Seks is horror, en horror is seks. Aan de ene kant is er de angst voor intimiteit: wat hoor je te voelen, en hoe doe je het eigenlijk? Aan de andere kant schuilt er een vreemde geilheid in angst. Denk aan de klassieke final girl die in een veel te strak topje door de donkere bossen wordt opgejaagd door een gemaskerde killer. Het zijn precies deze twee uitersten die samenkomen in Teenage Sex and Death at Camp Miasma, de nieuwe meta-film van regisseur Jane Schoenbrun (I Saw the TV Glow).
Het verhaal volgt filmmaker Kris (Hannah Einbinder), die de kans krijgt om de iconische Camp Miasma-franchise te rebooten. Deze (fictieve) slasherserie draait om de doodenge seriemoordenaar Little Death, die zich schuilhoudt onder het oppervlak van een campingmeer en horrorfans al jaren de stuipen op het lijf jaagt. Het enige probleem is dat deze geliefde figuur een problematische, transfobe backstory met zich meedraagt.
Kris lijkt de aangewezen persoon om het roer om te gooien: ze is vooruitstrevend, queer en maakte eerder een prijswinnende korte film over de douche-scène uit Psycho, verteld vanuit het perspectief van het douchegordijn. Aan haar nu de taak om Camp Miasma van een eigentijdse update te voorzien.
Om inspiratie op te doen, gaat Kris op bezoek bij de actrice die in de allereerste Miasma-film de final girl speelde: Billy (Gillian Anderson). Zij woont tegenwoordig op het vervallen campingterrein waar de films ooit zijn opgenomen. Tijdens hun ontmoeting ontstaat er een romantische band rondom (de angst voor) Little Death, de fictieve moordenaar die, volgens Billy, nog altijd op het terrein ronddwaalt. Fictie en werkelijkheid beginnen te vervangen en de werelden van Kris en Billy smelten sensueel samen.
Eigenlijk is Teenage Sex and Death at Camp Miasma één grote, fantastische kots van andere horrorfilms. Het uiterlijk van Little Death heeft verdacht veel weg van Pyramid Head uit Silent Hill, het verhaal leunt sterk op dat van Sleepaway Camp en naar klassieker Psycho wordt zelfs expliciet verwezen. En net zoals The Silence of the Lambs berucht staat om haar problematische antagonist, ontleedt Schoenbrun hier de manier waarop trans-identiteiten in klassieke horror werden gedemoniseerd.
Dat Schoenbrun verknocht is aan het genre, bleek ook al uit diens vorige werk. Debuutfilm We’re All Going to the World’s Fair ging over een tiener die verdwaalt in een online horror-rabbit hole, en I Saw the TV Glow legde de existentiële horror bloot van leven met een onderdrukte identiteit. In Teenage Sex and Death at Camp Miasma keert hen het genre definitief binnenstebuiten, met Einbinder en Anderson als onze gidsen.
We spreken het duo online, een paar maanden nadat de film in première ging op het filmfestival in Cannes en daar werd bekroond met de Queer Palm. We vragen Einbinder naar Kris, en in hoeverre haar personage een alter ego is van Schoenbrun. Ze zijn immers allebei queer, filmmaker en horrorfan. Einbinder twijfelt hardop: ‘Ik zou niet zo ver willen gaan om Kris een direct alter ego te noemen. Ze is eerder een soort vervormde spiegelversie van Jane.’
Filmmaker Kris heeft weinig ervaring met het verkennen van haar eigen seksualiteit en intimiteit. Pas wanneer ze bij de veel oudere en magistrale Billy arriveert, lijkt ze iemand te ontmoeten die haar hierin mee op sleeptouw neemt. Dit plotpunt sluit naadloos aan bij Schoenbruns eigen leven: in een interview met Vulture vertelde de regisseur dat hen tot diens 32e – het moment dat Schoenbrun uit de kast kwam als trans – slechts met één persoon het bed en de liefde had gedeeld: diens partner Melissa Ader, met wie hen al vanaf hun 18e samen was. Pas in 2022 besloten ze hun relatie open te breken en nieuwe vormen van identiteit op te zoeken. Die zoektocht spiegelt zich in de film: ook Kris heeft een partner die oppert om polyamoureus te gaan, terwijl Kris worstelt met wat ze daar nou echt bij voelt.
Einbinder: ‘Ik heb een paar specifieke fysieke trekjes van hen overgenomen, maar het belangrijkste waren de emotionele ervaringen van het personage. Ik heb veel gehaald uit de intieme gesprekken met Jane over onze ervaringen rondom het thema van de film. Het was een intens emotioneel, maar prachtig proces.’
