Interview

Regisseur Karim Aïnouz over Rosebush Pruning: 'Ik denk dat de geest van Pedro Almodóvar me achtervolgde'

Met Rosebush Pruning maakte Karim Aïnouz (Firebrand, Motel Destino) zijn derde film op rij over een hatelijk, patriarchaal figuur. Tijdens een lekker lang videogesprek spreken we de Braziliaanse regisseur over de wereld van delusional superrijken, de metafoor van de roos en zijn keuze voor intense kleuren in een film vol duistere elementen.

Rozen verwelken, schepen vergaan en in Rosebush Pruning lijkt er geen normaal mens te bestaan. De nieuwe film van regisseur Karim Aïnouz (Firebrand) en schrijver Efthimis Filippou (Kinds of Kindness) draait om een ultrarijk en ultraverwend Amerikaans gezin, waarvan de moeder op mysterieuze wijze door wolven in de bossen is verslonden. Dankzij de rijkdommen van vader ontbreekt het de achtergebleven kinderen aan niets. De vier jongvolwassenen wonen in een villa onder de Catalaanse zon, zijn geobsedeerd door designerkleding en zijn half gecommitteerd aan ofwel een gebrekkige muziekcarrière of een podcast waar niemand naar luistert.

Volledig geïsoleerd van de echte wereld hebben ze alleen elkaar voor vermaak, liefde, erkenning en wrok. Maar het vacuüm getrokken familieleven begint te wankelen op het moment dat Jack (Jamie Bell) op het punt staat om het familiehuis te verlaten om samen te wonen met zijn vriendinnetje (Elle Fanning). Als Ed (Callum Turner) dan ook nog ontdekt dat vaders verhaal over hun moeders dood tóch niet helemaal waar is, zijn alle rapen van het gezinsleven gaar. Of in de woorden van Ed, die graag nieuwe spreekwoorden bedenkt die niemand echt begrijpt: mensen zijn rozen, families zijn rozenstruiken, en rozenstruiken moeten gesnoeid worden.

Film van de week

Rosebush Pruning

Portret van een compleet ontspoorde familie in een eat-the-rich-satire van regisseur Karim Aïnouz (Motel Destino) en scenarist Efthimis Filippou (The Lobster).

_Italic_In een lekker lang videogesprek vertelt regisseur Aïnouz ons over zijn interesse in de superrijken en de behoefte om een ander soort verhaal over hen te vertellen: ‘Ik ben vooral geïnteresseerd in het vinden van een nieuwe weg om over de superrijken te praten, en over hoe een bepaald privilege dingen in het leven laat verrotten. Ik wilde een zekere intimiteit met deze mensen creëren. De producent van de film had net Bellocchio's Fists in the Pocket opnieuw gezien, en hij stelde voor om dit als blauwdruk voor de film te gebruiken. Het is namelijk een van de weinige films die over de superrijken spreekt, zonder moreel oordeel.’

Rijken hebben het gevoel dat ze in totale isolatie moeten leven, omdat ze bang zijn aangevallen te worden

‘Ik denk dat er nog nooit zoveel rijkdom in de handen van zo weinig mensen is geweest. Misschien in tijden van feodalisme, maar binnen het kapitalisme nog nooit. En ik denk dat zoveel rijkdom je een beetje delusional maakt. Rijken hebben het gevoel dat ze in totale isolatie moeten leven, omdat ze bang zijn aangevallen te worden. En hoe meer je geïsoleerd bent, hoe minder verbonden je je voelt en hoe minder je weet wat je nodig hebt en wat niet.’

Wat voor soort portret wilde je van de superrijken maken?

'Ik wilde niet alleen kritiek leveren, maar vooral ook kijken hoe de accumulatie van rijkdom en het patriarchaat in elkaar grijpen. De vader in de film is echt een monster, en ik zie de rest van de familie en de kinderen vooral als gebroken. Ik vind ze niet per se meedogenloos of onsympathiek: ze lijden onder wat hun vader zijn familie heeft aangedaan.’

‘De kinderen zijn op een bepaalde manier verlamd. Ze weten niet wat ze willen. Als je zo’n soort trauma meemaakt, dan wordt alles stopgezet op een bepaalde leeftijd. Het is alsof de personages een beroerte hebben gehad en er een soort sclerose rond het huis groeit. Het geweld en het trauma zijn zo groot, maar het is zo stil, en zo zwijgzaam.’

