'Parijs was het paradijs'
Door: Ronald Rovers
Midnight in Paris is Woody Allens charmante en speelse lofzang op de stad die in de eerste helft van de twintigste eeuw het centrum van de wereld was. Overal werden het leven en de kunsten gevierd en in de cafés en de salons liep je ’s avonds ’s werelds beroemdste kunstenaars tegen het lijf: je hoefde er maar van je glas op te kijken en je zat tegenover Hemingway, Scott Fitzgerald of Dali. Dat is tenminste het Parijs waar Gil (Owen Wilson) van droomt. Hij arriveert er met z’n verloofde en z’n schoonouders maar zijn geworstel met het schrijverschap en z’n gebrek aan materiële ambities verstoren het liefdesgeluk. De film tovert Gil dan zijn gedroomde ontsnapping voor: een vlucht naar het Parijs van de roaring twenties en de Belle Epoque.
"Ik had al deze tijd een Parijzenaar kunnen zijn", zegt Allen met gebruikelijke zelfspot. De 75-jarige filmmaker kwam er voor het eerst in 1964. Allen werkte als scenarist aan What's New Pussycat van Clive Donner en werd tijdens de opnamen meegenomen naar Parijs voor het geval er meer grappen moesten worden geschreven. "De stad was fantastisch maar de film was een verschrikkelijke ervaring. Ik zwoer dat ik niks meer met film te maken zou hebben tenzij ik mocht regisseren. Na de opnamen besloten sommige crewleden in Parijs te blijven. Maar ik had daar het lef niet voor."
"Tot dat moment kende ik de stad alleen uit films, zoals de meeste Amerikanen. Iedereen constant zoenend en er schitterend uitziend en wijn drinkend. En toen ik aankwam klopte dat beeld wel. Het was niet de gebruikelijke teleurstelling die je hebt als je iets in werkelijkheid tegenkomt. "In Stockholm zouden we ook een film kunnen maken inderdaad. Maar dan moet er wel iemand met een zak geld klaar staan. Het maakt me niet uit, als de gelegenheid zich voordoet ga ik meteen aan het werk. Zo zijn we serieus in gesprek met München en Rio. Zijn ze Stig Larssons boeken in Stockholm aan het verfilmen? Daar weet ik helemaal niks van."

Syfilis
Je zou kunnen denken dat Midnight in Paris knipoogt naar een Europa dat nog steeds z’n artistieke verleden bezingt maar dat die glorieuze voortrekkersrol al lang is kwijtgeraakt. Eerst aan de VS en toen aan de rest van de wereld. Maar Allen zegt dat dat niet z’n bedoeling was. "Voor mij kwam de avant-garde altijd uit Europa. Mode, auto’s, de vrije seksuele moraal, de tijdschriftenlay-out, jullie lagen altijd voor op ons. Ik heb een ontzag voor Europa dat misschien typisch is voor mij generatie. Wij verafgoodden de Belle Epoque en het Gouden Tijdperk van de jaren twintig. We waren ons heel bewust van de kunstenaars die je in de film ziet. Iedereen had Hemingway en Scott Fitzgerald gelezen. Iedereen kende de schilders. En Man Ray. T.S. Eliot. Gertrude Stein. Dat waren onze helden. Buñuel niet zo erg, die was te esoterisch. En Parijs was het paradijs.
"Maar als je van dichtbij kijkt, zie je natuurlijk dat het een moeilijke periode was. Het lijkt me heerlijk om even terug in de tijd te gaan, have lunch, en dan weer naar huis te kunnen. Ik zou er niet willen leven met al die syfilis en tuberculose. Niet dat we nu in de beste tijd leven. Alle tijden zijn verschrikkelijk. Maar we hebben nu wel fijne dingen die ze toen niet hadden, zoals dat onze kinderen geen polio krijgen. En airconditioning."
Ontsnappen
Al maakte Allen met Midnight in Paris zijn sterkste komedie in jaren, in wezen is het een triest verhaal. "Gils personage wil ontsnappen naar het verleden. Misschien denkt iedereen daar wel eens aan. Maar ook die andere tijden zijn onbevredigend want het leven zelf is onbevredigend. Denken dat je in een andere tijd of op een andere plek plotseling gelukkiger zult zijn is a losing proposition. Het enige wat je kunt doen is jezelf voldoende proberen te vermaken."
Of Allen ooit in 3D zal filmen, wil een collega weten. "Daar heb ik nooit de minste belangstelling voor gehad. Ik bedoel dat niet denigrerend. Kunstenaars kunnen er heerlijke dingen mee doen. Drie dimensies gebruiken voor iets lijkt me fantastisch."

Carla Bruni
Allen is inderdaad zo sympathiek als acteurs hem beschrijven, bevestigt de regisseur. "Acteurs houden van me om dezelfde reden als kinderen soms van hun ouders houden, omdat ik nooit iets weiger. Mag ik deze kleren dragen? Tuurlijk. Kan ik dit zeggen? Zeker. Mag ik in de scène hierheen lopen? Ja. En dan aan het eind van de opnamen zeggen ze in interviews dat ze van me houden. Ik ben ook nog nooit kwaad geworden op acteurs. Ik heb ze wel eens ontslagen maar ik ben nooit kwaad geworden."
Geruchten dat presidentsvrouw Carla Bruni tijdens de opnamen zou zijn ontslagen bleken achteraf schromelijk overdreven. "Ze was fantastisch. Carla wilde een rol in de film zodat ze later iets had om aan haar kleinkinderen te laten zien. Geen punt, heb ik gezegd, dat is zo geregeld." Het verhaal dat voor een woordenloze scène waarin Bruni met een baguette een groentewinkel uitwandelt 35 takes nodig waren voordat het goed ging, kon Allen niet bevestigen.
Dit artikel verscheen eerder in de Filmkrant van september 2011 en is overgenomen met toestemming.