‘Zelf ben ik door en door Californisch: erg rustig en chill. Kris is juist enorm gespannen en angstig. Het was een uitdaging om op die specifieke frequentie te gaan zitten en haar angst niet als een trucje te spelen, maar geloofwaardig te maken. Wat ik over haar leerde, liep parallel aan wat ik over mezelf leerde. Het mooiste cadeau van ons vak is zelfontdekking en begrip. Ik hoop dat het publiek door de film dezelfde vragen over zichzelf gaat stellen als ik heb gedaan.’
Het was Einbinder die zelf het initiatief nam en Schoenbrun opbelde met de vraag of ze Kris mocht spelen. Het werd haar allereerste filmrol na haar grote doorbraak in televisieserie Hacks. Einbinder: ‘Hacks heeft me het privilege gegeven om kieskeurig te zijn. Om te kunnen wachten op rollen die echt aansluiten bij je eigen smaak, is een zeldzaamheid in dit vak. Zolang ik mezelf kan onderhouden, wil ik alleen werk doen waar ik me diep mee verbonden voel. Zowel Hacks als deze film zijn projecten met een zekere politieke lading, en dat vind ik belangrijk. Ik lever simpelweg mijn beste werk af als ik me op een oprechte manier met het onderwerp kan identificeren.’
Gillian Anderson herinnert zich haar eerste Zoom-gesprek met Schoenbrun nog goed. Schoenbrun gaf daarin direct eerlijk toe een groot fan te zijn van The X-Files en de door Anderson gespeelde Scully. Anderson: ‘Omdat ik in een serie heb gespeeld die als iconisch wordt beschouwd, en door de jaren heen meer van dat soort rollen heb mogen spelen, begrijp ik de unieke relatie die mensen daarmee hebben. Iedereen gaat er anders mee om. Sommige acteurs kiezen ervoor om er in het openbaar continu op in te spelen. Mijn personage Billy doet dat aan het begin van de film ook een beetje, met hoe ze opkomt met haar hoed op.’
‘Zelf heb ik echter een heel andere relatie met dat fenomeen,’ vervolgt Anderson. ‘Rollen zoals Bedelia Du Maurier in Hannibal – personages die zich heel bewust zijn van hoe ze door de wereld worden gezien – hebben waarschijnlijk meer invloed gehad op hoe ik Billy speelde. Ik begrijp vanuit een objectief perspectief waarom ik gecast werd, maar het blijft een ingewikkeld snijvlak tussen het personage en jezelf.’
Net als Billy geldt Anderson ook al decennia als ‘iconisch’, in het bijzonder binnen de queer community. Met dank aan The X-Files en Hannibal en recenter vanwege haar rollen in series als The Fall, The Crown en Sex Education.
Zelf blijft Anderson er heel nuchter onder: ‘Ik denk er eigenlijk alleen aan als ik eraan word herinnerd, zoals tijdens persdagen of fotoshoots. Ik begrijp het verschijnsel wel, maar niet vanuit mijn eigen beleving, omdat ik zelf nooit op die manier een icoon heb gehad waar ik fan van was. Ik heb een wat vreemde verhouding met fandom. Het voelt als iets waarvan ik me distantieer, maar tegelijkertijd ben ik er ontzettend dankbaar voor en waardeer ik de connectie met het publiek enorm. Maar het houdt me niet dagelijks bezig. Als ik moeder ben of in de supermarkt sta, denk ik er echt niet aan.’
Wanneer we tot slot vragen naar de horrorfilms die hen zelf hebben gevormd, blijkt dat de twee een heel verschillende band hebben met het genre.
Einbinder: ‘Silent Hill is echt een film die mij heeft gevormd. Ik zag hem als klein meisje en hij joeg me toen de stuipen op het lijf; het was mijn absolute nachtmerrie. Toen ik hem onlangs herkeek, zag ik de film ineens met heel andere ogen. Ik werd er opnieuw door gegrepen, maar dit keer vanuit het perspectief van de moeder. Ineens zag ik dat het in essentie een verhaal is over moederliefde en hoe ver een ouder gaat voor haar kind. Het was een bijzondere ervaring om die film als volwassene opnieuw te beleven.’
Bij Anderson zit de angst voor het genre aanzienlijk dieper. ‘Ik heb op veel te jonge leeftijd een nare ervaring gehad met een horrorfilm, waardoor het genre daarna nooit meer onderdeel van mijn leven is geweest. Als ik nu horrormuziek hoor, schrik ik al. En hoewel ik in series heb gespeeld die tegen het genre aanschuren, voelde dat altijd anders. In The X-Files was Scully heel vaak niet in de kamer als het eng werd, en in Hannibal speelde ik de psychiater. Mogelijk heb ik onbewust rollen gekozen waarbij ik niet midden in de akelige actie zat. Maar dit project heeft doen inzien wat horror voor mensen kan betekenen. Ik ben daarom vastbesloten om mijn relatie met het genre te herzien.’