Echte psychopaten herken je niet zomaar
Plastische chirurgie is zo'n heerlijk beladen onderwerp. Nog steeds kunnen er de saaiste verjaardagen van kennissen of verre familie flink mee opgeluisterd worden. Je kunt er heel nonchalant, doch recht voor zijn raap over beginnen. Zo van: 'Wat vinden we eigenlijk van plastische chirurgie?' En dan zal het gesprek al snel een eigen leven gaan leiden. De hamvraag blijft altijd: verantwoorden we het ethisch of esthetisch?
Het is werkelijk boeiend te horen welke argumenten er worden aangedragen in de pro's en con's voor plastische chirurgie. Het is dan ook wel een bijzonder fenomeen: het chirurgisch verbeteren, vooral esthetisch dus, van een menselijk lichaam. Plastische chirurgie wordt omsluierd door mythes en fantasieën.
Zo hangt er iets fetisjistisch om het hele gebeuren; inzoomen op één lichamelijk element (borst, been, oog, lip, rimpel) en dat dan in hele speciale locaties (behandelkamers, operatiekamers) voorafgegaan door een speciaal ritueel (handen schrobben, blauwe lakens, steriel klein mesje) allemaal eens flink... bewerken.
'Plastische chirurgie heeft een natuurlijke neiging naar futuristische fantasie'
Plastische chirurgie heeft ook iets stereotypisch: rijke mannen die rijke vrouwen nog mooier maken. Vooral ook rijke, sterke, machtige mannen die kleine, mooie, sexy vrouwtjes maken, die ook allemaal een beetje Stepford Wife zijn. Plastische chirurgie heeft dus ook iets unheimisch. En er hangt altijd de angst omheen dat we het te ver doorvoeren, al die chirurgische, medische mogelijkheden. Lees er maar eens een Philip K. Dick of Margaret Atwood op na. Die beschrijven werelden waarin we nooit oud hoeven te worden, waarin alle genen zo ge-spliced worden dat ze elementen hebben van allerhande dieren en planten waardoor we bijvoorbeeld nooit rimpels hoeven te krijgen, ook in het donker kunnen zien, een citrusachtige geur afgeven zodat we nooit door een mug gestoken worden, om maar eens een wilde greep te doen. Plastische chirurgie heeft dus ook een natuurlijke neiging naar futuristische fantasie.
En wat een vreugde, La piel que habito, de nieuwe film van Almodóvar, heeft dat ook allemaal. Het verhaal gaat over een mooie, beroemde en revolutionaire plastisch chirurg Robert Ledgard, die een mooie vrouw, Vera, als 'patiënte' in zijn huis opgesloten houdt.
La piel que habito is een vervreemdende, fetisjistische, futuristische film met stereotypes aan de oppervlakte; een mooie, machtige chirurg maakt een mooi vrouwtje steeds mooier. Zij wordt middels camera's eindeloos bekeken (fetisj) en heeft de huid gekregen die middels zo'n splice tot stand is gekomen, waarbij met varkensgenen geëxpirimenteerd is (futuristisch). Meneer Chirurg blijkt psychopaat (unheimisch/regelrechte horror) en het vrouwtje blijkt niet helemaal te zijn wat ze op het eerste gezicht lijkt. Als Robert dan ook nog seks heeft met Vera, die dus niet bepaald patiënt is, word je ziek van binnen als je denkt aan hoe verknipt die hele situatie eigenlijk is. Steengoed verbeeld, maar ziek.
'Neemt u vooral geen drugs. Niet te veel in elk geval'
Wat leren we hiervan? Voornamelijk dat psychopaten het engst zijn als ze veel geld en hersens hebben. En dat gekheid kennelijk onontkoombaar is als het eenmaal door het bloed van de familie stroomt. En ook dat gekheid alleen maar met gekheid bestrijd kan worden.
Verder lijkt het verstandig – algemeen erkende les – niet te veel drugs te nemen om nog te kunnen realiseren met wat voor persoon je precies seks hebt in bosjes op een feest. Dat zou kunnen helpen bij het voorkomen van een nare situatie dientengevolge. Maar dat terzijde.
Les: echte psychopaten herkent u niet zomaar, maar blijf voor de zekerheid verre van plastische chirurgen die privéklinieken houden.
Les: neemt u vooral geen drugs. Niet te veel in elk geval.
Op het vlak van vermaking is de les de volgende: zoekt u een duistere, licht futuristische, psychologische triller waarin allesverzengende liefde en het verlangen vrij te breken en wraak te nemen een hoofdrol spelen; dan is Almodóvar een absolute meester. Al heeft hij ook een les te leren; zo'n film kan niet met een fade-out worden afgesloten. Bij zo'n film willen we graag een messcherp einde. Scherp, als een chirurgisch mesje.
Sterre van Rossem (1984) schrijft korte verhalen, gedichten en columns, onder meer voor VPRO Dorst en Cineville. Eind 2010 verscheen haar debuut Een smaak van liefde. Sterre treedt ook op als verhalenvertelster en performer met artiestencollectief Furthur Labelz. Ze woonde even in New York en nu weer in Amsterdam, waar ze haar Research Master Cultural Analysis afmaakt aan de Universiteit van Amsterdam en werkt aan een roman. Meer over Sterre en haar liefde voor cinema, lees je in dit interview van Julie de Graaf.
Lees ook:
Blijf ver van de politiek vandaan (The Ides of March)
