Interview

Regisseur en cartoonist Aurel over animatiefilm Josep: ‘Dit was een goudmijn die ontgonnen moest worden’

De Franse illustrator Aurel verloor zich in het veelbewogen leven van de Spaanse kunstenaar Josep Bartolí en maakte over hem de prachtige animatiefilm Josep (vanaf 5 mei te zien op Vitamine Cineville!).

Het levensverhaal van de Spaanse illustrator en kunstenaar Josep Bartolí (1910 – 1995) leest als de samenvatting van een vuistdikke historische roman. Komt ie: geboren en getogen in Barcelona vecht Bartolí in de jaren dertig aan de zijde van de Catalaanse Communistische Partij. Nadat de burgeroorlog is verloren, vlucht hij in 1939 samen met honderdduizenden anderen naar buurland Frankrijk, dat de Spanjaarden als vuil behandelt en wegstopt in concentratiekampen. Bartolí weet te ontsnappen, duikt onder in Parijs (inmiddels is de Tweede Wereldoorlog in volle gang) en kan via Casablanca vluchten naar Mexico. Daar heeft hij een liefdesrelatie met Frida Kahlo, waarna hij naar New York verhuist, vrienden maakt met Mark Rothko en Willem De Kooning, en ook nog even in Hollywood belandt, dat Bartolí als ex-communist op de zwarte lijst zet.  

Niet zo gek dus dat het de Franse illustrator, cartoonist en filmmaker Aurel een beetje begon te duizelen toen hij besloot een film over Josep Bartolí te willen maken. ‘Ik verloor mezelf in dit meeslepende verhaal’, vertelt hij via Zoom, als we hem spreken over Josep, de in rake lijnen getekende animatiefilm waar hij 10 jaar aan heeft gewerkt en die vanaf 5 mei te zien is op Vitamine Cineville.   

Aurel maakt al jaren politieke tekeningen voor dagblad Le monde en satirisch weekblad Le Canard enchaîné en zag in Bartolí een gelijkgestemde en een voorbeeld. De indrukwekkende illustraties die Bartolí maakte tijdens zijn verblijf in de Franse concentratiekampen – kampen waarvan het bestaan decennialang door Frankrijk actief werd vergeten – vormen dan ook het hart van Aurels film. Bartolís relatie met Frida Kahlo wordt kort aangestipt, maar Josep is vooral een verhaal over zijn gevangenschap en creativiteit, gezien door de ogen van de fictieve Franse politieagent en kampbewaarder Serge, die de kunstenaar een potlood en papier toesteekt.

Aurel: ‘Na gesprekken met de producenten, de scenarist en anderen die ik over mijn project vertelde, veranderde Josep van een film over het leven van Josep Bartolí, naar een film over Josep Bartolí als illustrator. Ik bracht mezelf naar voren als een bron voor inspiratie, als iemand die óók een illustrator is. Het is niet dat ik mezelf in Bartolí’s positie plaats, maar ik kon proberen te begrijpen wat er omgaat in het hoofd van iemand die net als ik in tekeningen denkt.’ 

Ik wist niet zeker of ik Frida Kahlo een rol moest geven

Josep Bartolí is geen beroemdheid. Waar heeft u zijn werk ontdekt?
‘Het begon met een boek van George Bartolí, zijn neef, die vertelt over de vlucht van zijn ouders en familie van Spanje naar Frankrijk aan het einde van de Spaanse burgeroorlog. In het boek staan ook tekeningen van Josep. Eerst dacht ik dat die illustraties van een hedendaagse striptekenaar waren, want het lijkt heel erg op wat er tegenwoordig gemaakt wordt. Het was modern en semi-realistisch. Maar toen bleek dat de tekeningen gemaakt waren in de jaren dertig en veertig, in de periode waarin het verhaal van de familie Bartolí zich afspeelde. Zo begon mijn fascinatie.’ 

‘Dat was tien jaar geleden, in de tijd dat ik mijn eerste korte film regisseerde. In het verhaal van Josep zag ik hét onderwerp voor mijn volgende project. Het was de journalist in mij die enthousiast werd van het idee dat ik iets totaal nieuws had ontdekt. Het was een goudmijn die ontgonnen moest worden.’

Een van de goudklompjes in Bartolí's levensverhaal was Frida Kahlo, al is zij maar even te zien in uw film.
‘Ik wist niet zeker of ik Kahlo een rol moest geven in Josep. Haar aanwezigheid voelde een beetje te glamoureus en rijmde niet met de rest van het verhaal. Maar hun relatie was natuurlijk wel interessant en iets wat je graag aan een publiek vertelt.’ 

