Tinja woont in een perfect roze huis, met een tuin vol roze rozen en een lieve Moeder, die alles vastlegt in haar vlogs: Tinja’s eerste schooldag, Tinja’s mooie lange haren, Tinja’s turnwedstrijden. Behalve als Tinja een keer naast de mat landt, dan gaat de camera meteen uit. Of als haar haren niet goedzitten. Of als Moeder een rotdag heeft en niets goed genoeg is. Het is wat, leven onder dat juk van perfectie. Tinja voelt er van alles bij maar lacht en zwijgt, tot ze op een dag een ei vindt in het bos en dat uitbroedt onder haar bloemetjesdeken. Het wezen dat eruit komt is monsterlijk en levensgevaarlijk, maar van háár. Ze verbergt het onder haar bed en in de kledingkast, maar kan ze het nog wegstoppen?
Interview
‘Helaas zien sommige ouders hun kinderen als projecten.’ Hanna Bergholm over Hatching

We hadden het met filmmaker Hanna Bergholm over moeder-dochterrelaties, woede, ranzige effecten en haar meisjesachtige monsterfilm Hatching.

Hatching
Onvervalste horror gaat hand in hand met voorstedelijke satire in dit Finse pareltje over een meisje en haar ei.
De vergelijking die de Finse filmmaker Hanna Bergholm in haar creature feature Hatching trekt tussen opgekropte emoties en gitzwarte monsterlijkheid is weinig subtiel maar héél doeltreffend. De roze, rotte claustrofobie in het huis is herkenbaar en de keuzes die Tinja maakt ook. Eerlijk, zo’n lief, gemeen vogeltje dat alles kapotklauwt waar je boos op bent, dat wil iedereen weleens. We vroegen Bergholm naar hoe Hatching werd uitgebroed.
Een horrorfilm over een meisje en een reuzen-ei. Hoe kóm je erop?
‘Ik zie mezelf niet als iemand die horror maakt. Het enige wat er voor mij toe doet is de ervaring van het hoofdpersonage. Als die ervaring gruwelijk is, dan wordt het misschien een horrorfilm. Het leuke aan horror is dat iets dat in een personage zit, geëxternaliseerd wordt. Het idee van een monster in een kast, dat komt uit mijn jeugd. Iedere keer dat ik als kind een enge film keek, stopte ik de monsters en moordenaars diep weg in mijn kledingkast. Je gaat op zo’n moment een relatie met het monster aan, waarbij je probeert het de baas te blijven, maar er ook een band mee opbouwt. Je emoties zitten als het ware in een doosje, waar je vervolgens niet meer in durft te kijken.‘
Als de ervaring van het hoofdpersonage gruwelijk is, dan wordt het een horrorfilm
‘Ik heb het scenario samen geschreven met Ilja Rautsi. Een kind dat een ei uitbroedt was oorspronkelijk zijn idee, alleen was Tinja eerst een jongen. Nu zit er meer van mezelf in. Het gegeven van dingen willen controleren, dat ken ik ook. In de film probeert Moeder alles op camera vast te leggen om zo haar gezin onder de duim te houden, en ik ben filmmaker. Ik probeer net zo goed mijn omgeving te controleren. Soms realiseer ik me hoe erg ik op Moeder lijk, en dan moet ik lachen. Je kent dat wel, toch? Dat gevoel dat je andere mensen soms wil vertellen hoe het moet?’

