Achtergrond

Een socialist met een snorretje

Van The Kid tot Limelight en van problematische relaties tot ruzie met de FBI: ter ere van het landelijke Charlie Chaplin retrospectief duiken we in het veelbewogen leven van de socialist met de snor.

Een snorretje, een bolhoedje, een versleten pak, dat loopje… de beeltenis van Charlie Chaplin behoort tot de allerbekendste ooit. Chaplin staat te boek als de eerste echte wereldster en ging de geschiedenis in als de grootste komiek aller tijden. Maar dat is niet zijn hele leven vanzelfsprekend geweest.

Tip van Lauren

The Kid

Chaplins eerste lange film, vol slapstick en sentiment.

Charles Spencer Chaplin werd in 1889 geboren in Londen, als kind van twee artiesten. Klinkt romantisch, maar dat was het niet: de Chaplins waren straatarm en raakten al snel van elkaar vervreemd. Zijn moeder belandde in een gesticht, zijn vader stierf al vroeg aan levercirrose, en de kleine Charlie kwam op een school voor de armen terecht.

Hij moest zelf misschien van ver komen, maar het talent kwam er bij Chaplin razendsnel uit. Op zijn vijfde stond hij al op het podium, op zijn tiende verliet hij school om zich vervolgens op zijn dertiende bij een theatergezelschap aan te sluiten. Niet veel later brak hij door als komiek, toerde door de Verenigde Staten en kwam uiteindelijk in 1914 te werken voor verschillende Amerikaanse filmstudio’s. Chaplin verhuisde naar Los Angeles, maakte zijn eerste korte films en werd al snel een grote naam en verfijnde zijn persona: het typetje The Tramp werd geboren en in 1915 was hij al zo’n fenomeen dat zijn gelaat op allerlei merchandise stond. Chaplin verdiende daar voor die tijd onvoorstelbare bedragen mee.

Hij moest zelf misschien van ver komen, maar het talent kwam er bij Chaplin al snel uit

Zijn eerste eigen speelfilms kwamen van de grond toen hij, samen met D.W. Griffith, Mary Pickford en Douglas Fairbanks, productiehuis United Artists oprichtte. Zo hield hij alle touwtjes in eigen handen. In 1921 debuteerde hij met The Kid; Chaplin schreef, regisseerde, monteerde, componeerde en speelde uiteraard de hoofdrol. De Tramp neemt in The Kid de zorg voor een vondeling op zich. Hij voedt het jochie op, leert ‘m de kneepjes van het vak (ruitjes ingooien en vervolgens aankloppen om ze te repareren), en is ondanks zijn klungeligheid toch vooral een liefdevolle voogd. Het is tekenend voor Chaplins aandacht voor degenen die het minder goed hebben: de straatschoffies en de working class gingen hem aan het hart.

Chaplin in 1915

Ook de beroemde meesterwerken die hij later maakte gaan over ongelijkheid, geld en klasse. The Gold Rush (1925) over de goudkoorts in Klondike, City Lights (1931) over een blinde bloemist die het armoedige voorkomen van de Tramp niet ziet, en Modern Times (1936) over de opkomst van de industrialisatie. De klungelige Tramp treedt steevast op als komische antiheld, maar de slapstick komt altijd met een boodschap. Die boodschap verkondigde hij extra luid toen de Tweede Wereldoorlog begon en hij in 1940 Adolf Hitler op de hak nam in The Great Dictator. In de film speelt hij zowel de grote dictator Adenoid Hynkel als een joodse kapper speelde die met Hynkel verward wordt. Chaplin werd zelf ook vaak met Hitler vergeleken omdat ze hetzelfde snorretje hadden, en tegelijkertijd vaak voor joods aangezien (wat hij niet was).

Modern Times

Charles Chaplin krijgt het aan de stok met de lopende band, de industrialisatie en het kapitalisme.

