Woody Allen, een nonchalant poserend meester

Woody Allen wordt vaak als de productieve maar wat nonchalante regisseur neergezet. Allen ziet zichzelf niet als groot kunstenaar, beweert weinig te weten van filmtechniek en zou weinig bemoeizuchtig zijn ten aanzien van het acteerwerk en cameravoering. Bart Juttmann ziet dat anders en demonstreert aan de hand van drie scènes Allens kennis van de filmgrammatica. 

In interviews mag Woody Allen zichzelf graag naar beneden halen. Filmjournalisten nemen dat beeld vaak over: Allen schrijft misschien aardige Kammerspielfilm, maar hij is geen filmisch talent, die de mogelijkheden van cinema ten volste benut zoals een Malick, Fincher of Von Trier. Wie Allen's oeuvre nauwkeurig bestudeert, weet wel beter. Allen’s films maken gebruik van doordachte beeldcomposities die een ideale uitdrukking zijn van de inhoud. De zelfrelativerende houding van de regisseur is een (uiterst succesvolle) pose, vermoedelijk bedoeld om zich in te dekken tegen kritiek of gewoon voortkomend uit onzekerheid.

De wereldtop

Woody Allen heeft samengewerkt met vrijwel alle gerenommeerde Directors of Photography. De twee belangrijkste waren Gordon Willis, de cameraman van The Godfather, die Allen's vroege films draaide, en Carlo Di Palma, de vaste cameraman van Antonioni, met wie hij elf films maakte. Verder werkte hij onder ander samen met beroemde namen als Sven Nykvist, Zhao Fei, Vilmos Zsigmond, Javier Aguirresarobe en recentelijk de Frans-Iraanse Darius Khondji.

Dat Allen samenwerkt met talent van over de hele wereld met uiteenlopende achtergronden, stijlen en technieken, toont aan dat hij een brede interesse heeft in nieuwe ideeën. Door de jaren heen zie je bijvoorbeeld hoe hij experimenteert met het gebruik van kleur en licht, van het strenge zwart-wit van Gordon Willis in Manhattan, tot het sombere, bleek Scandinavische van Nykvist in Crimes and Misdemeanors en het nostalgische kleurrijke van Zha Fei in Sweet and Lowdown.

Tegelijkertijd zijn Allen’s films opmerkelijke consistent in hun decoupage. Allen is een purist die zijn scènes zo veel mogelijk draait in lange, vaste kaders en bijna alleen maar beweegt wanneer de actie dat motiveert. Om zo efficiënt te kunnen vertellen moet hij actief met zijn cameralui samenwerken en op zijn minst beschikken over een rudimentair begrip van licht en lenzen. Het is dus wat te eenvoudig gezegd dat Allen de cinematografie gewoon overlaat aan de beste mensen.

Out of focus

Allen beheerst de filmtaal zelfs uitstekend. In Bullets Over Broadway speelt John Cusack een ambitieuze jonge toneelschrijver, die de kans krijgt zijn eigen stuk te regisseren. De sexy steractrice heeft hem in een mum van tijd gemanipuleerd haar rol te herschrijven. In deze still zien we Cusack aan het werk in zijn appartement. Zijn vriendin Mary-Louise Parker geeft hem advies, dat hij meteen verwerpt. Cusack zit met zijn rug naar haar toe en kijkt niet eens om. De briljante finishing touch van dit shot is dat Parker out of focus is. Zij is totaal onbelangrijk geworden voor Cusack. Het feit dat zij op bed zit suggereert dat Cusack ook zijn seksuele interesse in haar lijkt te verliezen.

Een ander voorbeeld. De scène in Manhattan waarin getrouwde journalist Michael Murphy op een terrasje zijn relatie met maîtresse Diane Keaton verbreekt, is gedraaid met een eenvoudig shot en tegenshot, maar bevat een verborgen schat. Allen en Gordon Willis weten dat bij iedere cut de ogen van de kijker een moment blijft hangen op de plek waar hij in het vorige shot naar keek. Op de plek waar in het ene shot de ogen van Murphy en Keaton te zien zijn, zien wij in het tegenshot een uiterst gelukkig paartje op de achtergrond zitten. Dit maakt de break-up nog pijnlijker. 

Als Murphy later in de film, wanneer Keaton inmiddels een relatie met Woody Allen is begonnen, vol spijt opbelt, is hij in een hoekje van het scherm gedrukt. De kijker heeft minstens een paar tellen nodig om hem te vinden. Hij is letterlijk lost. We ontdekken hem pas als een voorbijgangster onze aandacht trekt en zijn telefooncel passeert.

Heel erg makkelijk

Om deze elegante eenvoud te bereiken moet Allen wel een grondige kennis hebben van filmtaal. Dit werpt de vraag op waarom zoveel filmjournalisten Allen's pose van de laissez-faire regisseur klakkeloos overnemen. Het antwoord is dat Allen een regisseur is die zijn stijl niet door de strot duwt. Dat is het kenmerk van een groot kunstenaar: hij laat je alles beleven alsof het hem heel makkelijk afgaat. Hij laat de kijker voelen, zonder dat hij het door heeft.

Morgen gaat Allen's nieuwe film To Rome With Love in première.

Lees verder

Reacties

Laatste artikel2 uur 34 min geleden