Brief uit Toronto: 'Are you ready to move?'
Met een bonkend hoofd, bonkende voeten en een opgezwollen buik word ik wakker. Het bonkende hoofd komt van de 'Pieno Griezio', zoals ze mijn favoriete wijntje hier noemen, de bonkende voeten van de vele kilometers stoep die we hier dagelijks verslijten. De opgezwollen buik is te wijten aan het feit dat ik al vanaf het moment dat ik Schiphol binnenstapte verstopt zit.
Het appartement waar ik verblijf hier in Toronto is een zogenaamd bachelor building. Het bestaat uit vele verdiepingen vol lange gangen met veredelde hotelkamers waarin alleenstaande dertigers wonen. Iedere keer als ik de lift in stap staat er weer een andere opgedofte siliconen-en-hairextensions-chick size wattenstaafje verveeld naar haar Blackberry te staren. Vandaag staat er voor de verandering een man in. Een breedgespierd, zonnebankbruin exemplaar. In zijn hand een hondenriem met daaraan een chihuahua met een brace om. 'He hurt his neck', is zijn reactie op mijn verbaasde blik. Waarna hij me een veelbelovende, witgebleekte Colgate smile geeft.
Bij de Starbucks haal ik een cappuccino en een oatmeal cookie. Hiermee ga ik naar de zogenaamde filmmakers lounge in het Hyatt. Eigenlijk ook alleen maar omdat ik dan zo quasi-nonchalant mijn festivalpas kan laten scannen om erin te komen. Het is rustig in de filmmakers lounge. Ik plof neer op een bank en kijk om me heen. Ons Celebrity Syndrome is wat afgezakt, na een paar dagen festival. Sterker nog, het is totaal omgeslagen. De laatste keer dat ik in de filmmakers lounge was, werd er een oude man in een windjack met veel bombarie geïnterviewd. 'Moet ik die ouwe zak op die bank kennen?' vroeg ik aan Jasper, onze cameraman. 'Neuh' antwoorde hij. 'Vast niet.' Het bleek Brian De Palma te zijn. Ook toen ik Mads Mikkelsen over een rode loper meende te zien, heb ik nog maar even nagevraagd of dit hem wel echt was (aangezien ik ook Owen Wilson in een totaal random persoon meende te herkennen). Ook nu herken ik geen celebrities. Wel een paar filmmakers die ik op een van de vele karaoke-avonden die dit festival rijk is op gênante wijze een oude rockhit ten gehore heb zien brengen. Nu zitten ze met vette accenten van overal over de wereld zaken te doen.
's Middags gaan Michiel, acteur Tomer en ik naar een eiland voor de kust van de stad. Met een gehuurde 'quadrobike' trappen we onszelf langs het water in het zweet. Ik kijk naar de prachtige skyline van Toronto met zijn wolkenkrabbers, die vanaf de andere kant van het water op ons neerkijkt, en even lijkt de hectiek van de afgelopen dagen heel ver weg. Hollywood zat niet alleen achter Michiel aan, maar ook achter mij. Ik wist niet wat me overkwam toen ik daar, in die filmmakers lounge, met een agent uit L.A. zat en hij me 'The voice of a generation' noemde. 'Are you ready to move?' vroeg hij, terwijl hij zich naar me toe boog en me gewichtig aankeek. Ik keek glazig terug. Am I ready to move? Tsja. Goede vraag. Hoe serieus moet ik dit nemen? Niet, is het advies. Maar zo achter Michiel en Tomer zittend, met mijn voeten stiekem op de stang zodat zij al het trapwerk doen, schieten mijn gedachten heen en weer. Maar... stel dat... wat als... wie weet? Het zou toch kunnen? Misschien? Ik weet het niet. Voor nu is de wereld even overzichtelijk en afgebakend als het filmfestival. Van mij mag het altijd zo blijven.
's Avonds is er weer een screening van onze film. Een volle zaal met in het midden van het midden een rijtje vrouwen van middelbare leeftijd, type boekenclub. Mijn god. Gaan die deze film vol politiek incorrecte grappen wel trekken? Maar als ik me tijdens de film omdraai zie ik dat het juist de boekenclub is die lacht. En klapt. Wederom hebben we een open doekje in the pocket. Een beter gevoel bestaat er denk ik niet.
Na afloop zweef ik door de straten van het entertainment district terug naar mijn bachelor building. De Hollywood-agent schiet weer door mijn gedachten. Zou het dan toch kunnen...? Een groepje dronken Kardashianlookalikes komt me tegemoet gezwalkt. Hun hoge hakken klikken onregelmatig op de stoeptegels. 'What the fuck bitch! Take off those ugly clothes!' roept er eentje naar mij. De anderen lachen hysterisch. Ik sla mijn armen om me heen en loop met mijn blik op de grond gericht door. Even voel ik me heel erg Eva van End en is Hollywood nog heel, heel ver weg.


