Interview

‘Mensen botsen continu.’ Regisseur Louw Venter over zijn mozaïekfilm STAM

Op Vitamine Cineville zie je exclusief de online premièrefilm STAM, een raamvertelling die zich afspeelt tijdens één lange nacht in het schemergrauwe centrum van Kaapstad. Het is het speelfilmdebuut van de Zuid-Afrikaanse acteur en regisseur Louw Venter, en een Nederlandse co-productie.

In STAM zie je de nachtelijke, chaotische straten van Kaapstad door de ogen van Jonah, een jongen van tien die samen met zijn verslaafde moeder Chantall onder een brug leeft. Jonah heeft in zijn korte leven al veel te veel gezien. Als Chantall hem alleen laat om nog één keer te scoren wordt hij geholpen door Aphiwe, die hem naar het politiebureau brengt. Ondertussen, in een ander deel van de stad, rekent agent Dawid af met zijn verleden, een trauma waar hij zijn nieuwe vriendin Samiah, die als verpleger in het ziekenhuis werkt, niets over heeft verteld. Vijf ogenschijnlijk losstaande en bovendien eenzame figuren in de nacht, die als de ochtend zich aandient toch met elkaar in aanraking zijn gekomen.

STAM is het debuut van de Zuid-Afrikaanse filmmaker Louw Venter. Voor de productie werkte hij onder andere samen met het Amsterdamse productiehuis HALAL en een hele rits andere buitenlandse producenten. We hadden het met Venter over zijn mozaïekfilm, vanuit zes verschillende perspectieven.

Ik heb geprobeerd een eerlijke film te maken

Productieposse

STAM is een co-productie, een samenwerking tussen onder andere Zuid-Afrika en Nederland. Wat ik het meest waardeerde aan die manier van werken was het perspectief van een buitenstaander op je eigen omgeving. Het lijkt op het observer effect in quantummechanica. Ik werkte samen met mensen uit Nederland, Zuid-Afrika, Brazilië, Frankrijk, Duitsland en Noord-Amerika, dus ik moest de hele tijd vanuit al die referentiekaders naar het verhaal kijken en bedenken wat ik achterwege moest laten, wat ik moest toelichten en wat ik juist heel eigen en specifiek moest houden. Ik pretendeer niet dat ik een perfecte film kan maken waar iedereen blij mee is, maar ik heb wel geprobeerd een eerlijke film te maken, en de dynamiek van het samen produceren droeg daar enorm aan bij. Bovendien gaat STAM over connecties. Als maker moet je contact maken om films van de grond te krijgen. Ik voel me heel erg verbonden met al mijn collega’s, van de Amsterdammers bij HALAL en De Grot tot de mensen die me hun levens onder de bruggen van Kaapstad lieten zien tot de mannen die iedere dag de Dixies naar de set kwamen brengen.’

Living for the city

‘Jaa, Stevie Wonder! Dat nummer gaat over het maken in de grote stad. Wat dat soort ambitie betekent hangt denk ik van de context af. Toen het idee voor STAM ontstond werkte ik als fondsenwerver voor een organisatie die dakloze kinderen in de binnenstad van Kaapstad opvangt. Op een dag kwam er een jongen van een jaar of tien aan, duidelijk high van de crystal meth. Hij was even oud als mijn zoon toen was. Zijn vader was overleden en zijn moeder was gearresteerd. Op een gegeven moment bleek dat hij de andere kinderen in de opvang seks aanbood. Hij dacht dat ze hem daarvoor twee Rand zouden geven (ongeveer 0,11 Euro, red.), waarmee hij snoep kon kopen. Voor die kleine jongen was dat de realiteit. Wat betekent ‘het maken’ dan?’ 

Steden worden in film vaak als eenduidige plekken neergezet

‘Steden worden in film vaak als eenduidige plekken neergezet. De rokerige metrostations van New York in de jaren 80, het geromantiseerde Cairo van James Bond, de eindeloze schemering van Gotham City. In het echt zijn steden natuurlijk samengestelde werelden die naast elkaar leven. Soms dynamisch, maar meestal niet op de hoogte van elkaars bestaan. In STAM betekent ‘het maken in de grote stad’ voor ieder personage iets anders, maar het betekent voor hen allemaal simpelweg overleven. Overleven ís in deze film het maken.’