‘What I want is that every child should have enough to eat, shoes on his feet and a roof over his head,’ sprak Chaplin ooit in een gesprek met collegakomiek Buster Keaton over zijn vermeende communistische idealen. Keaton antwoordde daarop: ‘But Charlie, do you know anyone who doesn’t want that?’ FBI-baas J. Edgar Hoover in ieder geval niet. De communistenhaat tijdens het Mccarthyisme en het gegeven dat Chaplin meer fans had dan Jezus baarden zorgen. (Al waren er heus wel mensen die hem niet kenden: in 1931 ontmoette Chaplin nog zijn eigen idool, Mahatma Gandhi, vlak na de première van City Lights. Een film die Gandhi zelf nooit gezien had, en die Chaplin, daar had hij ook nog nooit van gehoord.)

Communistenhaat [...] en het gegeven dat Chaplin meer fans had dan Jezus baarden zorgen

De FBI zaagde gestaag aan Chaplins stoelpoten. Dat zijn privéleven keer op keer in opspraak raakte was daarbij koren op de molen. Chaplin schaakte keer op keer jonge vrouwen. Dat aspirant-actrice Joan Berry zwanger van hem raakte (zij was 22, hij 52), wat Chaplin weer ontkende, ontaarde in een rechtszaak en een aanklacht door de FBI, die hem daarmee monddood probeerde te maken. Een ramp voor zijn pr. Dat Chaplin op zijn 54e trouwde hij met de 18-jarige Oona O’Neill – het zou tot zijn dood zijn grote liefde blijven – hielp uiteraard ook niet, en tot op de dag van vandaag kleven dit soort schandalen aan hem.

Ondanks zijn tanende populariteit en het giftige politieke klimaat, bleef Chaplin films maken, maar de toon van zijn verhalen werd steeds cynischer. Monsieur Verdoux (1946) is eerder een film noir dan een komedie: Chaplin speelt Verdoux, een eersteklas oplichter. Verdoux versiert vrouwen om hen geld afhandig te maken, en deinst daarbij niet terug voor een moordpartij hier en daar. Dat Chaplin het kapitalisme als hebzuchtig en gewetenloos afgeschilderde, daar kon inmiddels geen twijfel meer over bestaan.

Chaplin (rechts) met Buster Keaton in Limelight

‘I’ve made and lost a fortune in my wild career. Some say the cause was women, and some say it was beer,’ zingt Chaplin in zijn laatste Amerikaanse film Limelight (1952). Naast vrouwen en bier zou je daar politiek aan toe kunnen voegen. In Limelight speelt Chaplin een aan lager wal geraakte komiek, die een jonge suïcidale ballerina van de dood redt. Ze leren elkaar weer van het leven te houden, ook als het minder gaat met hun carrière. In de echte wereld ging het er wat minder zoetsappig aan toe. Omdat Limelight zich in Londen afspeelt, maakte Chaplin een reis naar zijn geboorteland. Nog maar net met de boot uit de haven, werd zijn visum voor de terugreis ingetrokken. De film zou daarna twintig jaar lang geboycot worden in de Amerikaanse bioscopen.

Eenmaal terug in Europa emigreerde Chaplin naar Zwitserland en legde zich neer bij het terugreisverbod voor het land waar hij veertig jaar lang woonde en furore maakte. Zijn laatste, minder succesvolle films zou hij in Engeland maken. Een daarvan was de politieke satire A King in New York (1954), over een verbannen koning die asiel aanvraagt in de VS, een pijnlijke knipoog naar wat hij zelf net meemaakte. De ironie daarvan zouden zijn Amerikaanse fans pas in 1972 kunnen zien, toen er eindelijk een herwaardering (en een ere-Oscar) kwam voor de kleine man met een problematisch privéleven, maar een enorme invloed op de filmgeschiedenis. En hopelijk ook op de echte wereld, al heeft nog steeds niet elk kind genoeg te eten, schoenen aan z’n voeten en een dak boven z’n hoofd.

---

In het Charlie Chaplin retrospectief 2021 kan nog t/m 30 november tien in 4k of 2k opgepoetste films van hem zien, van The Kid tot A King in New York. Meer informatie vind je hier. 

Christiaan Boesenach

Christiaan Boesenach is sinds 2013 redacteur bij Cineville. Hij kijkt films op elk onbewaakt ogenblik dat hij niet met boeken bezig is (en andersom). Hij heeft A Space Odyssey 2001 keer gezien, huilt nog steeds om die scène dat E.T. bijna doodgaat en ervaart het leven sindsdien als een hele lange Béla Tarr-long take.

Gerelateerde artikelen