Michael

- Info
- Lees recensie
Credits
-
RegieMarkus Schleinzer, 2011metMichael FuithDavid RauchenbergerChristine KainLandOostenrijktaalDuitsduur96 min.
Michael lijkt op het eerste gezicht een normaal leven te leiden. Hij werkt bij een verzekeringsmaatschappij, is geliefd bij zijn collega's en ziet zijn vrienden en familie regelmatig. Maar zijn ware aard houdt hij voor de buitenwereld verborgen. De jongen die in zijn kelder opgesloten zit, is zijn geheim.
Markus Schleinzer
In 1998 kidnapte Wolfgang Priklopil een toen tienjarig meisje en wist haar acht jaar lang gevangen te houden en seksueel te misbruiken. In de pers werd hij gretig het 'monster van Amstetten' genoemd. Volgens regisseur Markus Schleinzer was dit een goedkoop middel om Priklopil buiten het menselijke te plaatsen, om niet te hoeven accepteren dat de mens tot dergelijke verschrikkingen in staat is. Deze gevoelens waren het begin van wat zijn debuutfilm Michael zou worden.
De banaliteit van het kwaad
Het grootste verschil met zijn Nederlandse tegenhangers, is dat Schleinzer het heeft aangedurfd de dader centraal te stellen. Het leven van Michael lijkt normaal. Pijnlijk normaal. 's Avonds bij thuiskomst parkeert hij zijn auto in de garage. Hij laadt de boodschappen uit, waaronder een groot pak toiletpapier. Even later bereidt hij het avondeten; gebakken leverkaas. Het is dat de deur naar de kelder van binnen met geluidsisolerend materiaal is beplakt en dat Michael alle luiken hermetisch sluit. Verder lijkt alles normaal. Zelfs als zijn slachtoffer Wolfgang naar boven komt om te eten. Er is geen sprake van fysieke dwang. Er wordt niet geslagen. Het lijkt een bijna gewoon tafereel, zoals die zich dagelijks in miljoenen huishoudens afspeelt. Het kind moet helpen bij de afwas. En ja, hij mag televisie kijken. Maar niet langer dan tot negen uur.
Het is de schrijnende kracht van Schleinzer. Hij weet elk oordeel over zijn hoofdpersoon te vermijden. Het misbruik zelf wordt slechts gesuggereerd en blijft buiten beeld. Hoe hij de jongen ooit de kelder in heeft gekregen, komen we niet te weten. Schleinzer weigert een verklaring te geven voor het gedrag van zijn dader. Terecht. Alsof die er zou zijn.
Ondraaglijk
Michael richt zijn hele leven in met maar één doel; het bewaren van zijn geheim. Behendig is hij in het vermijden van contact. Als een net iets te opdringerige collega aanschuift tijdens de lunch, gebruikt hij een korte interventie van een derde om er als een haas vandoor te gaan. Het gebeurt allemaal zonder dat het iemand opvalt of er aanstoot aan zou kunnen nemen. Even lijkt Schleinzer toch in het cliché van het zielige mannetje te trappen, als Michael voor een verzekeringsmaatschappij blijkt te werken. Maar zie, deze grijze muis is geen maatschappelijk gehandicapte. Hij is intelligent genoeg om promotie te maken.
Hoe in godsnaam het kwaad te portretteren? Na Der Untergang was er de kritiek dat de makers zouden hebben geprobeerd Hitler te vermenselijken. Ondanks het trillende handje van Bruno Ganz, dat toch zou kunnen duiden of een zekere vorm van waanzin, kwam voor velen het portret van het Monster aller tijden te dichtbij. Hitlers kwaad was te absoluut. Daar mag op geen enkele manier begrip voor zijn. En zo zouden we ook nu graag zien dat Michael een onmens is. Iemand die anders is dan wij. Geef hem een handicap of een onoverkomelijke traumatische ervaring uit zijn verleden. Of laat hem anders lelijk zijn, geef hem een bochel. Maar alsjeblieft, doe iets, maak van deze man alles behalve een normaal mens! Het is de ondraaglijke banaliteit van het kwaad wat ons door Schleinzer wordt voorgeschoteld. De mens is slecht. In ieder geval sommigen van ons. Waarom? Omdat het zo is. Punt.
