Nederhorror en vergeten films in Cavia

Vrij onbekend bij het grote publiek, maar niet bij filmliefhebbers: Filmhuis Cavia is een theater met een ongebruikelijke signatuur op een ongebruikelijke locatie, boven kickboksschool Xena Sports in de Staatsliedenbuurt.

Wie het pand aan de Van Hallstraat voor het eerst betreedt wordt in eerste instantie afgeleid door gekreun en gesteun en het geluid van handschoenen op boksballen. Laat je echter niet van de wijs brengen door de bezwete torso's die de begane grond bevolken, en bestijg de trappen naar de eerste verdieping. Daar huist al bijna dertig jaar Filmhuis Cavia, één van de kleinste filmtheaters in Amsterdam, met plek voor veertig bezoekers.

In de jaren '80 trokken krakers vanuit de Nieuwmarktbuurt naar de Staatsliedenbuurt, die grondig aangepakt zou worden; veel panden in de verpauperde buurt waren door de eigenaren al dichtgespijkerd. De krakers werkten samen er samen om zich te weren tegen huisjesmelkers en een aantal broodnodige voorzieningen op te zetten die de Staatsliedenbuurt ontbeerde. Dit resulteerde bijvoorbeeld in een kinderopvang, een geraadschapsuitleen en muziekpodium Zaal 100. Ter voorbereiding van het jaarlijkse buurtfestival De Staatsliedengreep kwam men op het idee om ook iets met film te doen en de organisatoren van het festival klopten aan bij het productiebedrijf dat destijds gevestigd was waar nu Cavia huist. Daar was immers een filmzaal. Die samenwerking mondde uit in een wekelijks filmprogramma en leidde uiteindelijk tot de geboorte van Kavka: Kollektief Audiovisueel Kafé Amsterdam, later omgedoopt tot Filmhuis Cavia.

'Heb je een goed idee, dan ben je programmeur'

Sinds 1983 fungeert de plek officieel als een filmtheater, dat door pakweg vijftien vrijwilligers draaiende wordt gehouden. Twee van hen zijn Janneke van Dalen en Alexandra Mientjes, beiden jong en studerend, en bij Cavia werkzaam als operateur. Alexandra volgt een onderzoeksmaster Mediastudies aan de UvA, Janneke een masteropleiding Preservation & Presentation of the Moving Image, eveneens aan de UvA. Film is niet zomaar een hobby, en ze nemen hun werkzaamheden bij Cavia dan ook serieus. Met een vaste programmering wordt er echter niet gewerkt, en van een strikte hiërarchie is ook geen sprake. 'Als je een goed idee hebt en je kunt het enthousiast overbrengen, dan ben je programmeur. Daar komt het eigenlijk op neer,' lacht Van Dalen. 'Dat werkt goed, het vergroot de betrokkenheid en het verantwoordelijkheidsgevoel bij de vrijwilligers.'

En van die vrijwilligers moet Cavia het hebben, want het budget is maar beperkt. 'In de vroege jaren draaide het filmhuis nog geheel op de baromzet, omdat veel krakers vooral kwamen om te drinken, niet per se voor de films. Tegenwoordig zijn we meer afhankelijk van de kaartverkoop en een subsidie van het stadsdeel', zegt Van Dalen.

Bewust onderscheidend

Films worden bij Cavia altijd binnen een bepaalde context getoond. Een programma wordt opgehangen aan een bepaald thema of een specifieke regisseur en speelt vaak in op de actualiteit. Mientjes: 'Tijdens de Maand van de Filosofie in april vertoonden we bijvoorbeeld Videodrome van David Croonenberg en The Purple Rose of Caïro van Woody Allen. Ook waren er lezingen en inleidingen op de films.' Het programma was een succes, evenals het Kafka-festival in oktober 2008 en de Grote Gerard Reve-dag afgelopen december.

Er worden geen premièrefilms getoond in Cavia, daar is eenvoudigweg geen budget voor. Maar het is ook helemaal niet nodig, volgens Van Dalen en Mientjes, want er zijn meer dan genoeg theaters die dat doen. Filmhuis Cavia vertoont juist films die in andere theaters niet of nauwelijks aan bod komen, zoals titels uit het genre 'nederhorror'. Ook 'vergeten' en oude films zijn geliefd. 'Hoewel 'oud' bij ons een ruim begrip is', zegt Mientjes. 'Voor ons is 'nieuw' een film die na 2000 gemaakt is.'

Filmhuis Cavia probeert zich vaak bewust te onderscheiden van andere onafhankelijke filmtheaters in Amsterdam. 'Wat ons betreft is Filmhuis Cavia een theater voor filmliefhebbers die wat verder kijken, die geprikkeld willen worden, die niet alleen maar geïnteresseerd zijn in de nieuwste hits', aldus Van Dalen. 'Omdat we niet concurreren of winst moeten maken, hebben wij veel vrijheid in het programmeren. Natuurlijk houden we ons filmpubliek altijd in gedachten, maar dit publiek is open minded en houdt wel van een experiment op z'n tijd.'

Creatief met een gering budget

Een paar onvervulde wensen hebben de programmeurs nog wel. Zo zouden ze bijvoorbeeld graag een klein festival rondom Werner Herzog organiseren, maar Herzogs films zijn duur en moeilijk verkrijgbaar. 'Er zijn altijd wel films die je graag zou willen draaien, maar die zijn te duur of te schaars,' zegt Van Dalen. 'Sommige distributeurs vragen zoveel geld voor hun films, dat het voor ons onmogelijk is om die te laten zien. Ons geringe budget vormt soms wel een serieuze belemmering voor onze programmering. Maar we zijn creatief genoeg om daar mee om te gaan.'

Een succesvolle kruisbestuiving met Xena Sports is er tot op heden helaas nog niet geweest. Filmhuis Cavia heeft wel ooit een klein festival met vechtsportfilms vertoond, maar daar kwamen vrijwel geen boksers op af. Van Dalen denkt dat het misschien ligt aan de films die er draaiden. Lachend: 'De hoofdfilm ging over een homosexuele bokser, misschien was dat bij nader inzien niet zo'n goede keuze.'

In de zomermaanden is het filmhuis gesloten en binden de programmeurs van Cavia de projector achterop de fiets om op verschillende plekken in Amsterdam een film in de openlucht te vertonen. Op vier achtereenvolgende vrijdagen zullen zij een film vertonen op de volgende locaties:

23 en 30 juli op de Buurtboerderij
6 augustus op het WG-terrein
13 augustus bij Museum Het Schip

Miriam van Ommeren is kunsthistoricus en werkt freelance als schrijver en redacteur. Daarnaast is zij hoofdredacteur van digitaal cultureel magazine De Optimist.

Lees verder

Reacties

Laatste artikel43 min 3 sec geleden

Reacties

afbeelding van Jenneke van der Geest

Enerzijds is het jammer dat

Enerzijds is het jammer dat kleine theaters zoals Cavia afhankelijk zijn van subsidie en nooit genoeg geld hebben om te doen wat ze écht zouden willen doen, maar anderzijds vind ik het ook wel weer erg tof dat er zulke kleine, beetje obscure theatertjes bestaan. Hopelijk kan Cavia nog lang blijven doorgaan.

afbeelding van Loes Evers

En voor zij die nieuwsgierig

En voor zij die nieuwsgierig zijn: vrijdag de 23e wordt onder de oude bomen in de tuin van de Buurtboerderij de ultieme horrorfilm Night of the Living Dead vertoond.