John C. Reilly: acteur in de periferie
Met zijn onbedwingbare krullenbol, zijn inherent jolige gezicht en zijn knuffelbeerfiguur is John C. Reilly alles behalve een doorsnee Hollywoodster. Maar in tegenstelling tot vergelijkbare collega's Philip Seymour Hoffman, die volle zalen in de art house cinema trekt, of Will Ferrell, die met komedies zich ontwikkelde tot leading man, blijft Reilly een veelzijdig maar ondergewaardeerde acteur die nog geen grote bekendheid geniet bij een groot publiek. Met het uitkomen van Carnage, de nieuwste film van Roman Polanski, komt daar misschien verandering in. In Carnage houdt Reilly zich moeiteloos staande tegenover andere fantastische acteurs als Christoph Waltz, Jodie Foster en Kate Winslet in een filmbewerking van een toneelstuk van de Franse toneelschrijfster Yasmina Reza, waarin twee echtparen elkaar onderling verbaal compleet murw slopen tot er niets over lijkt te zijn van hun geciviliseerde façade. Reilly speelt Michael, een op het eerste gezicht typisch Reillyaanse lobbige goedzak die zich ontpopt als dierenbeul en lompe, racistische klootzak. Dit in tegenstelling tot zijn rol in We Need to Talk About Kevin, waarin hij als Franklin, de fysiek en mentaal ietwat afwezige echtgenoot van Tilda Swintons Eva, zich grotendeels in de periferie van de film beweegt.
In We Need to Talk About Kevin zien we de film dan ook vanuit het perspectief van Eva, die moet leren leven met de gruwelijke Columbine-achtige slachtpartij die haar 15-jarige zoon Kevin heeft aangericht. We zien zowel het leven van Eva in de nasleep van het bloedbad als flashbacks waarin haar onvermogen om een band op te bouwen met Kevin wordt getoond. In het begin van de film zien we hoe ze wanhopig probeert een krijsende Kevin als baby te sussen, om uiteindelijk bij een pneumatische boormachine te gaan staan om het gegil weg te laten drukken door het gedreun. Als ze uiteindelijk uitgeput op de bank beland en Kevin in zijn wiegje ligt te slapen, banjert Franklin onbekommerd de kamer binnen en pakt de opeens poeslieve Kevin op, om met een guitige blik te verklaren: 'Je moet hem gewoon een beetje schommelen, dan wordt hij vanzelf stil.'
Dat Reilly niet bang is om zichzelf neer te zetten als iemand die de grenzen van zijn eigen intellect niet kent, bewijst hij op meesterlijke wijze in de komedie Talladega Nights: The Ballad of Ricky Bobby (2006) waarin hij als de stupide, maar hyperenthousiaste sidekick van Will Ferrell een essentieel onderdeel is van het disfunctionele gezinsleven van de Bobby's. In Walk Hard: The Dewey Cox Story (2007) speelt Reilly wel de hoofdrol, maar jammer genoeg is deze hilarische parodie op muziekbiopics nooit in de Nederlandse bioscoop te zien geweest, wederom een reden waarom Reilly's naamsbekendheid (hier) niet zeer groot is.
Niet dat Reilly dat zelf veel kan schelen. Integendeel, hij verwelkomt zijn blijkbare gebrek aan roem omdat het hem veelzijdig maakt als acteur. Zoals hij het zelf betaamt: 'Als je te bekend wordt, verlies je de mogelijkheid om je publiek te verrassen en dat is wat ik graag doe met mijn personages. Ik kom er nog steeds mee weg, denk ik zelf.'
Ten slotte een citaat van Reilly over zijn relatieve obscuriteit: 'Ik vind het geweldig dat mensen mij niet kunnen plaatsen. Ze weten mijn naam niet. In mijn wereld betekent dat: missie geslaagd!'
