Lucas Belvaux over 38 témoins

Lucas Belvaux baseerde 38 témoins op een geruchtmakende moordzaak in New York. 'Als iemand om haar leven schreeuwt, kun je je niet voorstellen dat er van achtendertig mensen niet ten minste één is die ingrijpt.'

Wanneer Louise terugkomt van zakenreis in China, is er in haar straat 's nachts een jonge vrouw vermoord. De bewoners van haar flat zijn er allemaal doorheen geslapen, vertellen ze de politie. Ook Louise's man Pierre zegt niets gehoord te hebben. Maar hij ligt ergens van wakker.

De Belgische regisseur Lucas Belvaux baseerde 38 témoins losjes op een casus die in ieder handboek sociale psychologie besproken wordt. In 1964 werd in New York de 28-jarige Kitty Genovese op straat doodgestoken. Thirty-Eight Who Saw Murder Didn't Call the Police, kopte The New York Times boven een geruchtmakend artikel waarin gesteld werd dat talloze buren Genovese hoorden schreeuwen, maar niet ingrepen.

De zaak van Genovese leidde in de sociale psychologie tot de formulering van het zogenaamde omstandereffect. De theorie luidt dat hoe meer mensen getuigen zijn van een misdaad, hoe kleiner de kans is dat iemand ingrijpt. 38 témoins laat zien wat de gevolgen kunnen zijn. Voor het slachtoffer, voor de getuigen, maar ook voor de samenleving. Want morele verontwaardiging wordt ingewikkeld als het menselijk falen algemeen blijkt.

'Eén getuige die niets doet, is een klootzak,' zegt Belvaux wanneer we hem spreken op het filmfestival van Rotterdam. 'Maar als het er achtendertig zijn, is er een probleem. Het is dan minder makkelijk om vol te houden dat je het zelf anders had gedaan. Daardoor wordt het bijna iets legitiems.'

Ben je zelf ook wel eens zo'n zwijgende omstander geweest bij een bedreigende situatie?

'Natuurlijk. Maar er zijn ook situaties geweest waarin ik wel heb gehandeld. Er is in mijn leven een situatie geweest die met de moord in de film is te vergelijken – niet zo dramatisch, maar wel in de zin dat een directe reactie noodzakelijk was – waarin ik heb opgetreden. Maar er zijn ook situaties geweest die zich over meerdere jaren afspeelden, waarin zich niet zozeer één concreet moment aandiende om te handelen, waarin ik tekort ben geschoten.'

Is het, gezien de wijdverspreidheid van het omstandereffect, nog mogelijk om moreel te oordelen over getuigen die niet ingrijpen?

'Absoluut. Ik vind dat alle getuigen in de film verkeerd gehandeld hebben. Er viel iets te doen en dat hebben ze niet gedaan. Daarmee zijn ze allen medeverantwoordelijk voor de dood van de vrouw. Het was misschien niet hun verplichting om haar te redden, maar wel om het op zijn minst te proberen. Dat wil niet zeggen dat ik in hun plaats niet hetzelfde had gedaan. Niemand weet van tevoren hoe hij op een bepaalde situatie reageert.'

Wat bepaalt of je iets doet op een moment waarop je direct moet beslissen?

'Het eerste antwoord is denk ik dat er achtendertig verschillende redenen zijn waarom de achtendertig getuigen niet ingrepen. Sommige van die redenen zullen aanvaardbaar of begrijpelijk zijn. Het kan bijvoorbeeld dat je heel diep slaapt, wat geschreeuw hoort, niet bij je positieven bent en weer in slaap valt. Voor sommigen zal de verklaring in een psychisch mechanisme gezocht moeten worden: ze zijn in zo'n staat van verbijstering dat ze bevriezen. Voor anderen zal gelden dat ze laf zijn, of dat ze niets geven om het leven van een ander.'

'Hoe verteert de maatschappij zoiets? Dat is wat me in de eerste plaats interesseert'

Zijn dat voor jou bevredigende verklaringen?

'Geen van allen geeft me volledige voldoening. Als iemand om haar leven schreeuwt, kun je je niet voorstellen dat er van achtendertig mensen niet ten minste één is die ingrijpt. Uiteindelijk heb ik moeten concluderen dat ik op dat raadsel geen antwoord kan geven. Zeker niet in anderhalf uur film. Dat doe ik dus ook niet. Misschien zou het voor toeschouwers bevredigender zijn als ik dat wel deed, maar dat zou dan een kunstmatig antwoord zijn. Met zo'n film zou ik me persoonlijk niet op mijn gemak voelen.'

Dus stel je andere vragen.

'Hoe verteert de maatschappij zoiets? Dat is wat me in de eerste plaats interesseert. Praat je erover? Zwijg je, omdat het te erg is? Ga je op zoek naar simpele antwoorden om je gerust te stellen? In Amerika hebben ze na de zaak Genovese bijvoorbeeld het alarmnummer 9-1-1 geïntroduceerd. De gedachte was: als er een simpel nummer was geweest, hadden de omstanders misschien gebeld. Terwijl iedereen het nummer had van het politiebureau om de hoek.'

'Ik geloof dat stille tochten een projectie zijn van de algehele depressiviteit in de samenleving'

Een belangrijk motief in de film is de publieke fascinatie voor moordzaken. Heb jij daar een verklaring voor?

'Ik geloof dat het een vrij recent fenomeen is. Zodra er iets bekend wordt over een moordzaak, worden er gelijk stille tochten georganiseerd. Het zegt iets over de staat waarin de Westerse samenleving verkeert. Het lijkt erop dat mensen zich graag verzamelen rond pijn en verdriet. Je deelt in het collectieve verdriet en in het verdriet van de individuele families van de slachtoffers en daarin kun je je eigen verdriet kwijt. Ik geloof dat de stille tochten een projectie zijn van de algehele depressiviteit in de samenleving.'

Pierre kan als enige van de achtendertig niet leven met zijn geheim. Wat maakt hem anders?

'Hij verlangt ernaar om berecht te worden. Hij denkt dat het de enige oplossing is. Zolang hij de schuld in zichzelf draagt, kan hij geen antwoord op zijn vragen vinden. Hij heeft een vonnis nodig om verder te gaan met zijn leven. Waarom hij wel en anderen niet? We hebben niet allemaal een hogere zelf. Iedereen staat anders tegenover schuld en boete. Daarom is rechtspraak noodzakelijk. Er moet een gemeenschappelijke wet zijn, die iedereen op een gelijke manier verantwoordelijk houdt. Alleen de wet kan ons voorhouden wat acceptabel is.'

Lees verder

Reacties

Laatste artikel13 uur 9 min geleden