Involuntary

In het droogkomische Involuntary, een mozaïek van vijf hilarisch-tragische verhaallijnen, toont de Zweedse regisseur Ruben Östlund hoe individuen zich door groepsprocessen onder druk laten zetten. 

Credits

  • Regie
    Ruben Östlund
    , 2008
    met
    Villmar Björkman
    Linnea Cart-Lamy
    Leif Edlund
    Land
    Zweden
    taal
    Zweeds
    duur
    98 min.

Leffe steelt graag de show bij zijn vrienden met gore spelletjes, een overijverige basisschoollerares denkt haar collega's de les te moeten lezen, twee tienermeisjes poseren halfnaakt voor een webcamera. In het droogkomische Involuntary, zijn tweede speelfilm, toont regisseur Ruben Östlund hoe individuen zich door groepsprocessen onder druk laten zetten.

Net als zijn voorbeelden Michael Haneke, Ulrich Seidl en Roy Andersson breekt Östlund met de klassieke narratieve structuur: hij presenteert hilarisch-tragische situaties uit het dagelijks leven in een mozaïek van onafhankelijke verhaallijnen. Door de afwijkende cameravoering – extreem close of juist net iets te ver weg, alsof het om een amateurfilm gaat – wil Östlund de 'echtheid' van de personages versterken.

Ruben Östlund (1974) was fanatiek skiër en maakte inventieve 'wintersportfilms' voor hij in 1998 naar de filmacademie van Göteborg ging. Met zijn eerste speelfilm The Guitar Mongoloid (2004) won hij de Fipresci-prijs van de internationale filmkritiek. In 2006 regisseerde hij de korte film Autobiographical Scene Number: 6882, die op internationale festivals meermalen in de prijzen viel.

Vertoning ter gelegenheid van Play, Östlunds nieuwste speelfilm, die door EYE wordt uitgebracht in Nederland.

Recensie van de Filmkrant
Involuntary

Het duurt even voordat je de Zweedse film Involuntary van de jonge regisseur Ruben Östlund 'doorhebt'. De oorspronkelijke Zweedse titel laat zich vertalen als de 'onvrijwilligen' en, dat wordt in ieder geval snel duidelijk, dat zijn wij allemaal. Overal waar een groepje mensen zich ophoudt, wordt de gang van zaken gedicteerd door de groep en niet door het individu. En dat groepsproces, daar zit je in, of je wilt of niet - 'onvrijwillig' dus.

Östlund, die ook mede het scenario schreef, verweeft vijf verhalen of voorvallen, waarin de groepsdynamiek de boventoon voert. En aangezien hij Europese collega's als Michael Haneke en Ulrich Seidl als zijn voorbeelden ziet, is het niet verrassend om te constateren dat de groep het slechtste in de mens naar bovenhaalt.

Met het noemen van deze twee filmmakers begeeft hij zich op glad ijs overigens, want nergens weet hij dat dreigende en dwingende uit het werk van deze twee cultuurpessimisten te benaderen.

Östlund heeft een strenge vorm bedacht. De scènes spelen zich af voor een onbeweeglijke camera, binnen en buiten het kader, soms van de rug af gezien, of uit de verte. Dat moet ongetwijfeld benadrukken dat de toeschouwer zich een voyeur voelt, en misschien zelfs wel een passieve medeplichtige.

Het werkt bij sommige scènes beter dan bij andere, wat eigenlijk over de hele film valt te zeggen. Er zitten ijzersterke verhaallijntjes en momenten in, maar helemaal de som der delen wordt het nooit. Wellicht omdat Östlund ook vond dat het lineaire verhaal (met kop en staart) hem niet van dienst kon zijn.

We volgen een groepje jonge meiden dat te veel drinkt en zich naarmate de groep zich uitbreidt  asocialer gaat gedragen, een groepje jongens vertoont gestoord seksueel gedrag naar elkaar, een leraar misdraagt zich, een feestje loopt uit de hand, en, in verreweg de beste episode, krijgt een overspannen buschauffeur ruzie met een stel passagiers omdat een gordijnroe in het toilet is stuk getrokken.

Uiteindelijk laten we de personages ook weer achter in hun leven en kunnen we ons wijden aan het volgende groepsproces: bij de nazit praten over de bedoelingen van de maker.