Het openingsshot van The Place lijkt op het begin van een mop: ‘een man komt een café binnen. Hij bestelt een espresso en...’ Van moppen weten we dat vanaf dat startpunt álles mogelijk is: er kan een paard met een pot geld binnen lopen, een Belg, een Rus, een dronken cowboy of een pratende papegaai. Een alledaagse omgeving kan juist een toneel zijn voor surrealistische taferelen, en een beetje vreemd wordt het in The Place zeker. Één voor één kruipen er wanhopige mensen bij de man aan tafel - een vader, een non, een blinde - en hij belooft ze hun grootste wensen te vervullen. Ze moeten er alleen nog wat voor doen.
Interview
Regisseur Paolo Genovese over de duivelse dilemma’s in The Place: ‘Iedereen heeft een ander moreel kompas’

In The Place, de nieuwe film van de Italiaanse regisseur Paolo Genovese (Perfetti scionoscuti), kan een doodgewone man in een café wensen laten uitkomen. Is hij God? Of toch de Duivel? Of wil Paolo ons iets anders vertellen?

The Place
In een Italiaans café laat een mysterieuze man al je dromen uitkomen. Maar tegen welke prijs?
We zijn de laatste vijftien jaar ontzettend kritisch geworden
Tot daar de mop. De Italiaanse regisseur Paolo Genovese heeft namelijk geen komedie gemaakt. Net als in zijn vorige film Perfetti scionoscuti, waarin een groep vrienden tijdens een eetfeestje pijnlijke geheimen boven tafel haalt, hebben de personages in The Place het zwaar. De vader heeft een zieke dochter, de non is haar geloof kwijt, de blinde zijn zicht. De mysterieuze espressodrinker biedt ze een pact op maat: om van hun sores af te komen, krijgen ze een opdracht. De vader moet een ander kind vermoorden, de non moet met een man naar bed en de blinde moet een vrouw verkrachten. Duivelse dilemma's, daar aan dat tafeltje in dat café.
‘Ik hou van ethica en filosofie,’ zegt Genovese als we hem spreken aan een tafeltje in het café van EYE, tijdens het Imagine Film Festival. ‘Daarom zitten er ook zo veel dialogen in The Place. Het was eigenlijk een hele ingewikkelde film om te maken. Elk van de elf verhaallijnen kreeg precies één draaidag. We hebben ons sufgerepeteerd, want het moest meteen goed. Gelukkig was de set elke dag hetzelfde.’

In Perfetti sconosciuti zaten je personages de hele film aan een eettafel, hier in een café. Ga je vanaf nu alleen nog maar films maken die zich afspelen op één locatie?‘Nee hoor, maar ik ben wel altijd op zoek naar verhalen die de mens centraal stellen, en dan is het soms fijn om de omgeving als constante factor te hebben. Eigenlijk wilde ik na Perfetti sconosciuti juist iets heel anders maken*.* Die film was zo'n succes in Italie, het was bijna too much. Iedereen smeekte me om een vervolg, maar ik wist niet wat ik wilde. Toen zag ik een rare Canadese serie, The Booth at the End, en ik vond de centrale vraag daarin – hoe ver je zou gaan om te krijgen wat je wil – ethisch interessant en relevant. Het café is eigenlijk bijzaak.’

De vertrouwde omgeving maakt de grote vragen die je stelt wel iets makkelijker te bevatten.
‘Ik vind het boeiend om dingen vanuit een specifiek perspectief te benaderen, waardoor je het op een andere manier kan zien. In The Place gaat het over hoe slecht we onszelf soms lijken te kennen. In Perfetti sconosciuti ging het juist over hoe weinig ándere mensen ons kennen. Dat soort ideeën zijn niet nieuw, maar ik probeer ze vanuit een bepaalde insteek te onderzoeken. In Perfetti sconosciuti was dat de smartphone, een nieuwe technologie die ervoor zorgt dat ‘iemand kennen’ nu iets anders is dan vroeger. In The Place is het een man in een café die je een simpele maar onmogelijke deal voorstelt, waardoor je aan je eigen waarden en normen gaat twijfelen.’
Waarom vind je die vragen juist nu zo relevant?
‘We zijn de laatste vijftien jaar ontzettend kritisch geworden. Daar heeft de media voor gezorgd. Twintig jaar geleden viel er niets te oordelen, we waren passief. We hadden respect voor het nieuws. Nu kunnen we alles vinden en zeggen wat we willen. Ik wilde een film maken die ons dwingt om eerst naar onszelf te kijken voordat we anderen veroordelen.’

**
Die man in het café dwingt de personages nauwelijks, hij is meer een soort middle man. En hij ziet er zo gewoontjes uit.**
‘Hij zou inderdaad je buurman kunnen zijn. Dat is bewust. Ik wil geen moreel oordeel vellen, ik wil je alleen maar laten nadenken over je donkere kant. Dus hij is niet God die zich onder de mensen bevindt, of een Engel. Hij is wat je zelf in hem ziet. Hij is het ding of de persoon waar je een face-off mee moet hebben als je een grote beslissing moet nemen. Voor jou kan dat God zijn, voor mij de Duivel, of een spiegel, of je oma. Iedereen heeft een ander moreel kompas. Het zou ook werken als er helemaal niemand in die stoel zou zitten.’
Ik wil je laten nadenken over je donkere kant
Wat zou je zelf wensen, of aan hem vragen?
‘Niets! Niet omdat mijn leven perfect is, maar omdat die man je een short-cut naar je dromen dromen biedt. Daar zitten consequenties aan die op anderen zijn gericht, en daar geloof ik niet in. Ik werk liever zelf wat harder. Als filmmaker neem je sowieso niet de short-cut trouwens, haha. Je maakt het jezelf niet makkelijk. Maar ik vind het een interessant dilemma. Ik heb me tijdens het schrijven steeds afgevraagd wat ik zelf zou doen, als mijn kind ziek was, of als ik blind was. Ik hoop dat het publiek dat ook gaat doen. En het antwoord is eigenlijk niet relevant, want niemand kan zulke extreme vragen écht beantwoorden. Misschien zijn we allemaal goede mensen, maar misschien zijn we dat alleen omdat we nog nooit in een situatie hebben gezeten waarin we slecht moesten zijn, waarin iemand zo’n deal met je wil sluiten.’
Foto's: Marije van Woerden
Lauren is naast haar werk voor Cineville ook programmeur bij Imagine Film Festival en neemt overal haar stokoude camera mee naar toe. Ze houdt van heksen, muziekdocumentaires en alles dat larger than life is, en heeft een geheim keldertje vol B-horror.