Kruispunten

‘Ik wilde niet dat de verhaallijnen mechanisch aan elkaar verbonden zouden worden, maar ze moesten wel samenkomen. Misschien kan je het beter botsen noemen. Dat doen we als mensen continu: we botsen tegen elkaar op via de media, via de manier waarop we consumeren, de ruimte die we innemen, het afval dat we produceren, onze tradities, geweld, politiek, misdaad, financiën, seks. We kunnen er niet omheen. En toch proberen we zo vaak eilandjes van onszelf te maken. Soms denk ik dat we zo platgewalst worden met hoe verbonden we zijn, dat we als reactie een soort cognitieve dissonantie hebben ontwikkeld. Dat kan helaas ook blindheid veroorzaken, alsof je door een ruime vol spullen loopt met een blinddoek op. En dat is gevaarlijk. Kijk naar hoe COVID de Amerikaanse maatschappij kapotmaakt, en hoe die schade alleen maar groter wordt doordat niemand ziet dat dingen met elkaar in verband staan, dat je acties gevolgen hebben voor anderen, en vice versa. De personages in STAM komen elkaar tegen zodat we kunnen zien wat er dan gebeurt, waar we voor kiezen als we elkaar treffen.’

Jonah

‘Jonah wordt gespeeld door Neil Heyns. We deden een open casting en daar kwam hij al vrij snel uit naar voren. Ik geloof niet in langdurige castings. Ik ben op zoek naar hele specifieke acteurs, waar ik dan workshops mee doe. Bij Neil zag ik meteen hoe intelligent en nieuwsgierig hij is, en dat is voor een acteur van grote waarde. Hij is de gouden draad in het tapijt van STAM.’

Nachtlicht

‘Het licht speelt eigenlijk meer een hoofdrol dan de stad. Pierre de Villiers deed het camerawerk. We hebben voor iedere scène en ieder personage hele specifieke soorten licht gebruikt. Voor de nacht gebruikten we vaste sferische lenzen op een RED Gemini, voor de dag Pancro anamorfe lenzen. Als de zon opkomt, breken de personages ook open. Qua locaties hadden we het geluk dat we soms ‘live’ konden draaien. Onder de brug waar Chantall en Jonah wonen, leefden in het echt ook mensen. Ik ben er een week van tevoren nog een keer naartoe gegaan om ze te interviewen, maar toen we zouden gaan draaien had de politie ze gedwongen te verhuizen en hebben we de omgeving moeten nabouwen. Het ziekenhuis is ook echt, daar waren gewoon mensen aan het werk.’

Zuid-Afrikaanse filmmakers hebben te weinig vertrouwen in ons werk

Afrikaans

‘De personages in STAM spreken Afrikaans. Veel jonge Zuid-Afrikaanse filmmakers maken films in het Afrikaans en andere Zuid-Afrikaanse talen. Het is een enorme uitdaging. De fondsen zijn voorzichtig, de maatschappij is getraumatiseerd en de overheid functioneert niet. Het gevolg is dat we te weinig vertrouwen hebben in ons werk. Decennialang hebben filmmakers niet de dingen mogen maken die ze wilden maken, en de films waren daardoor vaak slecht. Door de digitale mogelijkheden en een paar dappere ambassadeurs komt er nu een nieuw soort cinema op. Het wordt soms de Afrikaanse New Wave genoemd, maar ik weet niet of dat het juiste label is. Afrikaans is een rare taal. Het is de taal van de onderdrukker, van de Apartheid, maar ook de taal van protest en prachtige kunst en literatuur. Het wordt gesproken door mensen met allerlei achtergronden, religies en demografie, en is niet alleen verbonden met het Nederlands maar ook met het Arabisch, Frans, Maleis, Engels, Isizulu, IsiXhosa, Tswana, Pedi en de Khoisantalen. Het eerste boek dat ooit in het Afrikaans werd uitgebracht was de Quran. Ik hoop dat Afrikaanse cinema een wereldwijd fenomeen wordt, net zoals de Franse, Engelse en Koreaanse film.’

STAM is nog tot zeker 1 januari te zien op Vitamine Cineville, gratis met je Cinevillepas.

Lauren

Lauren is naast haar werk voor Cineville ook programmeur bij Imagine Film Festival en neemt overal haar stokoude camera mee naar toe. Ze houdt van heksen, muziekdocumentaires en alles dat larger than life is, en heeft een geheim keldertje vol B-horror.

Gerelateerde artikelen