Autodidact François Truffaut
Als bastaard geboren op 6 februari 1932 in Parijs, werd François Truffaut geadopteerd door de vriend van zijn moeder. Maar hoewel die hem zijn achternaam schonk, wilden de volwassenen zo weinig mogelijk met het kind te maken hebben, en stuurden hem via vele kinderjuffen naar zijn grootmoeder. Toen deze overleed was Truffaut tien jaar, en kwam hij voor het eerst bij zijn ouders te wonen. Evenals de hoofdrolspeler van Les quatre cents coups, zat de toekomstig filmmaker gevangen tussen de isolatie van zijn jeugd en de onstabiele relatie van zijn niet-biologische vader en moeder. Als totale outcast werd de jonge François opgedrongen zich zo onzichtbaar mogelijk te maken, terwijl zijn ouders hem met kerst en vakanties alleen achterlieten. Als gevolg van deze situatie probeerde Truffaut zo vaak mogelijk ergens anders te zijn dan thuis. Hij trok op met zijn beste vriend Robert Lachenay, die later zijn assistent zou zijn en bovendien als inspiratie diende voor een karakter. Na zich een tijd lang in boeken te hebben gestort, was het de cinema die Truffaut uit de echte wereld wist te halen en hem de fantasie toe te stoppen waar hij later zo beroemd mee zou worden.
Drie films per dag
Zijn eerste film zag de Fransman toen hij acht was (Paradis Perdu van Abel Gance) en sindsdien sloop hij zo vaak als het kon weg van school om naar de bioscoop te gaan. Op zijn veertiende besloot Truffaut zichzelf voortaan alle kennis te leren, na weggestuurd te zijn bij talloze scholen en leerinstellingen – wederom ervaringen waaruit hij later putte voor Les quatre cents coups. Als doel stelde hij het zien van drie films per dag en het lezen van drie boeken per week. De bioscoop waar Truffaut zijn films zag, was de Cinémathèque Française, waar hij kennis maakte met de Amerikaanse cinema via regisseurs als John Ford, Howard Hawks en Nicholas Ray, naast dat van de Britse Alfred Hitchcock, die een levenslange held van de Fransman zou blijven. De vaderloze Truffaut maakte er tevens kennis met André Bazin, een filmcriticus die als mentor zou fungeren in zijn volgende jaren.
Tijdens een bezoek aan de Cinémathèque Française op 19 januari 1950 werd het hart van de 17-jarige Fransman gestolen door de jonge, mooie Liliane Litvin, waarna Truffaut naar Parijs vertrok om te proberen haar de zijne te maken, ten koste van de concurrentie die Jean-Luc Godard heette. Hopeloos om indruk te maken voerde Truffaut zijn zelfstudie op om via literaire referenties de betere te blijken, en werd toen al snel bekender in de Parijse kringen. Zijn onvermogen om de vriend van Liliane te worden, deden hem een zelfmoordpoging doen, waarna Truffaut besloot om in het leger te gaan dienen en te proberen haar te vergeten. Een militaire carrière bleek echter niets voor hem, maar hij kon niet zomaar ontslag nemen, waardoor de toekomstig filmmaker de volgende maanden doorbracht in een militaire gevangenis. Het was criticus Bazin die hem eruit haalde en een baan gaf bij zijn nieuw gevormde filmmagazine, Cahiers du cinéma.
Succesvol filmcriticus
Een naam voor zichzelf had Truffaut met zijn kritieken snel gemaakt. Bijna meedogenloos hard was de Fransman, en nietsontzienend bovendien, waardoor hij vaak genoeg voor controverses zorgde. Maar de aanhouder wint, en het artikel dat hij in 1954 schreef, A certain tendency of the French cinema maakte van de auteurstheorie – waarin gesteld wordt dat een regisseur de werkelijke 'auteur' van zijn werk is – een begrip in de filmtaal. Hoewel het artikel niet door iedereen geaccepteerd werd, zorgde het er wel voor dat Truffaut een succesvol filmcriticus werd. Althans, tot hij na het zien van Orson Welles' Touch of Evil besloot om zelf filmmaker te worden.
Les quatre cents coups verscheen een jaar later, tot groot genoegen van critici en publiek. Truffaut kreeg de prijzen voor zijn regie in Cannes en een Oscarnominatie voor zijn scenario. De film was eigenzinnig en gaf een buitengewoon fraai beeld van een onbegrepen en opstandige jongen in Parijs, gespeeld door Jean-Pierre Léaud, vol met referenties naar Truffauts eigen jeugd.
Truffaut was de filmkritiek ontgroeid; gerespecteerd cineast op de voorkant van 'zijn' blad Cahiers du cinéma en gedraaid in 'zijn' bioscoop Cinémathèque Française. En dan te bedenken dat Charles Aznavour, Jeanne Moreau, Catherine Deneuve en Steven Spielberg nog moesten volgen. Les quatre cents coups was slechts het begin.