Tinja doet aan turnen. De sport staat symbool voor wat haar geestelijk en lichamelijk tegenhoudt. Komt dat ook uit persoonlijke ervaring?
‘Ilja en ik hebben allebei aan turnen gedaan toen we jonger waren, maar wij vonden het allebei leuk. Turnen is een supercompetitieve sport. De bewegingen moeten perfect zijn, je lichaam moet perfect zijn. En het lijkt op vliegen. We willen zeker niet zeggen dat turnen een verschrikkelijke sport is. De coach in de film is heel aardig, en de andere meisjes hebben het naar hun zin. Moeder máákt het voor Tinja verschrikkelijk.’
Er wordt in Hatching ook getoond dat Tinja boulimia heeft. Hoe zijn jullie zo’n gevoelig onderwerp aangevlogen?
‘We hebben het scenario laten lezen aan een psychiater die gespecialiseerd is in eetstoornissen. Die gaf aan dat een verstoorde relatie tussen moeder en dochter ten grondslag kan liggen aan een eetstoornis. Niet altijd natuurlijk, en het is ook zeker niet zo dat iedereen die een moeilijke thuissituatie heeft of aan topsport doet daar last van heeft, maar het heeft vaak wel te maken met controle. Helaas zien sommige ouders hun kinderen als projecten, als iets om te perfectioneren. Dat maakt zóveel kapot.’
Het is goed om af en toe toe te geven dat je kwaad bent
Ik vond het heel sterk hoe lelijk de film durft te zijn.
‘Ik wilde een verhaal vertellen over wat onderdrukte woede met je doet, maar ik wilde geen geweld tonen of verheerlijken. Dat gebeurt in films al veel te veel. Wat ik wél wilde laten zien zijn de lelijke gevolgen.’
Zeg je daarmee dat woede slecht is? Of dat het slecht is om dat soort gevoelens te onderdrukken?
‘Onze emoties zijn niet te stoppen. We moeten ze erkennen om ermee om te gaan. Tegelijkertijd kunnen we ze niet zomaar de vrije loop laten. Dat kan desastreus aflopen. Het draait allemaal om controle. Tinja heeft het gevoel dat ze alles moet onderdrukken, dat ze sterk moet zijn, omdat Moeder anders niet van haar houdt. Het gevolg is dat ze almaar bozer wordt. De horror zit ‘m in het kwijtraken van die controle. Het is goed om af en toe toe te geven dat je kwaad bent.’


Tinja’s boosheid schuurt des te meer omdat alles om haar heen zo roze en lieflijk is.
‘Die stijlkeuzes zijn er om aan te geven dat vrouwen net zo goed zulke gevoelens hebben. Neem de wanstaltig grote rozenstruik in de tuin. Vrouwen worden vaak met bloemen vergeleken, maar wat betekent dat precies? Bloemen kunnen ook stekelig zijn.’
Vrouwen worden vaak met bloemen vergeleken, maar wat betekent dat?Bloemen kunnen ook stekelig zijn
Als het vogelbeest eenmaal uit het ei komt is ze eng en goor, maar ook schattig. Heeft ze er ooit anders uitgezien?
‘Het wezen moest analoog zijn, niet digitaal, dat wist ik zeker. Ik ben dol op Spielbergs E.T. en dit is eigenlijk een soort twisted versie van E.T., voor volwassenen. Ik hou ook erg van de body horror van David Cronenberg, The Brood en The Fly enzo. Goede practical effects zijn zowel rafelig en zacht. Toen we met de concept artists aan de slag gingen kwam er eerst een soort Predator-achtig wezen uit, heel klassiek en onheilspellend, met kleine oogjes en grote klauwen. Ik vond dat ontwerp te mannelijk, haha. Het moest iets fragiels hebben. Maar hoe breng je die twee dingen samen: monsterlijk en meisjesachtig? En níets aan dit wezen is in verhouding. Het kan niet eens fatsoenlijk lopen, dus het heeft pijn. Het moest iets worden waar je voor wil zorgen, maar waar je ook bang voor bent.’
En het geluid?
‘Dat is van sound designer Cars Svensson. Het is een combinatie van hoofdzakelijk menselijke geluiden. Zijn eigen kinderen, en zichzelf, toen hij koorts had en heel veel keelpijn. Een échte geluidsontwerper, haha.’
[SPOILER] Siiri Solalinna speelt zowel Tinja als het wezen. Hoe heeft zij zich voorbereid?
‘Siiri had nog nooit geacteerd maar ze deed wel aan synchroonschaatsen, dus ze kon goed bewegen. Tijdens de audities vroegen we de meisjes om monsters na te doen, op de grond. Ik krioelde met ze mee. Daarna hebben we heel lang met Siiri gerepeteerd. We zijn uitgegaan van haar eigen manier van bewegen en wat ze van nature al kon. Ik keek met haar mee en dan werkten we de bewegingen uit die er het meest twisted uitzagen.’

Lauren is naast haar werk voor Cineville ook programmeur bij Imagine Film Festival en neemt overal haar stokoude camera mee naar toe. Ze houdt van heksen, muziekdocumentaires en alles dat larger than life is, en heeft een geheim keldertje vol B-horror.