Voor het eerst in vier jaar waren we met Cineville aanwezig op het filmfestival van Venetië, maar iedereen die mee was (twee redacteuren, onze socialmediamanager en onze directeur communicatie), was er voor het eerst. We keken aan één stuk door films, spraken makers en acteurs, maakten video's voor onze socials en bezochten de nodige netwerkborrels.
Achtergrond
Dit vonden en zagen we op het filmfestival van Venetië

Begin september streken we met de Cineville-redactie neer op het Lido voor de 83ste editie van het Mostra del Cinema. In negen dagen keken we meer dan zestig films. Van grote publiekstrekkers als Primetime en Wild Horse Nine tot kleine ontdekkingen als Ground Floor en The Color of the Sun. We nemen je mee achter de schermen van onze drukke festivalweek en vertellen je wat ons opviel in het filmaanbod van dit jaar.
Het filmfestival van Venetië vond plaats van 1 tot en met 12 september; wij waren er zelf van 2 tot en met 11. In die negen dagen hebben we met z’n allen meer dan zestig films gezien. Er zijn twee gebruikelijke manieren om in Venetië aan te komen. Ga je met het vliegtuig, dan land je op luchthaven Marco Polo op het vasteland. Pak je de trein, dan stap je uit op het eiland Santa Lucia. Vanaf daar namen wij de boot naar onze thuisbasis, het eiland San Marco. Dit is het bekende, toeristische hart van de stad, waar je vooral slecht en vettig eten vindt en je overal wordt doodgegooid met precies dezelfde souvenirkraampjes.
Om bij het filmfestival te komen, gingen we iedere ochtend met de waterbus naar het Lido – door ons al snel ‘het filmeiland’ gedoopt. Eenmaal aangekomen op het Lido, moet je eerst door de beveiliging om op het festivalterrein te komen. Er is een rij voor mensen met een festivalpas en eentje voor mensen zonder pas – al was niet duidelijk waarom, want iedereen werd gecontroleerd. Op het terrein krioelde het van de journalisten, filmmensen en studenten. Als je heel vroeg was, zag je soms mensen in slaapzakken liggen – deels om als eerste een plekje bij de loper te bemachtigen om sterren te spotten, deels omdat een slaapplaats op het eiland vaak niet te betalen is. Dat de bezoekers gefrustreerd waren over de bizarre prijzen en het gevoel dat zelfs ‘ademen hier geld kost’, was goed terug te zien op de ‘feedbackmuur’, a.k.a. de klaagmuur.
Onze persoonlijke favoriet was Sala Giardino, een knalrood blok van een gebouw waar je bij binnenkomst werd overspoeld door vogelgeluiden
In totaal kent het festival zo’n tien filmzalen. De belangrijkste: de Sala Grande (die gek genoeg niet eens heel groot was). Hier vinden alle wereldpremières van de competitiefilms plaats. Dit jaar zat juryvoorzitter Maggie Gyllenhaal met haar brigade bij vrijwel elke officiële (avond)première films te kijken – in Venetië zit de jury namelijk, anders dan in Cannes, traditiegetrouw in de zaal samen met de cast en crew van de vertoonde film. Robert Pattinson (Primetime) was er, net als Werner Herzog en Kate en Rooney Mara (Bucking Fastard), John Malkovich (Wild Horse Nine), Alicia Vikander en Susan Sarandon (The Echo Chamber) en vele anderen. Zelf pikten we één rode loper-première mee, die van Naza – waar toevallig de langste staande ovatie ooit werd gegeven, van 25 minuten. Verder kozen we liever voor de persvoorstellingen in de Sala Darsena, die voor ons gevoel een stuk groter was, en waar je niet verplicht was om een gala-outfit aan te trekken.
In Palazzo del Casinò, het gebouw naast Sala Grande, bevonden zich meerdere zalen, waaronder de Sala Perla (waar alle films uit de Giornate-sectie in première gingen, waaronder Al baraneya, het debuut van de Nederlands-Egyptische regisseur Asghan El-Hamus, die we op de voet volgden op de dag van haar première) en Sala Volpi, een piepklein perszaaltje. Onze persoonlijke favoriet was Sala Giardino, een knalrood blok van een gebouw waar je bij binnenkomst werd overspoeld door vogelgeluiden en beamerprojecties van... natuurelementen? Het was in ieder geval mooi om naar te kijken en binnen was het er altijd ijskoud – heel fijn als het buiten iedere dag boven de dertig graden is.