Dit is niet de eerste keer dat je een film maakt over patriarchale figuren die hun macht misbruiken. Toch maakte je hiervoor juist films met vrouwelijke hoofdrolspelers. Waar komt die shift vandaan?

‘In 2019 maakte ik The Invisible Life of Eurídice Gusmão, wat een heel persoonlijke film is. Het is niet autobiografisch, maar het gaat over mijn opvoeding: mijn moeder was een alleenstaande moeder, ik ben opgegroeid in een gezin met alleen maar vrouwen. Die film was mijn eerbetoon aan hen, want ik had het gevoel dat zij nooit als strijders zijn erkend. Maar toen ik die film afrondde, voelde ik ineens verzet. In een recensie stond dat ik heel goed was in het portretteren van vrouwen. Het was immers mijn vierde film met een vrouwelijk hoofdpersonage. En weet je, het is voor mij veel makkelijker om een vrouw te portretteren dan een heteroseksuele man. Ik ken die figuren niet echt goed, ik heb niet met ze geleefd. Ik zat dus in mijn comfortzone, en daar wilde ik uit stappen.’

Het is belangrijk is om een kritisch portret van deze figuren te hebben omdat ze in ons dagelijks leven aanwezig zijn – toch?

‘Deze film is de derde op rij waarin ik giftige patriarchale figuren in verschillende tijden onder de loep neem. Ik begon met Firebrand, over deze vreselijke koning ruim vijfhonderd jaar geleden [Henry VIII, red.]. Daarna maakte ik Motel Destino, wat een soort rauwe realistische weergave is van een heel ingewikkelde mannelijke figuur, die een soort gevangenis creëert. En nu met Rosebush Pruning hebben we de ultrarijke heteronormatieve familie. Samen vormen de films een soort trilogie; een autopsie van ingewikkelde mannelijke personages. Ik ga niet zeggen dat ze allemaal slecht zijn, maar sommigen zijn echt monsters.’

‘Het is belangrijk om een kritisch portret van die figuren te hebben omdat ze in ons dagelijks leven aanwezig zijn – toch? Voor mij is het ook een manier om te zeggen dat deze figuren al vijfhonderd jaar bestaan. En het is een soort waarschuwing, want we moeten nog steeds dealen met deze types, elke dag weer.’

The Invisible Life of Eurídice Gusmão

Twee zussen jagen ieder hun eigen droom na in het Rio de Janeiro van 1950

Tip van Jente

Firebrand

Emancipatie, Alicia Vikander en een rottende Jude Law aan het hof van Henry VIII.

In alle drie de films spelen de ruimtes waarin het verhaal zich afspeelt een belangrijke rol. Je hebt naast film ook architectuur gestudeerd. Is dit van invloed op je films?

‘Ik denk dat architectuur me heeft geholpen om te begrijpen wat de ruimtes betekenen. Uiteindelijk ben ik vooral geïnteresseerd in hoe een ruimte gebruikt kan worden voor het narratief. Ik heb ook altijd films op locatie gemaakt; ik ben geïnteresseerd in ruimtes en hun verhalen, in hun spoken. De keuze voor een locatie is daarom een heel subjectieve keuze, net als de keuze voor een acteur. In Firebrand was er het kasteel waar iedereen opgesloten zat, in Motel Destino een claustrofobisch motel, en hier gaat het om een specifiek heteronormatief huis van een Amerikaanse familie.’

‘We hadden veel huizen om uit te kiezen, maar ik wilde per se dit huis, want het ruikt naar Amerika. Ondanks dat het Spaans is, zijn er accenten te vinden van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright. Daarnaast is het huis enerzijds gemaakt van hout en stenen, waardoor het een beetje aanvoelt als een oergrot. Anderzijds is er heel veel glas, wat de isolatie van het gezin benadrukt. Hun geheimen zijn hidden in plain sight.’

Schrijver Efthimis Filippou, vooral bekend van zijn samenwerkingen met Yorgos Lanthimos (The Lobster, The Killing of a Sacred Deer, Kinds of Kindness), schreef mee aan het script. Hoe kwam die samenwerking tot stand?

