LGBT-cinema: "Everyone's fucked"
Van Kaapstad tot Kiev, van Sidney tot São Paulo, van Helsinki tot Honolulu: een beetje stad heeft een eigen LGBT-filmfestival. Wereldwijd zijn er minstens tweehonderd grotere of kleinere evenementen die zich concentreren op films rond het thema homoseksualiteit. Vaak zijn ze razend populair. In Amsterdam raken weinig filmfestivals makkelijker uitverkocht dan de Roze Filmdagen. Geen wonder dat festivals als Africa in the Picture en CinemAsia aparte LGBT-programma's verzorgen. Voor films over homoseksualiteit is altijd een publiek.
Je zou tegen jonge filmmakers zeggen: maak een film over homo's, dan heb je een goede kans om de wereld over te gaan. De Engelse regisseur Andrew Haigh kan erover meepraten. Zijn tweede film Weekend, over de snelkookliefde tussen twee jonge mannen, bracht hem op LGBT-festivals in onder andere Toronto, Los Angeles, Oslo, Madrid, Brno en Hamburg. 'Als beginnend regisseur kun je absoluut je voordeel doen met de sterke LGBT-niche in de internationale filmwereld,' vertelt hij op het filmfestival van Rotterdam. 'Als je homo's in je film hebt, krijg je er automatisch een wereldwijde arena bij om je film te laten zien.'
'Je zult bij Weekend echt nooit een groep heteroseksuele mannen in de zaal zien'
Toch kan het LGBT-circuit volgens Haigh voor regisseurs ook frustrerend zijn. De festivals trekken vooral een homoseksueel publiek dat er – begrijpelijkerwijs – genoeg van heeft dat je in de bioscoop altijd naar heteroseksuele stelletjes zit te kijken. 'De bezoekers komen over het algemeen omdat ze geïnteresseerd zijn in films met homo's erin,' zegt Haigh. 'Ze zijn er meestal niet omdat ze geïnteresseerd zijn in onafhankelijke cinema. Voor regisseurs met artistieke ambitie is het nut van zulke festivals daarom beperkt.'
Kortzichtigheid
Het is de keerzijde van de medaille. Films over homoseksualiteit kunnen terugvallen op een sterk internationaal netwerk, maar krijgen daarbuiten moeilijk voet aan de grond – zelfs in liberale filmhuiskringen. Af en toe zijn er succesnummers als Fucking Åmål en Brokeback Mountain die een gemengd publiek naar de bioscoop trekken. Toch blijven hetero's over het algemeen nog vaak weg bij films over homoseksuele liefde. Haigh merkt het met Weekend. 'Tot nu toe zien we dat we relatief veel heteroseksuele bezoekers hebben: vooral vrouwen, en daarnaast mannen die in cinema geïnteresseerd zijn. Maar evengoed zul je bij Weekend echt nooit een groep heteroseksuele mannen in de zaal zien.'
'Ik heb in San Francisco in een zaal met duizend lesbiënnes gezeten'
Daar zijn verschillende redenen voor, denkt Haigh. 'Hetero's denken dat een film over twee homo's ze niets zal bieden waar ze in hun eigen leven iets mee kunnen, omdat ze zich niet in het liefdesverhaal kunnen verplaatsen. Er is ook een element van angst. Ik denk dat mannen bang zijn dat anderen zullen denken dat ze ook een beetje homo zijn als ze naar films over homo's kijken. En dan is er natuurlijk de seks. De meeste heteroseksuele mannen willen niet naar homoseks kijken. Ze denken dat ze zich ongemakkelijk zullen voelen, of misschien zelfs wel opgewonden.'
Er is nog een lange weg te gaan voordat het principe van boy meets girl in de mainstreamfilm wat afwisseling krijgt. Hetero's kijken nog altijd het liefst naar films over hetero's. Die kortzichtigheid wordt door homo's en lesbiënnes vaak bekritiseerd. Haigh plaatst er graag een kanttekening bij. 'Als ik op een LGBT-festival naar een film over lesbiënnes ga, ben ik steevast de enige man in de zaal. Ik heb in San Francisco in een zaal met duizend lesbiënnes gezeten. Het is krankzinnig, er is nul interactie. Homo's gaan naar de films over homo's, lesbo's naar de films over lesbo's. Wat het laat zien, is dat mensen kortzichtiger zijn dan ze zelf graag denken – zowel hetero's als homo's. Iedereen is even slecht. Everyone's fucked.'
