Van bezemkast naar futuristisch filmkasteel

Van een minuscuul kamertje in Kriterion via een even klein hokje in het Stedelijk Museum, belandde het Filmmuseum in het Vondelpark. Even was er genoeg ruimte om serieus te werk te gaan. Maar binnen twee decennia bleken zelfs het paviljoen, de meisjesschool om de hoek en zalen van Bellevue Cinerama niet genoeg ruimte te bieden voor de groeiende ambitie van wat nu EYE heet.

Het is een desolate plek. Achter hekken staan containers, betonmolens en hijskranen. De verwaaide stadsgeluiden van de overkant van het water worden slechts doorbroken door het gedreun van metaal op metaal.
Op de toekomstige locatie van het EYE Film Instituut in Noord is de beloofde internationale allure nog ver te zoeken. Maar wie het staal en beton door zijn wimpers bekijkt, krijgt een idee van de toekomst. De zwevende vloer van het driehoekige atrium richt zich al met de punt naar het water. Aan de andere kant torent het stalen raamwerk van de grote zaal schuin de lucht in – nu nog gestut, maar straks hangt het publiek daar tien meter boven de grond. Wie de bouw voor zijn geestesoog doorspoelt, kan niet anders dan onder de indruk raken.

Dat het Filmmuseum op een dag onder de merkwaardige naam EYE in een futuristisch filmkasteel aan het IJ zou huizen, moet bij de oprichting onvoorstelbaar zijn geweest. De Stichting Nederlands Film Museum ontstond in 1952 na samenvoeging van de collecties van het Nederlands Historisch Film Archief (NHFA) en filmtheater De Uitkijk. De wereld van de internationale architectenbureaus was zacht gezegd nog ver weg. Het NHFA, dat in 1946 was opgericht, had onderdak in een ruimte in Kriterion die als 'de bezemkast' bekend stond. Waar EYE zijn licht ontvlambare nitraatfilms tegenwoordig in bunkers in de duinen moet opslaan, lagen die destijds gewoon op kantoor. Er werd rustig doorgerookt.

Voortdurende groei

De vier medewerkers van het nieuw opgerichte Filmmuseum verhuisden naar een piepklein kamertje in het Stedelijk Museum. De mogelijkheden bleven uiterst beperkt. Toen het Filmmuseum begin jaren zeventig naar het paviljoen in het Vondelpark verhuisde, ging dan ook een langgekoesterde wens in vervulling. Eindelijk was er ruimte om serieus werk te maken van filmvertoningen, tentoonstellingen en de bibliotheek.

Maar met de ruimte groeide ook de ambitie. In de jaren negentig zorgden de veelzijdige activiteiten op het gebied van documentatie, presentatie, distributie en restauratie ervoor dat uitbreiding opnieuw noodzakelijk was. Steeds moest het Filmmuseum er ruimtes bijnemen: een voormalige meisjesschool om de hoek, een aantal zalen van Bellevue Cinerama in de Marnixstraat. Toen die bioscoop in 2006 de deuren sloot, werden juist de eerste schetsen voor het nieuwe gebouw aan de IJ-oever gepresenteerd. De voortdurende groei had een vertrek uit het Vondelpark onvermijdelijk gemaakt.

De beslissing om naar Noord te verhuizen is onder de vaste bezoekers niet onomstreden. Wie haalt het in zijn hoofd om zo'n prachtige locatie op te geven? René Wolf, die bij EYE verantwoordelijk is voor de acquisitie en een deel van de programmering, heeft die kritiek vaak gehoord. Maar hij benadrukt dat de rek er in het Vondelpaviljoen al tijden uit is. Omdat het gebouw een monument is, mag er bijna niet verbouwd worden. Tegelijkertijd kan en wil EYE steeds meer. Daardoor is eigenlijk alles te klein: de entree, de expositieruimte en de twee zalen. 'Een paar jaar geleden vertoonden we een stille film met live begeleiding door het Slaapkamerkoor. Dat koor bestaat uit 35 man. Het was een fantastisch evenement, maar tegelijkertijd was het bijna bizar dat er in de zaal nauwelijks meer toeschouwers pasten dan er artiesten waren.'

Geen Bruce Willis-retrospectief

In het nieuwe gebouw zal er aan ruimte geen gebrek meer zijn. Nu heeft EYE twee zalen met samen 164 stoelen, straks worden dat vier zalen met in totaal 620 stoelen. Wolf verheugt zich al op de festivals die EYE zal kunnen accommoderen. Maar ook de dagelijkse programmering wordt in het nieuwe gebouw anders. Niet alleen moet EYE grotere zalen gaan vullen, maar ook de nieuwe omgeving is van invloed. 'Er is altijd een wisselwerking tussen wat je zelf wilt doen en het totale landschap,' vertelt Wolf. 'Nu slaat het voor ons nergens op om films te programmeren die ook in Rialto of Cinecenter draaien. Maar aan de andere kant van het water is op dit moment nog helemaal geen filmvertoner. We krijgen daardoor ook een lokale functie, en zullen bepaalde titels gaan draaien waar in de buurt belangstelling voor is.'