'Ik bedacht me al snel dat ik het misbruik binnen deze familie, en vooral de gevolgen ervan, niet echt via drama kon neerzetten. Of ten minste, het zou niet de meest productieve manier zijn voor wat ik ermee wilde doen. Maar ik wilde ook niet iets maken wat puur ironisch zou zijn. En zo kwam ik bij Efthimis terecht, die in zijn werk met Lanthimos een bepaald soort afstandelijke ironie kon creëren, waarin er een bijzondere neutraliteit ontstaat bij de acteurs. Ik wilde die combinatie van ironie en menselijkheid, een soort humanistische blik met een zekere absurditeit.’

‘Efthimis kende Fists in the Pocket nog niet, en hij was er in eerste instantie ook niet zeker van dat wij een goede match waren, omdat mijn films heel sentimenteel zijn. Ik zei tegen hem: ‘Dat is precies waarom het een goede match is, omdat wat jij doet het tegenovergestelde is.’ We vonden elkaar in oppositie, en dat was heel stimulerend. Zo zit er ook iets heel metaforisch in de manier waarop hij schrijft, terwijl ik daar nog nooit mee had gewerkt. Mijn films zijn heel letterlijk, concreet en fysiek: het gaat over lichamen, en de intimiteit van verlangen. Waar ik dus heel realistisch ben, voegde Efthimis er een rijke laag van metaforen aan toe.’

Kan je iets meer over die metaforen zeggen?

‘Ik ga niet alle metaforen ontcijferen, die interpretatie ligt bij het publiek. Maar ik wilde bijvoorbeeld per se de kleur wit gebruiken, voor het licht, de tanden en de glinsterende diamanten. Maar de grootste en belangrijkste metafoor is natuurlijk die van de roos. Zoals Ed zegt: ‘Mensen zijn rozen, families zijn rozenstruiken, en rozenstruiken moeten gesnoeid worden.’ Efthimis deed iets heel bijzonders met die metafoor in zijn schrijfproces: hij bracht een contrast in de betekenis, waardoor er een soort tegenstrijdigheid ontstaat. Aan de ene kant heb je die fluweelachtige, delicate kwaliteit van de bloem die je met privilege kan associëren, maar tegelijkertijd benadrukt hij ook het gewelddadige karakter van een struik die gesnoeid moet worden, wat iets heel bloederigs heeft. In plaats van het te beschermen, is de familie iets wat vernietigd moet worden.’

Naast het wit zijn de rest van de kleuren heel intens en verzadigd. Waarom heb je daarvoor gekozen?

‘Wanneer ik iets triests of donkers vertel, denk ik dat het altijd goed is om het ofwel grappig te maken, ofwel kleurrijk. Het gaat me om het contrast. Daarom wilde ik juist heel heldere en intense kleuren gebruiken. Het is echt over-the-top. En hoewel de kleuren nog steeds echt zijn, ontstaat er op een bepaalde manier iets fabelachtigs wanneer je ernaar kijkt.’

‘Ik denk dat de geest van Pedro Almodóvar me achtervolgde, ook omdat we de film in Spanje opnamen. En ik wilde iets lichts en leuks toevoegen aan alle ironische elementen. Net zoals je dat in de vroege films van Almodóvar terugziet. Zijn eerste drie films waren zo bevrijdend, gek en leuk. Het was zo interessant waarop ze de traditionele Spaanse samenleving bekritiseerden. Dus ja, ik denk dat dit een grote invloed heeft gehad op het gevoel voor humor en de kleur in de film. En er zit ook een zekere queer gevoeligheid in, het is behoorlijk camp.’

‘Op een bepaalde manier voelt Almodóvar als een oude neef van me, al heb ik hem nog nooit ontmoet. De manier waarop hij werkt, hoe hij echt een publiekstrekker is terwijl hij toch een heel sterke handtekening in al zijn films achterlaat, is heel inspirerend voor me.’

Tessa

Tessa werkt sinds 2025 als redacteur bij Cineville. Ooit studeerde ze Cultuurwetenschappen en Filosofie en verklaarde Cinema I & II van Gilles Deleuze tot haar bijbels. Ze heeft nog altijd een zwak voor het filmgenre waarmee ze opgroeide: romcoms uit de nineties en zeroes. En als ze geen films kijkt, leest ze fictie of schrijft ze essays.

Gerelateerde films

Film van de week

Rosebush Pruning

‘De kans is groot dat je deze film gaat haten. Maar vraag je eens af: haat je deze film, of haat je het monsterverbond tussen het kapitalisme en het patriarchaat?’

Laatste artikelen