Midnight in Paris

- Info
- Lees recensie
- Over de regisseur
Credits
-
RegieWoody Allen, 2011metOwen WilsonMichael SheenRachel McAdamsCarla BruniLandVerenigde StatentaalEngelsduur94 min.
Gil (Owen Wilson) is een aspirant schrijver die met zijn verloofde Inez (Rachel McAdams) en haar ouders een bezoek brengt aan Parijs, de stad van de liefde. In tegenstelling tot de welgestelde Inez, die niets ziet in een onzeker kunstenaarsbestaan, valt Gil direct na aankomst al voor de artistieke charme van de lichtstad. Wanneer hij tijdens een nachtelijke wandeling op een wel heel bijzondere wijze wordt meegevoerd in de bruisende geschiedenis van Parijs, is dit voor Gil reden om zijn huidige situatie eens onder de loep te nemen: is het leven daar nu echt zoveel mooier, of lijkt dat maar zo?
Midnight in Paris was de openingsfilm van het Cannes Film Festival 2011, en is tevens geselecteerd als openingsfilm voor het Film by the Sea Festival 2011.
Woody Allen
Niemand zal ooit meer een komedie over een grootstedelijke neuroot kunnen maken zonder dat recensenten de naam noemen van Woody Allen (New York, 1935). Het feit dat zijn handtekening in ieder van zijn films onmiddellijk herkenbaar is, maakt Allen tot een van de ijkpunten van de moderne cinema. Niemand anders combineerde met zoveel succes onversneden hilariteit met intellectuele fascinaties als filosofie, psychologie en literatuur.
Allen kreeg op zijn vijftiende zijn eerste baantje als grappenmaker. Voor 200 dollar per week schreef hij oneliners voor een lokale krant. Na een tijdje als stand up-comedian gewerkt te hebben, schreef hij het scenario van What's New, Pussycat? (1965), waarin hij zelf ook een kleine rol mocht spelen. Toen hoofdrolspeler Peter Sellers zich alle hilarische oneliners toe-eigende die de scenarist voor zichzelf had geschreven, besloot Allen dat hij voortaan volledige controle wilde.
What's Up, Tiger Lily? (1966) was Allens debuut als regisseur. Het was het begin van een onwaarschijnlijk productieve carrière. Tot op heden regisseerde Allen meer dan veertig films. Na een vroege periode met films die voornamelijk uit sketches waren opgebouwd, bewees Allen zich met Annie Hall (1977) als filmmaker die ook serieuzere thema's kon aansnijden, zonder dat de lach daar onder hoefde te lijden. Voor die film kreeg Allen zijn eerste drie Oscarnominaties - voor regie, scenario en spel - waarvan hij de eerste twee verzilverde. Er zouden nog twintig (!) nominaties volgen.
Naast meer geslaagde films in het bitterzoet-komische genre, zoals Manhattan (1979), Zelig (1983) en The Purple Rose of Cairo (1985), maakte Allen ook een aantal drama's waarin hij het voorbeeld van zijn idolen Federico Fellini en Ingmar Bergman volgde, zoals Interiors (1978) en Stardust Memories (1980). In de jaren negentig toonde Allen volgens critici vormverlies, maar leverde hij desondanks nog pareltjes af als Mighty Aphrodite (1995) en Everyone Says I Love You (1996).
Na de eeuwwisseling gaf een horizonsverbreding een nieuwe impuls aan Allens werk. Lange tijd was New York het karakteristieke theater van zijn films, maar het werd te duur om daar te filmen. Allen bekeerde zich tot de grote steden van het oude Europa: Londen, Barcelona, Parijs, Rome. Daar maakte hij onder andere Match Point (2005), Vicky Christina Barcelona (2008) en Midnight in Paris (2011), films die tot de beste uit zijn oeuvre gerekend worden. Met die laatste film behaalde Allen op 76-jarige leeftijd nog even de grootste omzet uit zijn loopbaan.