Toch zal het van een Bruce Willis-retrospectief niet snel komen. De uitgangspunten van EYE blijven in de kern dezelfde. Waar filmmusea in het buitenland vaak een bak titels leegstorten voor de cinefiele omnivoor, probeert EYE gerichter te programmeren. EYE onderscheidt zich bovendien van het buitenland door te experimenteren met presentatievormen en een brug te slaan tussen oud en nieuw. Die filosofie blijft in het nieuwe onderkomen overeind. Er is dan ook nadrukkelijk voor gekozen om in de grote expositieruimte van 1200 vierkante meter geen permanente tentoonstelling over de filmgeschiedenis te brengen. De gehele ruimte komt ter beschikking van wisselende exposities. Soms zullen die aan een bepaald thema of persoon gewijd zijn. Maar het kan ook dat een kunstenaar die op het grensvlak van film en beeldende kunst werkt gevraagd wordt om de ruimte in te richten.

Tien minuten omfietsen

Het is duidelijk dat het nieuwe gebouw voor filmliefhebbers veel biedt om zich op te verheugen. Maar er blijft het probleem van de afstand. Uw verslaggever ging met stopwatch op pad en noteerde vanuit Oost een kleine tien minuten extra reistijd. Voor een Amsterdammer is dat een eeuwigheid. Bang dat de overtocht EYE veel bezoekers zal kosten is Wolf echter niet. 'Elk theater pakt het grootste deel van zijn publiek in een straal van tien minuten fietsen. Voor sommige mensen verdwijnen we uit die straal. We gaan ons best doen om hen mee te krijgen met een programmering en activiteitenpalet waar je niet omheen kunt. Maar tegelijkertijd worden we voor anderen juist het dichtstbijzijnde theater. Bovendien zal het nieuwe gebouw veel meer dagjesmensen uit het hele land en zelfs het buitenland trekken.'

Wie de geschiedenis van het Filmmuseum overziet, begrijpt dat de verhuizing naar de overkant van het IJ een logische volgende stap is in de ontwikkeling van bezemkastproject tot volwaardig filminstituut. Toch zal menig vaste bezoeker eind 2011 met pijn in het hart afscheid nemen van het Vondelpaviljoen. Er is een troost. De kleinste zaal in het nieuwe gebouw krijgt een historisch karakter. Waarschijnlijk verhuizen stukken mee uit de huidige zaal 2, waar het interieur van de voormalige seksbioscoop Parisien is ondergebracht. Die stukken krijgen dan een dubbele historische waarde. Ze zullen niet alleen een tastbare herinnering zijn aan porno op de Nieuwendijk, maar tegelijkertijd aan filmklassiekers in het Vondelpark.

Bekijk hier een compilatiefilmpje van EYE, ter voorbereiding op de Grote Verhuizing.

Lees verder

Reacties

Laatste artikel1 uur 1 min geleden

Reacties

afbeelding van René

Die cinefiele omnivoor komt

Die cinefiele omnivoor komt heus wel aan zijn trekken, hoor, en in ruimere mate dan nu.
Maar het gaat er niet om om zoveel mogelijk films te vertonen. Het aantal zalen verdubbelt, het aantal voorstellingen nog veel meer. En ook die cinefiele omnivoor kan echt niet naar vier zalen tegelijk.
En kan een internationaal/landelijk instituut niet ook een buurtfunctie hebben? Een groot aantal activiteiten - de tentoonstellingen, veel filmvoorstellingen - zullen naar alle waarschijnlijkheid enkel in Eye te zien zijn, met daarnaast ook een selectie uit het actuele aanbod. Dat is nu ook al zo, maar die selectie zal wat anders zijn dan in de situatie dat Eye vlakbij Rialto of Cinecenter zit. Als Eye op dit moment dezelfde titels zou vertonen zou er van publiek afsnoepen sprake zijn, maar een vertoning in Noord zal het publiek voor een bepaalde titel alleen maar vergroten. Iets minder eer voor de programmeur, maar wel leuk voor de filmliefhebber uit Noord en verder.

afbeelding van Arjan Berben

Nu klinkt het als iets heel

Nu klinkt het als iets heel ergs: een bak films uitstorten over de cinefiele omnivoor. Stel je voor. Wat was het mooi geweest, als 'Eye' die kant op zou gaan. Mogelijk minder eer voor de programmeur, meer lol voor de filmliefhebber.
En wat is dat voor geneuzel over tien minuten meer of minder fietsen. Van Rialto of Cinecenter publiek willen afsnoepen, dat lijkt toch wel wat 'klein' gedacht. Dit moet toch een internationaal/landelijk instituut worden? Probeer dan ook films te laten zien waar niet nu al zalen voor zijn, op spuugafstand.

afbeelding van Loes Evers

Nou, we hebben wel de

Nou, we hebben wel de coördinaten voor je: http://tinyurl.com/24hyo8a. Een heus adres kunnen we nog niet vinden, dus je zult de vakantiekaartjes nog even (tot eind 2011) aan het Vondelpark-paviljoen moeten richten. ;)

afbeelding van Alper

Ah, fijn. Weet ik nu

Ah, fijn. Weet ik nu eindelijk waar het ligt. Ziet er niet al te problematisch uit daar vlak naast de pont!

afbeelding van Alper

Heeft dat nieuwe gebouw al

Heeft dat nieuwe gebouw al een adres?