Laatste kans: Fargo
Door Bart Juttmann
In meer dan één opzicht is Fargo een sleutelfilm uit het oeuvre van Joel en Ethan Coen. Het commerciële succes, de goede recensies en de prijzenregen van deze kleine tragikomedie betekende de definitieve doorbraak van de eigenzinnige broers als serieuze filmmakers. Maar ook inhoudelijk en stilistische gezien is deze film een mijlpaal.
Vóór deze film blonken de Coens uit in hun over de top te stijl. Ook Fargo bevat nog excentrieke karakters met rare namen en dito kapsels, vreemde camerabewegingen en ongewone kleuren, maar net allemaal een fractie minder. De Coens kiezen voor een meer sobere aanpak dan bij hun eerdere werk en ze nemen de tijd stil te staan bij zowel de komedie als de tragiek van het verhaal over een totaal misgelopen ontvoering. Dit zagen wij terug in hun latere films The Man Who Wasn't There, No Country for Old Men en A Serious Man.
1. De beste Coen-loser ooit. De Coens hebben altijd al een zwak gehad voor stuntels, buitenbeentjes en mislukkingen, maar geen enkele Coen-loser was zo hartverscheurend als autohandelaar Jerry Lundergaard (William H. Macy). Iedereen walst over hem heen en zelfs zijn autoraampje kan hij niet goed schoonvegen. Jerry wil een beter leven voor zijn gezin door zijn vrouw te laten kidnappen en zijn schoonvader geld af te troggelen, maar natuurlijk loopt dat mis. Vreemd genoeg leeft de kijker met hem mee, en de manier waarop hij zichzelf met leugens en incompetentie steeds dieper in de nesten werkt is hilarisch, pijnlijk en herkenbaar.
2. De beste Coen-held ooit. Meestal zijn lieve, fatsoenlijke personages stomvervelend, maar Marge Gunderson (Frances McDormand), de nuchtere, verstandige en hoogzwangere politiecommissaris die het menselijke drama ontrafelt, weet die valkuil op elegante wijze te omzeilen. Als Marge al een zwakte heeft, dan is het haar vertrouwen in de goedheid van de mens. Ze lost de zaak pas op als ze beseft dat niet iedereen de waarheid spreekt, maar tegen die tijd zijn er zeven mensen gedood. Haar grootste triomf is niet het vangen van de moordenaar, maar dat ze ondanks alles haar geloof in de goedheid van de mens behoudt. Dat maakt haar de mooiste Coen-held ooit.
3. Het camerawerk van Roger Deakins. Zoals gezegd heeft Fargo voor een Coen-film een sobere cameravoering. Veel scènes zijn gedraaid in één shot en de camera beweegt alleen als dat gemotiveerd wordt door de handeling. Maar de briljante director of photography Roger Deakins weet binnen deze beperkingen wonderlijk subtiele dingen te doen. Let op hoe hij Jerry voor aap zet door achter zijn hoofd auto's zijn oren in en uit te laten rijden of hoe hij de personages altijd langs elkaar heen laat praten. En wie had gedacht dat je zoveel dynamiek kunt halen uit de kleur wit?
4. De accenten. Een voor de hand liggende reden. Malle accenten zijn natuurlijk een heel goedkope manier om de lachers op de hand te krijgen, maar de Coens benutten de vette Scandinavische accenten met zoveel schaamteloos genoegen, dat het echt grappig wordt.
5. De banaliteit van het kwaad. Hoewel Fargo niet waarheidsgetrouw is aan echte gebeurtenissen, zoals de mededeling aan het begin suggereert, is deze claim ook niet zomaar een grapje. Het geweld en gemoord in de film komt niet voort uit sinistere plannen van geniale schurken met grote doelen, zoals we zo vaak zien in de bioscoop, maar uit een spiraal van geklungel, misverstanden, miscommunicatie, gekwetste ego's van bange, onzekere en onhandige mensen. Kortom, Fargo toont ons de banaliteit van het kwaad en ligt daarmee waarschijnlijk dichter bij de geest van de waarheid dan de meeste geweldsfilms.
