De politie moest eraan te pas komen om de herrieschoppers te verwijderen
De tienminutenregel is berucht in de Amsterdamse bioscoopwereld. Amsterdammers zijn lui. Voor een avondje naar de film willen ze eigenlijk niet langer dan tien minuten op de fiets zitten. Veel theaters hebben daarom in eerste instantie een buurtfunctie. Toch zijn er ook filmhuizen waar bezoekers zich wel voor in het zweet willen werken. Rialto is een van die theaters. Grofweg zeventig procent van de bezoekers komt van buiten de directe omgeving. Tien procent woont zelfs buiten de regio Amsterdam. Dat trouwe publiek heeft Rialto te danken aan een lange traditie van eigenzinnigheid.
Mislukte aanslag
Rialto was eind 1921 een half jaar open, toen directeur en oprichter A.P. du Mée ontdekte hoe gevaarlijk eigenzinnige programmering kan zijn. In zijn bioscoop draaide een documentaire die de Sovjet-Unie in een kwaad daglicht stelde. Tijdens een vertoning sprongen enkele Amsterdamse sovjetadepten op het podium. Ze riepen dat het een schandaal was, gooiden inkt op het doek en verscheurden het ten slotte. De politie moest er aan te pas komen om de herrieschoppers te verwijderen. Een week later vond Du Mée een tweetal intacte handgranaten in zijn portiek. De twee jongens die de mislukte aanslag later bekenden, droegen een speldje met hamer en sikkel op de borst.
Du Mée liet zich niet afschrikken. Als bevlogen sociaal-democraat bleef hij kritische, maatschappelijk betrokken films programmeren. En als oud-bestuurslid van de Nederlandsche Reisvereeniging behield hij zijn internationale oriëntatie. Die filosofie leverde niet alleen gevaarlijke situaties op - in 1949 moest de politie weer ingrijpen bij een vertoning van Het ijzeren gordijn - maar betaalde zich ook uit in grote successen. In 1934 vertoonde Rialto De bewaarschool, een film over een arme buurt in Parijs. Tuschinski wilde die 'piespotjesfilm' niet hebben, maar bij Rialto zat de zaal twintig weken lang bomvol.
Met successen als De bewaarschool vestigde Rialto een reputatie als voornaam filmhuis. Maar na de oorlog bleek het steeds moeilijker om de bioscoop rendabel te houden. In 1982 zag de toenmalige exploitant er geen brood meer in. Hij wilde Rialto sluiten. Als er op dat moment niet een groepje brutale twintigers was langsgekomen, zou er na zestig jaar een einde aan het theater zijn gekomen.
Liefdewerk
Het feit dat Rialto nog bestaat is te danken aan de bruisende jeugdcultuur van de jaren zeventig. Vrijwilligers van jongerencentra Akhnaton en Oktopus stoorden zich aan het door Hollywoodfilms gedomineerde aanbod in de Amsterdamse bioscopen. Ze besloten om zelf onafhankelijke films te vertonen. Uit het feit dat er ook ouderen op de voorstellingen afkwamen, bleek wel dat ze in een grote behoefte voorzagen. Spoedig ontgroeiden de filmvertoningen dan ook de jeugdhonken. Vanwege het gemengde publiek dat er op afkwam, wilde de gemeente ze niet meer uit het jongerenpotje financieren.
Het was tijd om op eigen benen te gaan staan. De vrijwilligers van Akhnaton en Oktopus bundelden hun krachten in de Stichting Amsterdams Filmhuis. Ze vestigden zich in een voormalige kapel van het Huis van Bewaring aan het Max Euweplein. Het was een tijdelijke oplossing; de kapel stond op de nominatie om gesloopt te worden. Toen de mogelijkheid zich in 1982 voordeed om Rialto over te nemen, greep de Stichting die met beide handen aan.
Van een professioneel gerunde bioscoop met werknemers in loondienst werd Rialto van de ene op de andere dag de thuisbasis van een groepje enthousiaste jongeren, die geen cent betaald kregen voor hun inspanningen. Een van hen was de zeventienjarige Raymond Walravens, de huidige directeur. In 1989 werd hij de eerste betaalde kracht. Inmiddels zijn dat er 23, maar de bioscoop steunt nog altijd op de arbeid van honderd vrijwilligers. Dankzij het liefdewerk van velen kwam de bioscoop weer tot bloei. In dertig jaar bouwde de Stichting Amsterdams Filmhuis Rialto weer op tot een gerespecteerd filmhuis met drie zalen, een café en een nieuwe verdieping met kantoorruimte.
'Niet-Westerse films doen het bij ons twee keer zo goed als in de rest van Nederland'
Onuitspreekbare titels
Mooi is dat de huidige programmering van Rialto ongetwijfeld met instemming begroet zou worden door Du Mée. Net als onder het bewind van de oprichter draaien kleinere films van over de hele wereld, het liefst met maatschappelijke relevantie. De huidige directeur vindt het belangrijk om die eigen identiteit te koesteren. 'We programmeren alleen films waarvan we vinden dat ze goed bij het profiel van Rialto passen,' vertelt Walravens. 'We richten ons primair op onafhankelijk geproduceerde Europese films en niet-Westerse films. Daarnaast kiezen we heel bewust voor regisseurs die een persoonlijk stempel op hun films drukken. Veel van de films die we draaien gaan ook echt ergens over. We gaan niet voor de kunst omwille van de kunst.'
Het moge duidelijk zijn dat Rialto niet programmeert met het doel om zoveel mogelijk geld te verdienen. Maar soms verschijnt er binnen het vaste profiel per toeval een klapper. 'In november 2008 zag ik Slumdog Millionaire bij een speciale screening in Parijs,' herinnert Walravens zich. 'Ik vond de film echt helemaal bij Rialto passen: een Europese auteursfilm over een niet-Westerse cultuur. Nadat we hem hadden vastgelegd, won de film opeens acht Oscars. Toen de film bij ons in roulatie ging, waren er allemaal mensen boos dat we als gesubsidieerd theater zo'n publieksfilm vertoonden.'
Maar over het algemeen is de naam van Rialto voor bezoekers vaak belangrijker dan de naam van de film. 'Mensen vertrouwen erop dat als wij een filmmaker goed vinden, het voor hen de moeite waard is om het eens uit te proberen. Ook als ze nog nooit van die regisseur en van de acteurs gehoord hebben. Zeker niet-Westerse films doen het bij ons twee keer zo goed als in de rest van Nederland, omdat we een reputatie hebben opgebouwd. Mensen durven het in Rialto klaarblijkelijk eerder aan om naar een film te gaan waarvan ze de titel niet eens kunnen uitspreken.'
Fotografie: Eline Soumeru
Lees ook de eerdere afleveringen van deze serie portretten van de Cinevilletheaters: SMART, EYE, Cavia, De Balie en Kriterion.