Wat we vonden van het festival
Om te bepalen welke films we wel en niet bekijken, hebben we één simpele regel: we focussen ons op de titels die later in het jaar in de Cineville-theaters te zien zullen zijn. Soms is een film al aangekocht door een Nederlandse distributeur, maar soms ook niet en is het meer een gokje. In de praktijk kom je dan bijna altijd uit bij de hoofdcompetitie van het festival. Ter illustratie: de 22 competitiefilms van Cannes zijn sinds afgelopen lente op één na (The Birthday Party) allemaal aangekocht. Onze focus lag in Venetië dus grotendeels op die hoofdcompetitie, aangevuld met een paar veelbelovende titels uit nevensecties.
Wat nog voor de start van het festival opviel: in de hoofdcompetitie was aanvankelijk slechts één vrouwelijke regisseur te vinden, May el-Toukhy met Woman Unknown. Dat er in 2026, en nog steeds, zo weinig ruimte is voor vrouwelijk filmtalent, stuitte dan ook op flink wat verontwaardiging. Waar het filmfestival in Berlijn dit jaar met 9 vrouwelijke regisseurs op 24 competitiefilms nog aardig in de buurt van een balans komt, en Cannes met 5 op de 22 al flink achterblijft, spande Venetië wel heel schril de kroon met één vrouw in de hoofdselectie. Of nou ja, twee: op de valreep werd Naza nog toegevoegd, mede geregisseerd door Rachel Szor.

Gevraagd naar deze onderrepresentatie pareerde festivaldirecteur Alberto Barbera met de stelling dat de hoofdprijzen vaak naar vrouwelijke makers gaan. Dat bleek achteraf ook: Woman Unknown won de Gouden Leeuw, en de prijs voor Beste Film in de Orizzonti-sectie ging naar Un détour par Diane, mede geregisseerd door Ann Sirot. Verder beweerde Barbera dat de kwaliteit van de ingezonden films door vrouwen dit jaar achterbleef en dat het percentage inzendingen van vrouwelijke makers was gedaald van 30% naar 24%.
Dat het een uitgesproken politieke editie zou worden, bleek al toen Naza als allerlaatste titel aan het programma werd toegevoegd. De enige documentaire in de hoofdcompetitie – van Yuval Abraham en Rachel Szor, medemakers van het Oscarwinnende No Other Land – is een huiveringwekkende blik op de militaire systemen en algoritmes achter de grote hoeveelheid burgerdoden in Gaza. Festivaldirecteur Barbera hield de nieuwe toevoeging bewust zo lang mogelijk stil om politieke druk voor te zijn. Het nieuws rondom de film – die uiteindelijk de Special Jury Prize won – domineert inmiddels de krantenkoppen: de Israëlische overheid dreigt de paspoorten van de regisseurs in te trekken, hun families worden belaagd en de producenten zetten alles op alles voor een snelle wereldwijde release. In de Nederlandse filmtheaters – en Cineville – is-ie daarom vanaf 1 oktober al te zien.

Naza
24 Israëlische soldaten getuigen voor de camera van No Other Land-makers Yuval Abraham en Rachel Szor over hun aanvallen op Gaza.
Naza was overigens niet de enige film die de Israëlische agressie aan de kaak stelde. We zagen ook de documentaire Citizen Osama (over een Palestijnse journalist in Gaza) en het drama Conversation with the Sea (over een 60-jarige Palestijnse man in Jeruzalem die het bevel krijgt om een schuld af te lossen van zijn overleden zoon). Ook de VS en Rusland kregen ervan langs. De maatschappijkritiek was niet van de lucht in films als Musk (over Elon Musk), Dau (over een wetenschapper die z'n menselijkheid verliest aan het Sovjet-systeem), Camouflage (over Oekraïense vluchtelingen in Berlijn) en Ink (over Rupert Murdoch en de opkomst van de rechtse riooljournalistiek).

