Moonrise Kingdom

De nieuwste film van Wes Anderson (The Royal Tenenbaums, The Darjeeling Limited). Met o.a. Bruce Willis, Edward Norton, Bill Murray, Frances McDormand en Tilda Swinton.

Credits

  • Regie
    Wes Anderson
    , 2012
    met
    Bruce Willis
    Edward Norton
    Bill Murray
    Frances McDormand
    Land
    Verenigde Staten
    taal
    Engels
    duur
    93 min.

Als in de zomer van 1965 twee verliefde tieners Sam (Jared Gilman) en Suzy (Kara Hayward) van huis weglopen, is het anders zo rustige eiland aan de Amerikaanse oostkust in rep en roer. Iedereen wordt gemobiliseerd om de twee op te sporen: van de lokale padvinders onder leiding van Scout Master Ward (Edward Norton) tot aan de sullige sheriff Captain Sharp (Bruce Willis) die een geheime affaire heeft met de moeder van Suzy (Frances McDormand). Een dreigende storm en de komst van de strenge Social Services dame (Tilda Swinton) zetten de gebeurtenissen op scherp.

Over de regisseur
Wes Anderson

Een film van Wes Anderson herken je uit duizenden: strak georganiseerde shots, neurotische personages en een nostalgische aankleding zijn slechts een paar van de vaste onderdelen in zijn inmiddels massaal omarmde filmstijl. Al op jonge leeftijd maakte de in Houston, Texas geboren en getogen Anderson Super 8-filmpjes en regisseerde hij grootse toneelstukken (zie daarvoor ook het autobiografische element in Rushmore).

Als student filosofie aan de universiteit van Texas ontmoette Anderson de gelijkgestemde Owen Wilson. Nadat de een ervaring opdeed bij de lokale televisie, en de ander acteerde bij het amateurtoneel, maakte ze hun eerste gezamenlijke korte film: Bottle Rocket (1994). Het eindresultaat belandde via via op het Sundance Film Festival en werd daar zo goed ontvangen dat James L. Brooks (The Simpsons, As Good as It Gets) er in 1996 een volbloed film van liet maken.

Een groot financieel succes was Bottle Rocket niet, en ook opvolger Rushmore kon geen potten breken. Toch werd en wordt Anderson door critici, filmfestivals en collega-filmmakers (waaronder Martin Scrosese) op handen gedragen en heeft hij toch nog toe zijn artistieke vrijheid kunnen bewaren.

Met familiesage The Royal Tenenbaums (2001) beleefde hij toch nog toe zijn grootste succes. De film leverde 71 miljoen dollar en een Oscarnominatie voor beste scenario op. Geflankeerd door een inmiddels vaste club (ster)acteurs, waaronder Owen en Luke Wilson, Bill Murray en Jason Schwartzman, maakte hij achtereenvolgens The Life Aquatic with Steve Zissou (2004), The Darjeeling Limited (2007), Fantastic Mr. Fox (2009) en Moonrise Kingdom (2012). Stuk voor stuk onmiskenbaar het werk van ons aller Anderson.

Recensie van de Filmkrant
Dysfunctioneel symfonieorkest

De openingsscène van Moonrise Kingdom heeft nog het meeste weg van een workshop 'hoe maak ik een Wes Anderson-film'. In zo'n typisch Anderson-interieur, dat meer wegheeft van een poppenhuis dan van een echtemensenwoning, presenteert de regisseur zijn personages. De vroegwijze kinderen. De contactgestoorde ouders. En vooral: het leeg voor zich uit starende meisje met teveel oogschaduw.

Terwijl de camera voortdurend met swish pans (snelle camerabewegingen) de ruimte verkent worden de — per definitie getroebleerde — familieverhoudingen neergezet, samen met alle individuele eigenaardigheden. Het artificiële karakter van de hele operatie wordt nog eens extra beklemtoond door de geluidsband, die gedomineerd wordt door een educatieve grammofoonplaat waarop alle instrumenten van een symfonieorkest worden voorgesteld. Blijf aan het einde van de film vooral zitten, want tijdens de aftiteling komt de orkestdemonstratie van Benjamin Britten tot een glorieus einde. Je zou kunnen denken dat de afzonderlijke stemmen in een familie te vergelijken zijn met samenspelende muziekinstrumenten.

