er tal van parallelle competities, waarvan Un Certain Regard vaak de meeste aandacht naar zich toe trekt. In dit onderdeel geeft het festival ruimte aan nieuwkomers en verhalen die nét iets meer schuren, door bijvoorbeeld onconventionele narratieven te tonen of films uit landen die ondervertegenwoordigd zijn in de filmsector.

De prijs voor beste film in dit programma was dit jaar voor Everytime van Sandra Wollner, een zomerse film over rouw, die zich afspeelt tussen de hitte van Berlijn en het winderige Tenerife, waarin verschillende tijdslagen en emoties zich steeds verder vermengen. De parallellen met Cineville-hit Aftersun worden al getrokken, vanwege de thematiek, maar ook omdat beide verhalen door cinematograaf Gregory Oke zijn vastgelegd.

Binnen Un Certain Regard zagen we ook Ben’Imana, de eerste Rwandese film ooit op het festival, over de verzoeningspogingen binnen de gemeenschap in 2012 na de genocide van de Hutu op de Tutsi in 1994. Regisseur Marie-Clémentine Dusabejambo ging naar huis met de Gouden Camera, de prijs voor het beste debuut.

Nieuwsgierig? Al deze films komen ergens in de komende 12 maanden naar Nederland. Maar er ging nog veel meer in Cannes in première. Deze filmtrends vielen ons op over het hele festival, en kan jij later spotten in jouw favoriete Cineville-theater.

Everytime (Sandra Wollner)
Ben’Imana (Marie-Clémentine Dusabejambo)

Een recordjaar voor queer films

Dit jaar liep Cannes over met uiteenlopende LHBTIQ+ verhalen. Het was dan ook een recordjaar voor de Queer Palm, een onafhankelijke prijs die sinds 2010 wordt uitgereikt aan de beste film van het festival met een queer lens, een feministisch perspectief of die gender normen actief uitdaagt.

Dit jaar waren er maar liefst 22 films genomineerd, waarvan 7 in de hoofdcompetitie. Ter vergelijking: in 2025 waren dit 16 nominaties waarvan 3 in de hoofdcompetitie, en in 2024 18 tegenover 6. De films raken veel van de uiteenlopende kanten van de LHBTIQ+ gemeenschap: van een queer slasherfilm (Teenage Sex and Death at Camp Miasma) die de Queer palm dit jaar won, tot een animatiefilm over een virus dat homo-mannen besmet met heteroseksualiteit (Jim Queen).

Ook zagen we een succesvolle 50-jarige chirurg in een hetero-huwelijk die haar eigen sensualiteit herontdekt door de blik van een jonge schrijfster (La vie d’une femme), het belang van queer archieven en de mensen die voor ons kwamen (La bola negra), een revue-spektakel opgezet door mannen achter de loopgraven de de Eerste wereldoorlog (Coward) en een acteur in New York in de jaren 80 die met aids kampt, en misschien wel zijn laatste rol speelt (The Man I Love).

De grootste queer filmhit van het festival was het filmdebuut van comedian en influencer Jordan Firstman, wiens Club Kid in een spraakmakende bidding war voor 17 miljoen dollar werd aangekocht door A24. Of de film ook naar ook naar Nederland komt, is nog even afwachten.

Jim Queen (Marco N'Guyen, Nicolas Athane)
Club Kid (Jordan Firstman)

De dreiging van huiselijk geweld

In Gouden Palm-winnaar Fjord wordt de status van een ‘opvoedkundige tik’ ter discussie gesteld tussen verschillende culturen. Waar billenkoek een normale corrigerende handeling was toen het Noors-Roemeense gezin nog in Roemenië woonde, blijkt het in hun nieuwe idyllische woonplaats in een fjord genoeg reden voor een aanklacht tot kindermishandeling, met een crimineel onderzoek tot gevolg.

Mungiu’s film was niet de enige waarin fysieke en psychologische dreiging in een gezin op de voorgrond treedt. In La frappe (Julien Gaspar-Oliveri) staan binnen een Frans gezin alle verhoudingen op scherp als de vader na 5 jaar thuis terugkeert uit de gevangenis. Waar zijn zoon niets liever wil dan verzoening, weigert zijn dochter nog maar iets met hem te maken te hebben. De titel vertaalt naar ‘de klap’ in het Nederlands, en je voelt aan alles dat er zich in het verleden dingen in het gezin hebben afgespeeld die niet pluis waren.

La frappe (Julien Gaspar-Oliveri)

Een soortgelijke verstikking voelden we ook in het Si tu penses bien (Géraldine Nakache), over een stel dat wellicht iets te snel in een het huwelijksbootje is gestapt. Wat begint als een vroom leven, verandert al snel in een toxische machtsstrijd waarin de man religie steeds meer als wapen gaat gebruiken. Zijn mantra? Alles komt goed, zolang je maar positief denkt. Maar wat een onschuldige gedachte lijkt, wordt een gerafineerd onderdrukkingsmiddel voor zijn vrouw.

Een bijzondere in deze categorie is Gentle Monster, van de Oostenrijkse regisseur Marie Kreutzer. Kort na het uitkomen van haar vorige film Corsage bleek dat acteur Florian Teichtmeister werd onderzocht voor het bezit van kinderporno. Het zal ongetwijfeld invloed hebben gehad op haar nieuwe werk, dat gaat over een pianiste (Léa Seydoux) die erachter komt dat haar geliefde en vader van haar kind door de politie wordt onderzocht op verdenking van pedofilie en het verspreiden van onzedelijke beelden van kinderen.

