Geen biopic, maar een heldenepos
Door Marloes de Moor
Vanwege zijn fascinatie voor Gainsbourg verhuisde regisseur Joann Sfar van Nice naar Parijs om hem in levende lijve te kunnen ontmoeten. Hij wilde een stripboek maken dat gebaseerd was op Gainsbourg’s nummer Evguénie Sokolov. Maar een maand nadat hij naar Parijs verhuisde, overleed Serge Gainsbourg.
Cartoonist Sfar, maker van onder andere de stripserie De kat van de rabbijn, maakte nooit eerder een speelfilm. Maar als fervent Gainsbourg-fan moest hij het verhaal van zijn held vertellen. Hij koos er echter voor geen biopic te maken, en niet alles strookt dan ook met de werkelijkheid. Hoewel Sfar het leven van Gainsbourg als zijn broekzak kent, stopte hij allerlei 'leugens' in de film. Ze storen geenszins. Het maakt Gainsbourg - vie héroïque tot zíjn film. Niet alleen de animaties waarmee de film wordt ingeluid en het geanimeerde alter ego 'rotkop' duiden op de hand van de striptekenaar. Alle elementen die voor hem persoonlijk belangrijk zijn, heeft hij erin verwerkt: liefde als remedie tegen tegenslag, de tragiek van Russische dichters, onmiskenbare ironie en bovennatuurlijke schepsels.
Gainsbourg à Gainsbarre
Sfar vertelt het verhaal van een verlegen, weinig aantrekkelijke man die zichzelf zoveel mogelijk beschermt, wankelt tussen schaamte en brutaliteit en zijn schuchterheid van zich afschudt door te provoceren. De strijd tussen de tedere, lieve Gainsbourg en de wilde, niets ontziende Gainsbarre is een terugkerend element in de film.
Hij tekent nauwkeurig Gainsbourgs Russisch-joodse jeugd tijdens de oorlogsjaren en de ontwikkeling die hij als kleine jongen doormaakt. De film opent kenmerkend met een scène op het strand van Deauville waarin Serge een meisje vraagt of hij haar mag kussen. 'Nee, je bent te lelijk,' zegt ze vastberaden. Het zal hem zijn leven lang blijven achtervolgen.
Op een nacht speelt hij piano voor zijn zusjes en vertelt hij dat hij met zijn spel alle mooie vrouwen van de wereld wil veroveren. Later lukt hem dat inderdaad. Tot ieders verbazing krijgt het lelijke jongetje van toen de mooiste vrouwen van de wereld aan zijn voeten. Toch slaagt hij er niet in zijn alter ego, de gêne om zijn bloemkoolhoofd met flaporen en een grote neus, voor altijd achter zich te laten. Hij heeft er als kind nachtmerries over en het beïnvloedt zijn gedrag.
Dat alter ego 'Rotkop' heeft een belangrijke rol in de film. De papier marché-pop met een reusachtige neus en oren is het beste maatje van Gainsbourg en sleurt hem overal doorheen. Hij stimuleert hem, waardoor hij zich langzaam ontdoet van de onzekere Lucien Ginsbourg die hij ooit was.
In zijn ontmoeting met Juliette Greco laat Sfar nog de onhandige Gainsbourg zien. Hij laat bij binnenkomst onmiddellijk een glas aan stukken vallen en herstelt zich op Mister Bean-achtige wijze. Verlegen danst hij met haar en in niets herkennen we het seksbeest dat hij later zou worden.
Langzamerhand verandert hij in een zelfbewuste, brutale man, onlosmakelijk verbonden met vrouwen, muziek, Gitanes en pastis. Hij verleidt Brigitte Bardot (Laetitia Casta) en bekijkt haar onbeschaamd en uitdagend als zij met haar duizelingwekkende seksappeal op hem af paradeert.
Kwetsbare schaduwkanten
Sfar legt de nadruk op tederheid, romantiek en poëzie, terwijl Gainsbourg door velen vaak beschreven wordt als enfant terrible, erotomaan, provocateur, seksverslaafde omringd door vrouwen, drank en Gitanes. Nergens toont Sfar pornografie, seksobsessies of 'trashy' scènes. Wel zien we veel mensen liggen in de film, maar in die scènes zijn ze kwetsbaar en praten ze met elkaar.
Nergens zien we hoe hij in een talkshow 'I wanna fuck you' tegen Whitney Houston zegt, een 500 francs-biljet verbrandt en het dubbelzinnige nummer Lemon Incest met zijn dochter Charlotte opneemt. Wel zien we dat hij zijn onvolwassenheid moeilijk van zich af kan schudden en niet overweg kan met de verantwoordelijkheden die op zijn pad komen.
Een bewuste keuze van de regisseur, die van mening is dat iedereen deze verhalen al kent en ze slechts een eenzijdig beeld schetsen. Voor hem is Gainsbourg boven alles een groot dichter en schrijver die je op één lijn kunt zetten met Russische schrijvers als Gogol of Dostojevski. Sfar toont Gainsbourg graag op zijn kwetsbaarste momenten, zoals de scène waarin hij treurt om zijn overleden hond Nana, nadat eerder al zijn vader stierf en Jane Birkin hem in de steek liet. 'Je huilt nog meer dan om je vader. Wees toch eens een man,' zegt zijn moeder over zijn onafgebroken tranendal. Sfar laat veelvuldig die schaduwkanten zien: het intense verdriet, de tragiek en de gevoeligheid.
Wie Serge Gainsbourg alleen kent van het hijgliedje Je t’aime, moi non plus zal door de ogen van Sfar een andere kant ontdekken: die van een kwetsbare man die lijdt aan het leven, maar toch de moed vindt op te staan om zijn publiek te behagen. Volgens Sfar is hij een held zoals de Grieken hem omschrijven. Geen Superman, maar een Prometheus die het vuur van de Goden stal en onder de mensen bracht.
Joann Sfar maakte een boekwerk met tekeningen van Gainsbourg. Dat wordt van maandag 15 maart t/m zondag 28 maart geëxposeerd in District V, Van der Helstplein 17 en in de Cous Cous Club, Ceintuurbaan 338.
Op 17 maart is er voor de liefhebbers vanaf 21.00 uur een Gainsbourg Soirée in club Bitterzoet. Op donderdag 18 maart gaat de film officieel in première.