Maar waar de verschillende instrumentgroepen uiteindelijk een harmonieus geheel vormen, daar komen de tot samenleven gedwongen mensen in Andersons film niet verder dan een moeizaam bevochten bestand. Er is geen harmonie, maar de disharmonie is ingedamd. Tijdelijk, in elk geval.

Padvinders
Na de virtuoze opening zetten Anderson en zijn verteller de grote lijnen van zijn vertelling uit. Bob Balaban is hilarisch als het koddige mannetje dat steeds iets te nadrukkelijk in de camera staart, terwijl hij ons deelgenoot maakt van de geografische eigenaardigheden van geïsoleerde (fantasie-)eilandjes als New Penzance, Honesty Rock en Fort Stockhausen. Hoewel we het mannetje ook tegenkomen als een personage dat meedraait in het verhaal, is hij bovenal de alwetende verteller die ons steeds weer herinnert aan de grote storm die aan het einde van de film zal gaan woeden: de ergste storm in de geschiedenis van de eilandengroep.

Het is de zomer van 1965. Onwetend van wat hen boven het hoofd hangt bereidt een groepje padvinders zich voor op een groot scoutingevenement. Edward Norton excelleert als de hopman, die het leiden van zijn troep ziet als een ware roeping. Normaliter zou deze rol op het lijf zijn geschreven van Andersons boezemvriend en vaste acteerkracht Owen Wilson.

Maar waar Wilson nogal eens terugvalt op lijzige lulligheid, daar voegt Norton een tragische onderlaag toe. Deze hopman zou het liefst zijn hele leven padvinder willen zijn, omdat het gewone leven hem kennelijk weinig te bieden heeft. Groot is de ontsteltenis van de perfectionist als een van zijn pupillen, de door alle andere jongens intens gehate Sam, op een dag ontsnapt is uit het padvinderskamp.

Jeugdboekromantiek
Gaandeweg wordt duidelijk dat de door iedereen verstoten weesjongen Sam — door de jeugdige ontdekking Jared Gilman neergezet als een eigenwijze overlever — een ontmoeting heeft voorbereid met dat beoogschaduwde meisje uit het begin. De puberende Suzy — ook al zo'n overrompelend debuutoptreden van Kara Hayward — loopt van huis weg nadat ze ontdekt dat haar emotioneel afgestompte ouders (Bill Murray en Frances McDormand) haar proberen op te voeden aan de hand van het boekje Coping with the Very Troubled Child, dat ze per ongeluk op de koelkast aantreft.

De weggelopen kinderen worden gezocht door een steeds verder uitdijende groep achtervolgers, onder aanvoering van Nortons hopman, en een door Bruce Willis met onderkoelde lethargie vertolkte dorpssmeris. Terwijl de padvinders hun collegaatje Sam op een Lord of the Flies-achtige wijze proberen af te straffen, en een pinnige maatschappelijk werkster (Tilda Swinton) hem in een weeshuis probeert te plaatsen, werkt de film langzaam toe naar een ontknoping die inslaat als een bliksemschicht.

Nieuw territorium verkent Anderson nauwelijks. Wat dat betreft was zijn animatieversie van Roald Dahls kinderboekklassieker The Fantastic Mr. Fox toch vernieuwender. Maar ook al biedt Moonrise Kingdom geen nieuwe inzichten in het door jeugdboekromantiek en nostalgische vormgeving gekenmerkte universum van Anderson, zijn film biedt toch een verfrissende kijk op de centrale geschiedenis: de ontluikende romance tussen buitenbeentjes Sam en Suzy. In een van de mooiste scenes vertelt Suzy hoe avontuurlijk en interessant het leven zonder ouders volgens haar zou zijn. Weesjongen Sam maakt er korte metten mee: 'Ik hou van je, maar je weet niet waar je het over hebt.' De terechtwijzing negerend beantwoordt ze alleen het eerste deel van Sams mededeling: "Ik hou ook van jou." Daar staan ze dan tegenover elkaar. Nog een beetje beduusd omdat het hoge woord er uit is.