-
Annie Hall 1977
-
Whatever Works 2009
-
Hollywood Ending 2010
-
The Purple Rose of Cairo 1985
-
Interiors 1978
-
You Will Meet a Tall Dark Stranger 2010
-
Everything You Always Wanted to Know About Sex, (BWAtA) 1972
-
Match Point 2005
-
Hannah and Her Sisters 1986
-
A Midsummer Night's Sex Comedy 1982
-
Midnight in Paris 2011
-
Manhattan 1979
-
Manhattan Murder Mystery 1993
Champagne zuipen met Dali en Hemingway
Zou Woody Allen seniel zijn geworden? Bij het zien van de openingsbeelden van Midnight in Paris zou je het bijna vrezen. Begeleid door een nostalgisch muzakje opent de film met stilstaande beelden van toeristentrekpleisters in de Franse hoofdstad. Eigenlijk zijn het gewoon ansichtkaarten, die ieder clichébeeld bevestigen. Zou dit echt het Parijs zijn dat Allen wil bezingen? Dit is toch echt hele andere koek dan de (alleen) op het eerste oog vergelijkbare openingssequentie van Manhattan, die schitterende zwart-witbeelden van New York koppelde aan George Gerschwins meeslepende Rhapsody in blue. Waar Manhattan een levende stad met een kloppend hart toonde, daar lijkt dit Parijs opgepoetst en nep. Iets later wordt duidelijk dat Allen hiermee het thema van zijn film al meteen neerzet: de hang van mensen om ergens anders te willen zijn. Bovendien illustreert die reeks postkaarten hoe de Amerikaanse hoofdpersonen hun Parijse vakantie doorbrengen: hoppend van toeristenattractie naar stedentrip-tip. Waarbij de cultuur vooral dient als adempauze tussen het eindeloze shoppen.
Die tournee is echter niet naar de zin van Gil (Owen Wilson), een romanticus die meent het ware Parijs te doorgronden, en die zich niets mooiers kan voorstellen dan half dronken door de regen te zwieren in de stad van zijn helden Scott Fitzgerald en Ernest Hemingway. Gil is een succesvolle Hollywood-scenarist, die er van droomt om een serieuze romanschrijver te worden. Zijn materialistische verloofde (Rachel McAdams) wil hem best steunen bij die carrièreswitch – als ze zijn geklets er maar niet bij krijgt.
Picasso’s muze
Tot zover het heden. Op een avond, als Gil zich heeft afgezonderd van zijn verloofde, zijn rabiaat Republikeinse schoonouders en de pompeuze kunstsnob die zich heeft opgedrongen als gids, komt er in een stil straatje een antieke auto voorrijden. Precies om middernacht. In de auto zitten Gils helden Scott en Zelda Fitzgerald, die hem meenemen naar een champagnedoordrenkt feest in de jaren twintig. Woody Allen doet geen moeite om de tijdreis te verklaren. Voor hem is film magie: verdere toelichting overbodig. Net zoals het onnodig was om uit te leggen hoe filmster Jeff Daniels in The Purple Rose of Cairo van het witte doek kon wandelen om de hort op te gaan met bioscoopbezoekster Mia Farrow.
In de nachten die volgen, legt een door alle indrukken overdonderde Gil zijn manuscript voor aan literatuurgoeroe Gertrude Stein, heeft hij een krankzinnig geestige ontmoeting met de surrealisten Dalí, Buñuel en Man Ray en luistert hij bewonderend naar de hilarische macho oneliners van Ernest Hemingway. De meeste indruk maakt zijn flirt met Picasso’s maîtresse annex muze Adriana, een perfect gecaste Marion Cotillard. Net zoals trouwens Owen Wilson een perfect alter-ego van Woody Allen neerzet en alle figurerende kunsticonen ook geweldig zijn ingevuld. In Adriana herkent Wilson een romantische ziel, die net als hij droomt van een zinvoller bestaan in een andere tijd: de Belle Epoque van Gauguin en Toulouse Lautrec. De tijdreis-in-een-tijdreis die hierop volgt, gebruikt Allen om de boodschap letterlijk uit te spellen: van nostalgie wordt niemand beter, en je kunt je energie beter gebruiken om gelukkig te worden in het heden. Bepaald geen vernieuwende boodschap dus, maar wel een boodschap die is verpakt in serie amusante historische ontmoetingen en oneliners die zich kunnen meten met de beste grappen uit Allens oeuvre.
