J'ai tué ma mère

  • Info
  • Lees recensie

Scherpe dialogen en intrigerende karakters; dit knappe debuut van de slechts twintigjarige Dolan won meerdere prijzen op het festival van Cannes.

Credits

  • Land
    Canada
    taal
    Frans
    duur
    96 min.

In J’ai tué ma mère speelt Dolan de rol van de zestienjarige Hubert Minel. Onder de neus van zijn bemoeizuchtige moeder worstelt Hubert om zich te kunnen uiten in zijn seksualiteit. Daarbij ergert hij zich aan alles aan zijn moeder: van haar kitscherige tafelkleedjes tot de kruimels in haar mondhoeken. Op het moment dat Hubert toestemming vraagt om te gaan samenwonen met zijn vriendje, en zijn moeder weigert, slaat hij door en kondigt op school aan dat zij voor hem dood is. Dan is het écht oorlog. Beiden doen zo intens hun best om de ander het leven zo zuur mogelijk te maken, dat het moeilijk is om partij te kiezen.

De twintigjarige Canadees Xavier Dolan schreef en regisseerde dit deels autobiografische debuut en nam ook de hoofdrol voor zijn rekening. De zelfbewuste, homoseksuele Hubert probeert zijn plek in de wereld te vinden, maar wordt daarin belemmerd door zijn bemoeizuchtige moeder. Hun heftige ruzies monden uit in oorlog.

Het debuut van de alom geprezen filmmaker, schrijver en acteur Xavier Dolan, won afgelopen jaar meerdere prijzen op het festival van Cannes. De twintigjarige Canadees schreef vlijmscherpe dialogen, maakte in de film op gepaste momenten gebruik van slowmotions en acteert buitengewoon, net als zijn tegenspeelster, Anne Dorval.

Guerilla aan de keukentafel

De 16-jarige Hubert (Xavier Dolan) en zijn alleenstaande moeder (Anne Dorval) communiceren alleen nog met geschreeuw en beledigingen met elkaar. 'Dit is geen hotel,' roept zijn moeder na de zoveelste aanvaring aan de keukentafel in een huis in een buitenwijk in Montreal, waarop haar zoon terugbrult dat hij haar haat en dat ze Alzheimer heeft. Waarop zij treiterig La vie en rose begint te neurieën.

De bittere guerrilla, die aangejaagd wordt door niet met maar ook niet zonder elkaar kunnen, doet denken aan Who’s afraid of Virginia Woolf. Waarbij meteen moet worden opgemerkt, dat de dialogen in J’ai tué ma mère het vileine niveau van de scheldpartijen in Albees stuk bij lange na niet halen.

Ook is onduidelijk waarom moeder en zoon in zo’n bittere strijd zijn verwikkeld. Natuurlijk: het past bij de leeftijd van Hubert, die zichzelf reuze hip vindt en met Franse romantische dichters dweept, dat hij zijn moeder een enorme burgertrut vindt, maar het is nogal onbegrijpelijk dat zij er alles aan lijkt te doen om hem daarin te bevestigen.

Het conflict komt tot een climax als de vrouw erachter komt dat haar zoon een liefdesverhouding heeft met een jongen, die – opzichtig dramatisch contrast – juist een reuze moderne moeder heeft. 'Wat ruikt het hier lekker,' zegt deze moeder als ze in haar huis de twee knullen giechelend met een joint aantreft.

J’ai tué ma mère, dat prijzen won in Cannes en op het filmfestival in Rotterdam (jongerenprijs), lijkt zomaar uit de Canadese blauwe hemel te zijn gevallen, maar dat is niet helemaal het geval. De twintigjarige Xavier Dolan, die naast het spelen van een hoofdrol de regie deed en het script schreef, is een acteurszoon en speelt al vanaf zijn vijfde in (Canadese) films en tv-series. Zijn film laat zien dat hij de internationale artcinema kent.

Maar ook de nouvelle vague-regisseurs François Truffaut, met name zijn Les 400 coups, en Claude Chabrol, met zijn schetsen van een verstikkend burgerlijk milieu, zijn nooit ver weg. Dat is ook meteen het probleem, want J’ai tué ma mère doet te veel denken aan eerdere, betere films. Dolan heeft talent en lef, maar zijn film is te karikaturaal en te weinig doorleefd om veel indruk te maken.

Beoordeling: ***