Play it again, Polanski
Het herschikken van theater naar film valt niet mee. Zeker, beide genres gebruiken audiovisuele manieren om een verhaal te vertellen, maar zijn verder in vrijwel ieder aspect verschillend. Een goed toneelstuk is nog geen goede film. Waarom zijn Rabbit Hole en Closer dan zo goed gelukt, maar bleef het publiek weg bij Noises Off en For Colored Girls?
Bij het maken van een adaptatie is het heel belangrijk theater en film te zien als verschillende organismen. Het zijn de zaken waarin de twee van elkaar afwijken, die doorslaggevend kunnen zijn voor het succes. Grof gezegd zijn er vijf grote punten: cinematografie, muziek, cast, crew en mate van trouwheid aan het origineel. Keuzes moeten hierin gemaakt worden, niet getwijfeld, en dit is bij iedere film anders.
Zo is het invoegen van meerdere locaties misschien wel het grootste verschil tussen film en theater. In de wereld met miljoenenbudgetten ben je niet tot een aantal vierkante meters gebonden, dus kunnen bergen beklommen worden, meren schepen aan en wordt er vaak veelvuldig gewisseld van plaatsen, in tegenstelling tot het vlakke (maar fraaie) toneel.
Muziekloos
Ook cameravoering maakt je meester van het beeld; alles wat nadruk moet krijgen kan met close-ups benadrukt worden, evenals in kleuren en de vele andere cinematische middelen. Het kan je film maken of breken, de keuze voor veel ruimte en groots camerawerk (Sweeney Todd), of het klein te houden; beperkt tot misschien wel een enkele kamer, geschoten op de huid van de acteurs, zoals Who's Afraid of Virginia Woolf. Het is de stijl van dit werk van Mike Nichols die Polanski ook gebruikt in Carnage, al zijn er ook verschillen met deze adaptatie te noemen.
Waar de muziek bijvoorbeeld aanzwelt bij de film van Nichols, zul je dat niet terughoren in de theaterbewerking van de Poolse regisseur. Bij de overdracht naar film wordt de regisseur voor deze keuze gesteld: een componist erbij en de scènes laten ondersteunen door een soundtrack, of de beelden muziekloos houden? Polanski koos voor het laatste, afgezien van een voortreffelijke eind- en openingstune van Alexandre Desplat.
Personages
Tijdens de openingstune, fraai in longshot, zien we de ruzie tussen twee elf-jarige kinderen, waarbij de een de ander met een stok slaat. De hele film beslaat vervolgens het appartement van de ene ouders (Jodie Foster en John C. Reilly) die het andere paar (Kate Winslet en Christoph Waltz) ontvangen. De bedoelingen van de vier volwassenen zijn duidelijk; de vechtpartij moet niet zwaarder worden gemaakt dan hij is, en met eventuele verkeerde interpretaties kan via een gezamenlijk gesprek snel korte metten worden gemaakt. Toch vervallen de personages geleidelijk, maar in een gedegen koers, tot aanrichters van het figuurlijke bloedbad waar de titel naar verwijst.
Er zijn slechts vier personages, en die verblijven vrijwel de hele film in één kamer. Het Oscarvoer dat Polanski heeft gekozen is niet mis, al werd het toneelstuk Le Dieu de Carnage ook vertolkt door topacteurs en –actrices; Ralph Fiennes, Isabelle Huppert, Jeff Daniels, Lucy Liu en James Gandolfini kropen allen al eerder in de rollen op de planken in Europa en Amerika.
Waar de meeste filmacteurs nu ook theaterklussen nemen, en de kloof tussen de twee gebieden van acteren vervalt, ziet de crew van een theaterwerk er heel anders uit dan een filmcrew. Toch zijn de voorbeelden ook talrijk van theaterproducers, -schrijvers en –regisseurs die de overstap maken. Zo produceerde Scott Rudin zowel de theater- als de filmversie van Doubt, regisseerde Orson Welles Macbeth op de planken en het witte doek, en nam Woody Allen het script voor beide versies van Play it Again, Sam voor zijn rekening.
Trouw
Lettend op de voor- en nadelen hiervan nam Polanski voor de filmversie van Carnage de oorspronkelijke schrijfster, Yasmina Reza, aan vanwege haar veelzijdigheid. Boeken, films en theaterstukken staan al op haar naam – vrijwel unaniem lovend ontvangen door het publiek en de critici – en ze vervormde haar eigen stuk zeer bewonderenswaardig tot een fraaie film.
Het gevaar niet trouw te blijven aan het stuk was vervolgens ook verkeken; daar hield Reza zelf wel rekening mee. Toch zijn er films gemaakt van toneelstukken die uiteindelijk nog heel weinig met het origineel te doen hebben, maar wel uitstekend zijn gelukt. Zo zijn The Lion King en 10 Things I Hate About You zeer vermakelijke verbasteringen van Shakespeare, evenals Akira Kurosawa's Ran. Toch kunnen ook de meer trouwe adaptaties op veel positieve kritiek rekenen, zoals bijvoorbeeld Long Days Journey Into Night. Beide manieren zijn dus mogelijk, maar er moet wel gekozen worden. Het zijn vaak de films die er tussenin zitten, die jammerlijk falen.
Hiermee is treffend de moeilijkheidsgraad verwoord van de theateradaptaties. Zo veel keuzes moet men maken, en vaak speelt het overtrokken respect voor het origineel dan ook nog een grote rol. Dit is te begrijpen, maar niet geheel nodig, want uiteindelijk is een toneelstuk immers meer geëerd met een goede maar vervreemde film, dan met een zeer getrouw fiasco.
Slachting
Een geheel eenzijdig antwoord is er dus niet, maar duidelijk is wel dat Roman Polanski met zijn adaptatie van Le Dieu de Carnage een flinke gok waagde, zo ver nog in zijn carrière. Polanski koos voor het behoud van een enkele locatie (met uitzondering van twee scènes), een cameravoering die op de huid zit van de acteurs, vrijwel geen muziek, een nieuwe cast en de betrokkenheid van de schrijfster van het origineel, Yasmina Reza. Of dat de reden is dat Carnage een bijzonder goed gelukte theateradaptatie is geworden, valt niet te zeggen. Maar het gros aan mogelijkheden maakt duidelijk dat het niet the easy way to go is. Desalniettemin is Carnage een indrukwekkende slachting in figuurlijke zin, waarbij ieder slachtoffer ook een dader is, en de sympathie voor vrijwel allen vervalt.