‘Op zoek naar een ingang begon ik allerlei ideeën op te schrijven, waaronder het idee om haar iets te laten zeggen over de tegenstelling tussen zwart-wit en kleur. Ik ben ervan overtuigd dat Josep pas kleuren ging gebruiken toen hij in Mexico was. Als je zijn werk ziet uit Spanje en Frankrijk, is het allemaal in zwart-wit. Met potlood en inkt, niets anders. Wanneer hij door Mexico reist, voegt hij daar kleur aan toe. Eerst één kleur, dan twee, dan drie. Je ziet het gewoon gebeuren. De manier waarop hij als illustrator veranderde en tegelijkertijd het verleden leerde los te laten, dát werd onze link met zijn tijd in Mexico en met Frida Kahlo.’

Het moest een Frans verhaal worden, en de kampen zíjn een Frans verhaal

Een groot deel van uw film speelt zich af in een Frans concentratiekamp. Over die kampen hoor je nooit iets. Wat wist u ervan af? 
‘Toen we begonnen met onze film was er nauwelijks officiële documentatie beschikbaar over deze kampen. Er was echt heel, heel weinig. Via websites van nabestaanden van de Spaanse vluchtelingen vonden we verhalen en wat foto’s, maar onze belangrijkste bron waren de tekeningen van Josep. Halverwege onze researchperiode – we waren toen ongeveer vijf jaar bezig – openende er in Frankrijk een gedenkplek en museum over de concentratiekampen, op de locatie waar ooit Camp de Rivesaltes heeft gestaan. Het was niet een van de eerste kampen, en dus ook niet het kamp waar Josep gevangen heeft gezeten, maar het is wel het enige waar nog restanten van zijn. Dankzij de oprichters van die gedenkplek kregen we nieuwe informatie.’

Heeft Frankrijk geprobeerd deze geschiedenis te vergeten?
‘Frankrijk heeft niet alleen geprobeerd de kampen te vergeten, ze heeft actief de geschiedenis uitgewist. Het had niet veel gescheeld of de restanten van Camp de Rivesaltes waren weggeveegd om een nieuwe woonwijk te kunnen bouwen. De kinderen en kleinkinderen van de Spaanse vluchtelingen hebben daar toen met succes tegen geprotesteerd. Dankzij de gedenkplek, maar ook dankzij onze film, is de geschiedenis van de kampen nu onderdeel van de geschiedenis van de regio Pyrénées-Orientales aan het worden. Meer dan 200.000 Spanjaarden die in de jaren dertig naar Frankrijk zijn gevlucht, zijn daar uiteindelijk gebleven. Drie generaties later hebben we het over 1 miljoen inwoners met Spaanse wortels.’ 

Voelde u zich verplicht aandacht te besteden aan dit onderwerp?
‘Er zijn twee redenen waarom een groot deel van het verhaal zich afspeelt in het kamp. Ten eerste: de tekeningen die Josep in gevangenschap maakte zijn de belangrijkste link die we hebben tussen zijn leven en het onze. Ten tweede: ik ben Frans, de scenarist is Frans en de producenten zijn Frans. Welke recht hebben wij om een Spaans verhaal te vertellen? Het moest een Frans verhaal worden, en de concentratiekampen zíjn een Frans verhaal. Daarom kozen we voor het perspectief van Serge, de Franse politieagent. Hij is de verteller. Serge is fictioneel, maar gebaseerd op mensen die echt hebben bestaan. Agenten, maar ook artsen en anderen die Josep hebben geholpen.’

‘Het is overigens nog steeds moeilijk voor Frankrijk om toe te geven dat er concentratiekampen waren. Onze instanties hebben het over vluchtelingenkampen. Het woord concentratiekampen willen ze niet horen, terwijl dat destijds de officiële benaming was. Misschien zijn ze bang voor de link met nazi-Duitsland, maar dat waren vernietigingskampen. We zouden het verschil moeten uitleggen. De geschiedenis uitwissen is geen optie.’   

Jesse

Jesse werkt al meer dan 14 jaar bij Cineville. Toen hij begon maakte hij de nieuwsbrief en filmagenda – en dat doet-ie soms nog steeds. Maar meestal is hij druk als eindredacteur en wandelend Cineville-archief. Voordat hij bij Cineville belandde studeerde hij Media & Cultuur (in Amsterdam) en Journalistiek (in Groningen).