Laatste kans: Le refuge
1. Regisseur François Ozon. Wat hij ook doet, het is altijd goed. Het bewijs? Ricky, Le temps qui reste, 5x2, Swimming Pool en 8 femmes, om maar wat te noemen.
2. Onvoorspelbaar. Als het om de liefde gaat, kan in Le refuge alles. Man of vrouw, zwager of zwanger, moeder of oom, het maakt niks uit. De relaties die Ozon zijn personages aan laat gaan (of laat verbreken) zijn even onvoorspelbaar als vanzelfsprekend. Je rekent er niet op, maar zodra je het ziet denk je: 'logisch'.
3. Het vakantiegevoel. Toegegeven, het begin, dat zich afspeelt in een Parijs' junkiepand, is geen pretje. Maar wie zich door die eerste tien minuten heen slaat (alleen leuk voor de ware injectienaaldenfetisjist), belandt samen met overlever Mousse in een zonovergoten Franse vakantievilla. Ontbijten in de tuin, wandelen naar het strand, slapen in het gras. Was het maar weer zomer.
4. De scène in de disco. Dit zagen we niet eerder: een hoogzwangere vrouw, op haar mooist, alleen dansend in een dampende disco. Met de ogen dicht. Even vergeten waar ze ook alweer vandaan kwam. En dan draait Ozon de dreunende beats naar de achtergrond en wordt het plaatje zowaar nog fascinerender.
5. Mooie mensen. Wie niet mee wil gaan in het verhaal, kan zich desnoods negentig minuten lang vergapen aan oogappels Isabelle Carré (Mousse) en Louis-Ronan Choisy (zwager Paul).
Ook voor het laatst
La bocca del lupo
A Brand New Life
Herfstsonate
Alamar
C'est déjà l'été