Gentle Monster (Marie Kreutzer)

Verzet en verraad in Vichy Frankrijk
Het Franse filmfestival deed dit jaar ook aan een flinke dosis zelf-reflectie door het verleden van het land in tijden van de Tweede Wereldoorlog in maar liefst vier films uit te lichten, waarvan twee in de hoofdcompetitie. In Moulin zien we Gilles Lellouche in de hoofdrol als één van de belangrijkste verzetshelden van Frankrijk: Jean Moulin. Als hij in juni 1943 wordt opgepakt en overgeleverd aan de sadistische Gestapo-chef Klaus Barbie, weigert Moulin zich over te geven aan het corrupte Vichy-regime en worden de fysieke grenzen van zijn loyaliteit tot het uiterste gedreven.

Heel anders is het figuur van Henri Marre (Swann Arlaud) in Notre salut, die met een politiek manuscript Frankrijk hoopt te 'redden' van de ondergang na de nederlaag van Nazi-Duitsland. Maar in plaats van een verzetsheld, blijkt hij een opportunist die vooral geïnteresseerd is in zijn eigen hachje. Regisseur Emanuel Marre baseerde de film op het leven van zijn eigen overgrootvader.

Notre salut (Emmanuel Marre)

Iets klassieker zijn de verzetsverhalen in La troisième nuit van Daniel Auteuil, en in De Gaulle: Résistance van Antonin Baudry. De eerste film gaat over de poging van een Joodse functionaris en een humanitaire priester om door middel van bureaucratie een massa-deportatie van Joodse kinderen te voorkomen. Het hoogtepunt de film is de derde nacht van deze reddingsactie, daar waar de titel naar verwijst.

De Gaulle: Résistance is het eerste deel van een blockbuster biopic over de generaal die de de overgave van Frankrijk weigerde en het verzet voortzette vanuit zijn ballingschap in Engeland, met weinig meer dan een droom over een nieuw vrij vaderland. In het al gefilmde tweede deel – De Gaulle: Liberté – is te zien hoe hij zijn land uiteindelijk van Nazi-Duitsland zou bevrijden en een nieuwe Franse republiek zal stichten.

De Gaulle: Résistance (Antonin Baudry)

De morele grenzen van creativiteit

Niet alleen Frankrijk, maar ook een verschillende regisseurs van naam keken dit jaar in de spiegel. Hoe ver mag je gaan als filmmaker en kunstenaar, vroegen zij zich hardop af. Mag je schaamteloos lenen van je eigen omgeving van familie en vrienden voor je werk, of zijn er grenzen? Met Bitter Christmas maakte Pedro Almodóvar een kleurrijke meta-film over een filmmaker die alleen maar leeft voor film, en vastloopt in zijn script (en die toevallig ook een beetje op hem lijkt). Dat script gaat óók weer over een schrijver die vast zit in haar werk, en in alle gevallen wordt er vrij uit geleend van de omgeving – tot grote frustratie van de mensen om hen heen. Want waar eindigt de werkelijkheid en begint de kunst?

Die vraag staat ook centraal in Histoires parallèles, waarin Asghar Farhadi met een Franse sterrenkast (Isabelle Huppert, Vincent Cassel, Virginie Efira en Pierre Niney) een meta-hervertelling van Krzysztof Kiéslowksi’s A Short Story About Love neerzet. Wat begint met Huppert als flamboyante kluizenaar-schrijver die een verhaal schrijft op basis van het begluren van haar overburen, loopt al snel uit de hand. Kijken we naar haar versie, of naar de realiteit? En wiens realiteit dan eigenlijk?

Als de buren het script onder ogen krijgen, vermengen de lagen van liefde, passie verwondering en geweld zich nog verder. Het resultaat is Farhadi’s interpretatie van de vraag: imiteert het leven de kunst, of de kunst is het leven? Dat antwoord blijkt, ook voor de Iraanse regisseur, altijd ambigu.

Bitter Christmas (Pedro Almodóvar)

Na Sentimental Value vorig jaar, was er deze editie wederom een film over een vader-regisseur die zijn vervreemde dochter wil casten in een film. Dit keer is het de Spaanse Rodrigo Sorogoyen (Las bestias) die met The Beloved de rekbaarheid van familieverhoudingen in filmfamilies opzoekt. Voor ons is het visueel smullen, maar de zoektocht naar het perfecte shot van Javier Bardem in de rol van ‘daddy director’ gaat zeker niet over rozen.

--

Met uitzondering van Club Kid en The Man I Love zijn alle Cannes-titels genoemd in dit artikel aangekocht voor Nederland, en verschijnen ze het komende jaar in onze theaters. Houd onze verwachtpagina in de gaten voor de releases, zodat je ze direct op je watchlist kan zetten!

Tessa

Tessa werkt sinds 2025 als redacteur bij Cineville. Ooit studeerde ze Cultuurwetenschappen en Filosofie en verklaarde Cinema I & II van Gilles Deleuze tot haar bijbels. Ze heeft nog altijd een zwak voor het filmgenre waarmee ze opgroeide: romcoms uit de nineties en zeroes. En als ze geen films kijkt, leest ze fictie of schrijft ze essays.

Laatste artikelen