Laatste kans: The Illusionist
1. Jacques Tati. Als geen ander legde Tati zijn vinger op de gebreken van de moderniteit, die in zijn films tegelijkertijd op de lachspieren werken en triest stemmen. Bij zijn dood in 1982 liet hij ons slechts zes films na. Deprimerend weinig natuurlijk. Er was wel nog een script, dat altijd op de plank was blijven liggen. Met The Illusionist is dat script gelukkig toch nog verfilmd.
2. De animaties. 'Heel, heel mooi gemaakt.' 'Prachtig! Om bij te likkebaarden.' De bewoners van deze site die een reactie achterlieten bij The Illusionist kwamen superlatieven tekort om de beelden te beschrijven. Regisseur Sylvain Chomet was eerder al verantwoordelijk voor de prijswinnende animatiefilm Les triplettes de Belleville en levert opnieuw een oogstrelende productie af. Computeranimaties zijn uiterst spaarzaam ingezet; fijn handwerk viert de boventoon.
3. De melancholie. Zondag regent het vast. Of anders woensdag wel. Een bezoek aan The Illusionist in een druilerig Vondelpark is het ultieme ingrediƫnt om zo'n heerlijk melancholische middag helemaal af te maken. Want we weten allemaal best dat alles vroeger beter was. En dat mensen gedoemd zijn om elkaar tot in de eeuwigheid verkeerd te begrijpen. En dat iedereen moederziel alleen sterft.
4. De bijrollen. Denk nu niet dat The Illusionist een loodzware film is. Er valt namelijk ook heel veel te lachen. Dat is voor een belangrijk deel te danken aan de kleine rollen, die met veel liefde uitgewerkt zijn. De ijverige acrobaten, die ook in het dagelijks leven voortdurend over elkaar heen flipfloppen. De uitzinnig vrolijke Schotse dronkelap. Weken later schiet je er af en toe nog van in de lach.
5. Edinburgh. Dat Parijs romantisch en New York bruisend is weten we nu wel. The Illusionist doet origineel, en brengt een ode aan het Edinburgh van de jaren vijftig. Zo kom je nog eens ergens.
