Verpest

Weinig is zo erg voor een filmliefhebber als een verklapte plotwending. Maar waar zit 'm dat eigenlijk in, die spoilervrees?

Onder filmliefhebbers is spoilervrees ongetwijfeld het meest voorkomende ziektebeeld. Wie met een zware hijgstem 'Luke, I am your father' roept, moet niet opkijken als hij een vreselijke trap krijgt van iemand die The Empire Strikes Back nog niet heeft gezien. Als ik hier even tussen neus en lippen door het einde van The American verklap, zit mijn inbox morgen vol met doodsbedreigingen.

Maar wees gerust, spoilervrezers: dat zou ik nooit doen. Ik ben namelijk één van jullie. Er zijn weinig dingen die me chagrijniger krijgen dan een verklapte plotwending. Soms gaat het mis, en vang ik in de tram per ongeluk een gesprek op dat teveel onthult. Ik voel me dan niet te groot om mijn handen op mijn oren te leggen en voor me uit te zingen, terwijl ik wanhopig probeer te verdringen wat ik heb gehoord.

Een film heeft zoveel lagen. Hoe kan je nou zeggen dat hij helemaal is verpest als de verrassing weg is?

Toch zijn er vreemd genoeg ook mensen die in het geheel geen last hebben van spoilervrees. De laatste keer dat ik amok maakte over een dreigende plotbederving, kreeg ik van een toevallig aanwezige kennis zelfs een flinke veeg uit de pan.

De minachting spatte van zijn woorden. Schreef ik geen stukjes over film? Je zou van zo iemand toch hopen dat hij in de eerste plaats naar de bioscoop gaat voor het acteerwerk, de dialogen, de cinematografie – in ieder geval niet alleen maar om als een klein kind in een spookhuis van verrassing in verrassing te vallen. Een film heeft zoveel lagen. Hoe kan je nou zeggen dat hij gelijk helemaal is verpest als de verrassing weg is?

Daar moest ik even over nadenken. Misschien had hij wel een punt, en ben ik een eendimensionale verrassingsjunk. Misschien zijn wij spoilervrezers de barebackers van de bioscoopzaal.

Toch is het frappant. In het echte leven vinden voortdurend onverwachte wendingen plaats. We zien die wendingen altijd graag ruim van tevoren aankomen. Sterrenlezers, trendwatchers en klimatologen danken daar hun boterham aan. Maar in de bioscoop zijn de meeste bezoekers plotseling doodsbang voor informatie over de volgende twee uur.

Spoilers drukken de kijker voortdurend met de neus op de feiten

Dat komt natuurlijk omdat absolute kennis van de toekomst in de bioscoop, anders dan in het echte leven, opeens tot de mogelijkheden behoort. Dat vaste plot is nou juist het verschil tussen fictie en non-fictie.

Maar dat betekent dat spoilers je als kijker voortdurend met de neus op de feiten drukken. Iedere kennis van het verdere plot leidt tot het ontnuchterende besef dat de film een noodzakelijk verloop heeft – en dat het allemaal dus maar een verzinsel is. Je ziet de scenarist zwoegen aan zijn bureau, je hoort de acteurs hun teksten leren. Je wordt, kortom, ruw uit de droomwereld van de film gerukt.

Voor sommige mensen is dat blijkbaar geen probleem. Die kijken toch heel rationeel. Maar ik laat me graag meevoeren in de fantasie. En dat zie ik niet graag gedwarsboomd door een teveel aan kennis. De volgende die mij een zucht naar lege verbluffing verwijt, zal ik uitleggen dat hij er niets van begrijpt. Spoilers bederven natuurlijk de verrassing, maar vooral de illusie.

Lees verder

Reacties

Laatste artikel21 uur 18 min geleden