In alle drie de films spelen de ruimtes waarin het verhaal zich afspeelt een belangrijke rol. Je hebt naast film ook architectuur gestudeerd. Is dit van invloed op je films?
‘Ik denk dat architectuur me heeft geholpen om te begrijpen wat de ruimtes betekenen. Uiteindelijk ben ik vooral geïnteresseerd in hoe een ruimte gebruikt kan worden voor het narratief. Ik heb ook altijd films op locatie gemaakt; ik ben geïnteresseerd in ruimtes en hun verhalen, in hun spoken. De keuze voor een locatie is daarom een heel subjectieve keuze, net als de keuze voor een acteur. In Firebrand was er het kasteel waar iedereen opgesloten zat, in Motel Destino een claustrofobisch motel, en hier gaat het om een specifiek heteronormatief huis van een Amerikaanse familie.’
‘We hadden veel huizen om uit te kiezen, maar ik wilde per se dit huis, want het ruikt naar Amerika. Ondanks dat het Spaans is, zijn er accenten te vinden van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright. Daarnaast is het huis enerzijds gemaakt van hout en stenen, waardoor het een beetje aanvoelt als een oergrot. Anderzijds is er heel veel glas, wat de isolatie van het gezin benadrukt. Hun geheimen zijn hidden in plain sight.’
Schrijver Efthimis Filippou, vooral bekend van zijn samenwerkingen met Yorgos Lanthimos (The Lobster, The Killing of a Sacred Deer, Kinds of Kindness), schreef mee aan het script. Hoe kwam die samenwerking tot stand?
'Ik bedacht me al snel dat ik het misbruik binnen deze familie, en vooral de gevolgen ervan, niet echt via drama kon neerzetten. Of ten minste, het zou niet de meest productieve manier zijn voor wat ik ermee wilde doen. Maar ik wilde ook niet iets maken wat puur ironisch zou zijn. En zo kwam ik bij Efthimis terecht, die in zijn werk met Lanthimos een bepaald soort afstandelijke ironie kon creëren, waarin er een bijzondere neutraliteit ontstaat bij de acteurs. Ik wilde die combinatie van ironie en menselijkheid, een soort humanistische blik met een zekere absurditeit.’
‘Efthimis kende Fists in the Pocket nog niet, en hij was er in eerste instantie ook niet zeker van dat wij een goede match waren, omdat mijn films heel sentimenteel zijn. Ik zei tegen hem: ‘Dat is precies waarom het een goede match is, omdat wat jij doet het tegenovergestelde is.’ We vonden elkaar in oppositie, en dat was heel stimulerend. Zo zit er ook iets heel metaforisch in de manier waarop hij schrijft, terwijl ik daar nog nooit mee had gewerkt. Mijn films zijn heel letterlijk, concreet en fysiek: het gaat over lichamen, en de intimiteit van verlangen. Waar ik dus heel realistisch ben, voegde Efthimis er een rijke laag van metaforen aan toe.’