Good for Nothing

Met zijn speelfilmdebuut Good-for-Nothing verwierf Yoshida zich een belangrijke positie onder de regisseurs van de Shochiku-studio.

Credits

  • Regie
    Kiju Yoshida
    , 1960
    Land
    Japan
    taal
    Japans
    duur
    88 min.

Zijn energieke, ruwe en geëngageerde vertelling over een groepje middelbare scholieren dat zich laat meevoeren door seks- en geweldsfantasieën werd zowel gewaardeerd om het populaire taiyozoku-thema (films over opstandige Japanse jeugd) als om de nouvelle vague-invloeden. Sterke zwartwitcontrasten, een dynamische cameravoering, pakkende stilering en een grote maatschappelijke betrokkenheid zouden Yoshida's handelsmerk worden.
 

Over de regisseur
Kiju Yoshida

Kiju Yoshida geldt als een van de groten van de naoorlogse Japanse (kunstzinnige) cinema. Toch doet zijn naam bij de meeste arthouse-bezoekers geen bel rinkelen. En dat zijn echtgenote in Japan een echte filmster is, zal waarschijnlijk zelfs de meest doorgewinterde IFFR-bezoeker zijn ontgaan. Inmiddels kijken Yoshida Kiju (1933) en zijn echtgenote en muze Mariko Okada terug op een rijke carrière; met generatiegenoten als Nagisa Oshima en Masahiro Shinoda stonden de twee aan de wieg van wat wel de Japanse new wave of nouvelle vague wordt genoemd: een 'tegenbeweging' van regisseurs die de mores van de Japanse maatschappij scherp tegen het licht hield.

Vooral de botsing tussen het oude Japan en de moderne levensstijl van de naoorlogse Amerikaanse bezetters speelt een grote rol in de films van deze regisseurs, die getuige waren van grote maatschappelijke veranderingen. Yoshida werd ook wel de 'meester van het antimelodrama' genoemd: suikerzoete romantiek en odes aan de liefde ontbraken in zijn films, die vaak spits, nietsontziend commentaar bevatten op de razendsnelle ombouw van Japan naar een op Westerse leest geschoeide, hoogindustriële samenleving.

Yoshida begon zijn carrière eind jaren vijftig in de commercieel succesvolle Shochiku-studio, die zich richtte op de groeiende jongerenmarkt. Toen duidelijk werd dat de studiobazen niet erg gecharmeerd waren van Yoshida's politieke en esthetische radicalisme, stortte de filmmaker – voormalig student in de letteren met een filosofische passie voor het Franse existentialisme – zich op de onafhankelijke film. Met muze Mariko Okada, ster van de Shochiku-studio en producent van het door de critici geloofde The Affair at Akitsu (1962), maakte hij tussen 1963 en 1968 een serie 'antimelodrama's': strak gestileerde, aangrijpende psychologische fictiefilms, waarin Okada de rol speelde van de Japanse vrouw die zich van haar traditionele ketenen wil bevrijden (Flame of Feeling, A Story Written on Water). De samenwerking vond haar hoogtepunt in Eros and Massacre, een geruchtmakende verkenning van erotiek en kunst als motor van politieke rebellie, losjes gebaseerd op het levensverhaal van de Japanse anarchist Sakae Osugi.

Yoshida werkte in een moordend tempo: tussen 1960 en 1973 maakte hij zestien speelfilms. In 1986 keerde hij terug als speelfilmmaker met The Human Promise, een vrijmoedige meditatie over ouderdom en euthanasie. In de tussenliggende periode had hij tientallen documentaires gedraaid voor de Japanse televisie, vaak over beeldende kunst. Zijn recentste film, The Women in the Mirror (2003) – over de ontwrichtende gevolgen van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki –, oogstte wereldwijd lof en bracht het bijzondere oeuvre van Yoshida en Okada opnieuw onder de aandacht.