
Hadewijch
Credits
-
LandFrankrijktaalFrans, Arabischduur105 min.
De Noord-Franse filmmaker Bruno Dumont (1958) is een filmmaker van controversiële, compromisloze en vaak weerbarstige films als La vie de Jésus, L’humanité en Flandres. Hij onderzoekt in al zijn films de 'condition humaine'; het verlangen naar geestelijke verlossing dat ook in zijn nieuwste film Hadewijch een centraal motief is.
De jonge Céline zoekt haar heil aanvankelijk in een klooster in Frans-Vlaanderen, waar ze de kloosternaam Hadewijch aanneemt; een verwijzing naar de 13e-eeuwse Vlaamse mystica. Als de moeder-overste haar ascese te dol vindt worden – Hadewijch eet nauwelijks en beschermt zich niet tegen de kou – moet ze haar noviciaat afbreken.
Terug in 'de wereld' kan Céline niet wennen aan de lege en oppervlakkige weelde die haar als ministersdochter omringt. Steevast in eenvoudige Mariablauwe kleding gehuld trekt Céline de straat op om het leven buiten het ouderlijk paleis te leren kennen. Zo komt ze in contact met Yassine en Nassir, twee broers uit de buitenwijken van Parijs. Tussen Céline en de fanatiek islamitische Nassir ontstaat een opmerkelijke en dynamische relatie op het scherpst van de snede.
Verlangen naar martelaarschap
Vasten is goed, maar martelaarschap niet, zegt moeder-overste tegen de jonge aankomende non Hadewijch (sterke rol van Julie Sokolowski) die zichzelf uithongert. De wijze vrouw ziet in het fanatisme een vorm van eigenliefde. Als Hadewijch haar waarschuwing in de wind slaat, wordt ze het klooster uitgestuurd. Ze mag terugkomen als ze levenservaring heeft opgedaan.
In Parijs ontmoet Hadewijch, die in het normale leven Céline heet en de dochter is van een minister, lefgozer Yassine (Yassine Salime). Zijn poging haar te versieren strandt op haar overtuiging dat haar lichaam Jezus toebehoort. Als ze Yassines oudere broer Nassir (Karl Sarafidis) ontmoet, ontdekt ze in hem een gelijkgestemde ziel, want deze moslimfundamentalist kent ook het verlangen naar totale opoffering. Een bezoek aan de Gazastrook geeft hen het laatste terroristische zetje.
Hadewijch, dat natuurlijk aan de middeleeuwse mystica refereert, is een echte Dumontfilm: het is geen betoog, maar biedt de kijker, in Dumonts woorden, ‘de ervaring van onopgeloste vragen’.
Dumont lijkt Hadewijchs obsessieve verlangen om op te gaan in een groter geheel te verklaren uit haar rijke, maar liefdeloze ouderlijke milieu, met een verzenuwde moeder en een kille vader. Moeilijker te begrijpen is haar snelle bekering tot politiek terrorisme. Helemaal raadselachtig is het laatste deel van de film, waarin de aardse logica er niet meer toe doet en we naar (droom?)beelden kijken.
Ze hebben als strekking dat we beter op mensen van vlees en bloed kunnen bouwen dan op ideologische en religieuze overtuigingen. Althans, dat is de lezing van ondergetekende, maar de beelden zijn multi-interpretabel. Dumont zal er tevreden over zijn, maar het open einde voelt als een anticlimax. Dat is jammer, want het fraai gefotografeerde Hadewijch is – voor het zich in nevelen hult – een intrigerend drama over het verlangen naar martelaarschap. Moeder-overste had het goed gezien.
Beoordeling: ***
