De succesformule van de sportfilm
Door Steffie van Rhee
Natuurlijk kan geen enkele sportfilm zonder het moment waarop alles fout dreigt te gaan en de emotionele speech die voor de nodige inspiratie zorgt om het weer recht te trekken. Deze clichés zijn er niet zomaar. Ze werken. Ze zorgen ervoor dat we al weten wat we kunnen verwachten om vervolgens toch weer te kijken.
De alom aanwezige coach
Het gaat in sportfilms niet altijd alleen over de sporters. Ook de coach speelt een belangrijke rol. In de meeste gevallen gaat het om een leermeester die er aanvankelijk niets voor voelt, maar uiteindelijk besluit om een sporter of een team te helpen. Zo wil Clint Eastwood als Frankie Dunn in Million Dollar Baby eigenlijk niets weten van vrouwelijke bokser Maggie (Hilary Swank), maar vormen de twee uiteindelijk een gouden duo.
Soms is het de coach die een tweede kans krijgt. Vaak om goed te maken dat zijn eigen carrière als topsporter niet helemaal is gegaan zoals gedroomd (Hoosiers, Miracle). Dan is er nog de coach die niet overweg kan met zijn eigen sterspeler (Bull Durham, Varsity Blue) of de wijze trainer die wél in zijn pupillen gelooft en simpelweg zijn kennis wil doorgeven (Remember The Titans).
Het team dat boven zichzelf uitstijgt
Matige teams, zoals eerder genoemd, zijn vaak vertegenwoordigd in sportfilms. Veel trainen, bijgebrachte discipline en een veranderde instelling doen wonderen bij dit soort teams die altijd beginnen als problematisch, slecht of kansloos. Ze hoeven uiteindelijk niet eens te winnen om toch legendarisch te zijn.
In Coach Carter zijn de Richmond Oilers een slecht spelend basketbalteam met veel onderlinge ruzies. Coach Carter haalt het beste in hen naar boven en zorgt uiteindelijk voor een winnende reeks wedstrijden. Daarnaast veranderen de basketballers van kansloze jongeren in goede studenten.
Een nog onwaarschijnlijker, maar waargebeurd verhaal is dat van het Jamaicaanse bobsleeteam in Cool Runnings. Vier Jamaicaanse atleten zijn vastbesloten om deel te nemen aan de Olympische Spelen en besluiten een bobsleeteam te vormen. Hoewel ze de Winterspelen niet winnen, is het een typisch voorbeeld van een team dat uit het niets opkomt en iedereen verrast.
De underdog
Rocky Balboa (Sylvester Stallone) is misschien wel de grootste underdog in de geschiedenis van sportfilms. Hij is een onbekende amateurbokser uit Philadelphia die de kans krijgt om het op te nemen tegen de kampioen zwaargewicht. Hij verliest dit gevecht, maar toch is hij een winnaar. Er volgden nog zes Rocky-films waarin het titelpersonage uitgroeit tot topbokser.
De underdog is altijd degene van wie niemand verwacht dat hij of zij het ver zal schoppen. Het zijn meestal simpele eenlingen van slechte afkomst met een uitzichtloze toekomst (zie ook Cinderella Man). Dat verandert allemaal zodra hij of zij goed blijkt te zijn in een sport. Zo wordt de dakloze Michael Oher (Quinton Aaron) in The Blind Side door een rijk gezin geadopteerd en groeit hij uit tot footballspeler op het hoogste niveau.
Dit soort aandoenlijke personages maakt dat meeleven met hen moeiteloos gaat en we uiteindelijk duimen voor de goede afloop. Want zeg nou zelf, hebben we niet allemaal een zwak voor de underdog?
Het waargebeurde verhaal
Veel van de eerder genoemde films zijn gebaseerd op waargebeurde verhalen. Natuurlijk helpen de genoemde clichés bij het dramatiseren een aandikken van het verhaal, maar feit is dus dat underdogs iedereen kunnen verrassen, coaches voor veranderingen kunnen zorgen en een speech soms net wat extra motivatie geeft. Dat is meteen ook een reden waarom we dol zijn op sportfilms, ze geven ons hoop.
Het maakt niet uit welke vorm de sportfilm aanneemt of welke personages erin verschijnen, op één ding kunnen we altijd rekenen. Uiteindelijk blijft de boodschap die de makers mee willen geven altijd hetzelfde: Je kunt alles bereiken zolang je er maar hard voor werkt. Geeft nooit op. Geloof in jezelf.
