Terugkijken is niet echt mijn sterkste kant, ik heb een heel slecht geheugen. Daarbij: terugblikken wordt al snel een treurige bezigheid als het gaat om 2020. Ik zie alle kruisjes in mijn agenda en denk aan alle dingen die we juist niet deden. Dit jaar kan natuurlijk op allerlei manieren worden beschreven, maar voor de gemiddelde, redelijk gezonde filmganger was het voornamelijk saai, terwijl er tegelijkertijd constant dramatisch nieuws op ons afkwam.
Onze nieuwe wereld werd beschreven als een oorlogssituatie, met een shelter in place, een ‘nous sommes en guerre’ tegen een onzichtbare vijand, een normalisering van het woord lockdown. Alsof we met z’n allen letterlijk opgesloten zaten. Of zitten. Dat viel eigenlijk wel mee, maar het was wél eenzaam. We zagen onze vrienden zo zelden dat we tegen onze planten gingen praten. Of imaginaire vrienden moesten maken.
Het duurde allemaal best lang. Het duurt nog steeds lang
Constant thuis zijn omdat je de straat niet op mocht was in vroegere tijden veel normaler. Eigenlijk alleen voor vrouwen, dat moet ik er wel bij zeggen. Het werd als ordinair en gevaarlijk beschouwd om als vrouw alleen over straat te gaan. Vrouwenlevens speelden zich binnen af. Geen wonder dat ze hun levensenergie ergens in huis kwijt moesten. Wij verfden alle muren of gingen massaal brood bakken, zij schreven een boek of koppelden hun dorpsgenoten aan elkaar, als remedie tegen hun eigen eenzaamheid. We get it now.
Het duurde allemaal best lang. Het duurt nog steeds lang. Zo lang dat het helemaal niet zo vreemd is om je grip op de realiteit een beetje te verliezen. Misschien ben je die al verloren en heb je het alleen nog niet door. Soms, als je realiteit een onverwachte transformatie ondergaat, kun je tijdelijk je verstand verliezen. Daar is niets raars aan. Tijdens de eerste lockdown rapporteerden veel meer mensen vreemde dromen. Was het allemaal een droom? Ben ik eigenlijk wel wakker? Feit en fictie lopen al snel een beetje door elkaar. Zie het als een coping mechanism.
Sommige mensen creërden als gevolg hiervan hun eigen werkelijkheid. Ook een coping mechanism, wel een potentieel gevaarlijke.
Sommige mensen dachten: fuck it, ik leef maar één keer. Ik laat alle decorum varen en ik doe wat ik wil. Verstandig is anders, maar het was wel heel 2020.
Wij doen zelf onze deur op slot, we worden niet vastgehouden
Iets later in het verhaal was de ergste paniek weg. We kwamen ons huis uit, keken naar de blauwe lucht en dachten: weet je wat ik het liefste wil? Terug naar kantoor. Terug naar de bureaus, de knipperende tl-lichten, de collega’s. Terug naar de kantoorkoffie. Naar vijf keer ‘goedemorgen’ op een ochtend. Dat gevoel is niet iedereen gegund. Als je het hebt, moet je het koesteren.
Maar voor we ten volle van onze vrijheid hadden genoten, zaten we weer in onze zelfbenoemde gevangenis. Is het een gevangenis? Volgens sommigen wel. Het is maar net hoe je het ziet. Of hoe het wordt weergegeven. Maar wij doen zelf onze deur op slot, we worden niet vastgehouden. We kunnen gewoon een wandeling door het bos maken. Of het park. Of het plantsoentje. Of de straat. Alles is goed, zolang we maar in beweging blijven.
Dit was mijn jaar in film. Om even vooruit te blikken: ik hoop op geen enkele coronafilm in de toekomst. Geen. Enkele. Ik meen het. Dank u alvast. Op naar 2021.