George Sluizer: ‘Ik maak films die eigenlijk niet kunnen’
Fotografie Martijn Savenije
Vijf jaar geleden werd George Sluizer getroffen door een slagaderbreuk. Volgens de diagnoses van vier verschillende vaatchirurgen heeft hij nog ongeveer een half jaar te leven. Sluizer zette meteen zijn prioriteiten op een rijtje: Dark Blood moest afkomen, voor het te laat was. Door de voortijdige dood van Phoenix mist hij 20 % van de scènes die hij eigenlijk had willen draaien, waardoor hij tijdens de montage naar creatieve oplossingen moet zoeken. Sluizer: ‘Ik weet niet wat een kijker gaat denken. Sommigen zullen zeggen: er ontbreekt toch niks? Maar ik weet zelf donders goed wat er ontbreekt. Als er scènes missen, verandert ook de structuur van de personages. Of die verandering slecht is laat ik in het midden. Misschien is het wel een verbetering.’
Sluizer (1932, Parijs) maakte in 1972 zijn speelfilmdebuut met de in Brazilië opgenomen productie Joao en het mes. Internationaal succes verwierf hij zestien jaar later met Spoorloos. Begin jaren negentig kreeg Sluizer een kaartje uit Australië van de onbekende schrijver Jim Barton. Of Sluizer misschien een script van hem wilde lezen. Sluizer: ‘Dat bleek dus het script van Dark Blood te zijn. Ik dacht, dat is een interessant verhaal. Het had een politieke dimensie. Begrippen als ecologie en duurzaamheid kwamen indirect aan de orde.’
Dark Blood draait om Boy, die zich heeft teruggetrokken op een nucleair testterrein, nadat hij zijn vrouw verloor aan kanker. Boys zelfopgelegde ballingschap wordt ruw verstoord door een Hollywood-echtpaar met autopech. Boy wil ze vasthouden omdat hij nooit bezoek heeft. En hij wordt verliefd op de vrouw. 'Verliefd, dat is een woord dat ik eigenlijk niet graag gebruik. Je kan beter zeggen: hij is aardig voor haar. Maar hij is ook verbitterd.’
River Phoenix was meteen Sluizers eerste keus voor de rol van Boy. In 1993 was de 23-jarige Phoenix een tieneridool, maar wel één met een Oscar-nominatie op zak. Het bleek lastig om de ster te benaderen. ‘Rivers agente wilde het script niet aan hem doorgeven, omdat ze mijn naam niet kende. Zo kunnen agenten in Amerika zijn, domme beschermers van acteurs. Vervolgens hebben we Johnny Depp benaderd. Die zei: ik lees het script in het weekend. Dat heeft minstens twee maanden geduurd, elke week beloofde hij weer dat hij het script in het weekend zou lezen. En toen kwam mijn film Utz in Amerika uit. De agente van River heeft die film gezien, en ze belde de productiemaatschappij op: is dat die man waar ik vier maanden geleden een script van heb gehad? River heeft diezelfde avond teruggebeld en gezegd: ik wil die man ontmoeten.’
River ging meteen naar de apotheek om aspirine te halen.
Sluizer vloog naar San Francisco, waar Phoenix aan het werk was, en werd meteen getroffen door diens gebrek aan sterallures. ‘Toen ik met hem zat te lunchen had ik behoorlijk zware koppijn, wat ik zelden heb, dus ik zei: ik heb zo’n koppijn dat ik niet weet of ik je iets fatsoenlijks kan vertellen over de film. Toen ging hij meteen naar de apotheek om aspirines te halen. Dat is dan een ster, een bekend acteur, die holt meteen naar een apotheek om aspirines te halen voor een vreemde meneer.’
Jantje of Pietje
De buitenopnamen voor Dark Blood vonden plaats in de woestijn van Utah en New Mexico. Toen de productie voor de resterende elf dagen aan studio-opnamen naar Los Angeles verkaste, sloeg het noodlot toe: op 21 oktober 1993 overleed River Phoenix aan een overdosis cocaïne. ‘Dat was niet gepland,’ zegt Sluizer met een wrang glimlachje. ‘Het was een enorme ramp. De film was door studio New Line voorverkocht aan veertig landen. En de baas van New Line, Ted Turner, wilde niet dat er vervanging kwam voor River, dat vond hij oneerbiedig omdat River zo populair was. Er is toen vaak tegen mij gezegd: kun je niet de benen en de rug van een ander filmen. Ik weet wel dat sommige actiefilms zo zijn afgemaakt. Maar ik dacht, dit is een intieme film waarbij het erom gaat dat je in de ogen van de acteurs kunt kijken. Dan kan ik River niet door Jantje of Pietje vervangen, dat past niet.’