Wat we zagen in de films
Eén thema kwam opvallend vaak terug in de films die we zagen op het festival: exploitatie. In Possible Love bijvoorbeeld, de nieuwe film van Lee Chang-dong (Burning), wil een rijk echtpaar een arbeiderskoppel gebruiken voor een documentaire. Ze zijn vooral geïnteresseerd in de man, die zonder pardon is ontslagen en na een traumatische staking zijn leven niet meer op de rit krijgt. Of neem Primetime, over tv-presentator Chris Hansen, die in 2006 op de hoogste kijkcijfers jaagt door met draaiende camera’s mannen in de val te lokken die proberen af te spreken met een minderjarige.
In Mr. Nelson, Did You Kill People? (helaas nog niet aangekocht door een Nederlandse distributeur), veruit de meest gewelddadige film uit de hoofdcompetitie, is te zien hoe een Afro-Amerikaanse man moet vechten in de Vietnamoorlog voor een vaderland dat hem als uitschot behandelt. Op het Vietnamese platteland wordt hij daarna zelf in de rol van onderdrukker geduwd. Een andere kleine, indrukwekkende film zonder distributeur is Ground Floor. Hierin wordt een huurder uitgebuit door een huisjesmelker. Terwijl schimmel het hele appartementencomplex sloopt, woont de eigenaar zelf in een droomachtige loft met een oneindig aantal kamers. En zelfs in een lieflijk drama als Place to Be vonden we het thema terug. Ellen Burstyn – die op het festival een oeuvreprijs in ontvangst nam – speelt een omaatje dat een verdwaalde duif thuis wil brengen, om erachter te komen dat de vogel zo door de mens is uitgebuit dat hij al lang geen ‘thuis’ meer heeft.

Een tweede terugkerend motief was de neerwaartse spiraal – het proces waarin alles van erg naar erger gaat. In de Italiaanse thriller L’estranea (Engels getiteld The Spiral) zat het er letterlijk in, maar ook in andere films trokken de hoofdpersonen zichzelf steeds dieper naar de bodem. Neem Woman Unknown, waarin het verdoezelen van een duister verleden een domino-effect in gang zet. Of The Echo Chamber, waarin de liefde zo verstikkend is dat het alle negatieve gevoelens en verslavingen alleen maar versterkt. In Un bon petit soldat trekt een kersverse HR-manager zichzelf klem in een kille bedrijfscultuur, terwijl in Ground Floor schimmel letterlijk en figuurlijk als een spiraal door een gebouw en diens bewoners loopt. Het Belgische drama Un détour par Diane bleek vreemd genoeg een van de weinige films waarin een personage actief uit zo'n verstikkende cirkel probeert te breken.
Tot slot was er een opvallende architectonische trend: heel veel films draaiden om huizen. Vervallen huizen, gloednieuwe huizen, huizen als metafoor of als politiek statement. Zo was er Wim Wenders’ documentaire From Inside Out: The Architecture of Peter Zumthor en het Iraanse drama Falling House, dat deed denken aan The Seed of the Sacred Fig en een tirannieke vader volgt die zijn gezin opsluit in een woning die binnen enkele uren gesloopt gaat worden. In Bunker van regisseur Florian Zeller speelt Paul Dano een Elon Musk-achtige miljardair die een architect (Javier Bardem) vraagt een doomsday-bunker te bouwen – zo slim ontworpen dat Dano’s personage zelfs na het vergaan van de wereld, en zonder een cent op de bank, de macht behoudt.

Bunker
Een architect (Javier Bardem) neemt een controversiële opdracht van een techmiljardair (Paul Dano) aan: het ontwerpen van een luxe overlevingsbunker.
Exploitatie, spiralen en huizen: dat is in een notendop wat we zagen op de 83ste editie van het filmfestival van Venetië. Van de zo'n 130 films die in première gingen op het festival zijn er inmiddels zo’n 24 aangekocht voor een bioscooprelease in Nederland. We verwachten dat films als Ground Floor (van de regisseur van Explanation for Everything), The Color of the Sun (met de cinematograaf van Call Me By Your Name) en Un détour par Diane (winnaar van de Orizzonti-hoofdprijs) nog wel een distributeur gaan vinden. Duimen doen we voor eigenzinnige titels als A Man’s Skin (een supercampy bodyswap-musical), Una storia (een zachte film met Alba Rohrwacher, over leegte die je voelt als je kinderen oud worden) en Hombre al agua (een koortsdroom van en met acteur-regisseur Gael García Bernal).
Films als Primetime, Bunker, Wild Horse Nine en Ink staan al op de Nederlandse releaselijst en zie je binnenkort in Cineville. Op Look Back, Woman Unknown, Un bon petit soldat en L’estranea moeten we nog heel even wachten. Maar hopelijk niet te lang.