Turner koos eieren voor zijn geld. ‘De verzekering betaalde alle schade en dat was een pittig bedrag. Maar toen ontstond er een ruzie tussen de Berliner Bank, die de cashflow verzorgde voor de productie, en de verzekeringsmaatschappij. De bank zei: wij hebben die film gefinancierd, dus het filmnegatief is van ons. En de verzekering zei: nee, wij hebben uitgekeerd, dus het negatief is nu van óns.’
'Ik kan River niet door Jantje of Pietje vervangen, dat past niet.’
Sluizer keerde terug naar Europa. Zelf kon hij ook niet meer bij het negatief van ‘Dark Blood’, dat lag opgeborgen in een kluis van de verzekerings- maatschappij. ‘Om de zoveel tijd belde ik de verzekering: zijn jullie er uit? Ik heb ook een bod gedaan: mag ik mijn film kopen voor één dollar, als jullie er toch niets mee doen? In 1999 heeft de verzekering het negatief aangeboden bij twee filmotheken, die van de UCLA en die van het American Film Institute. Het was ongemonteerd materiaal, dus je moest investeren voordat het bruikbaar was. Dat hadden ze er niet voor over. Het was 700 kilo materiaal, een vrachtauto vol. De verzekering zei: dan verbranden we het spul. Toen ik dat hoorde dacht ik: dan haal ik het wel weg. Ik ben handig genoeg.’
Snel en ’s nachts
Hoe pakte hij die roof aan? ‘Ik heb negen jaar in Hollywood gezeten, dus ik ken aardig wat mensen en ik weet hoe het systeem in elkaar zit. En ik weet waar ik de jongens kan vinden die iets durven. De opdracht was dat het snel moest gebeuren en dat het ’s nachts moest gebeuren, voordat iemand argwaan zou krijgen, want anders had ik een probleem. Ik was in Holland toen het gebeurde. Maar de verzekering wist drommels goed wie er achter zat. De verzekeringsman belde me later en zei: bedankt, nou hoeven we de verbranding niet te betalen.’
'De verzekering wist drommels goed wie er achter zat.'
Bij de eventuele consequenties van de roof stond Sluizer niet teveel stil. ‘Als je jezelf ten doel stelt dat het negatief niet verbrand wordt, dan moet je zorgen dat het niet verbrand wordt. Als je gaat bedenken wat er allemaal kan gebeuren, dan kom je er niet aan toe. Je bent niet op deze aarde om gehoorzaam te zijn. Als je sterft en je zegt: ik ben mijn hele leven alleen maar gehoorzaam geweest, dan had je misschien beter niet geboren kunnen worden. Dan heb je je potentiële mogelijkheid niet gebruikt.’
'Maak hem, verdomme'
‘Ik heb veel jonge collega’s horen zeggen: het Filmfonds heeft nee gezegd, dus ik kan mijn film niet maken. Onzin! Als je een film wilt maken, maak hem, verdomme. Ik ben gewend om films te maken zoals Joao en het mes, films die eigenlijk niet kunnen, die gemaakt zijn op een andere manier dan gebruikelijk. Indertijd had geen enkele producent interesse om een rare film in Brazilië te maken. Je kunt toch ook gewoon een film in Volendam maken? Maar ik wilde die film wél zo maken want ik vond het een mooi verhaal. Dan moest ik het zelf maar doen.’
Zijn ambities hadden ook schaduwkanten. ‘Ik was obsessief, ik kon het filmen niet laten. Dat betekent dat ik een heleboel andere dingen heb verwaarloosd. Als je tien jaar oud bent wil je niet dat je vader vijf maanden lang ergens ver weg is. Dat snap ik. Ik wil niet voor mijn zoon of dochter spreken, maar ze zullen wel eens gedacht hebben: waar is die zak, die zo met film bezig is?’
Als Dark Blood af is gaat Sluizer terug naar het Zuid-Franse Nice, waar hij al bijna tien jaar woont. Wil hij liever in Frankrijk sterven? ‘Het interesseert me niet waar het uiteindelijk praktisch gebeurt. Ik ben uit het niets voortgekomen en ik ga terug naar het niets. Wat er overblijft, is dat mensen die nog niet dood zijn weten dat ik bestaan heb. Daarna, drie generaties verder, het zal ze een zorg zijn.’
Mede dankzij fondsenwerving via CineCrowd heeft Sluizer Dark Blood af kunnen monteren. Op 27 september zal zijn infinito in première gaan op het Nederlands Film Festival in Utrecht.
Fotografie door Martijn Savenije



