Cul-de-sac

- Info
- Over de regisseur
Credits
-
RegieRoman Polanski, 1966metDonald PleasenceFrançoise DorléacLandGroot-BrittanniëtaalEngelsduur113 min.
De wat oudere en ietwat perverse George (Donald Pleasence) is getrouwd met de jonge, sexy Teresa (Françoise Dorléac). Hun rustige leventje wordt wreed verstoord door twee gewonde gangsters die hun huis binnenvallen en hen vervolgens gijzelen. Teresa dwingt haar man om eens actie te ondernemen, maar de gangsters blijken nogal vreemde, excentrieke types waar moeilijk mee om te gaan valt.
Polanski maakt met schitterende fotografie optimaal gebruik van het uniek gelegen desolate kasteel met zijn donkere interieur, symbool voor de krochten van de menselijke ziel.
Deze met een Gouden Beer (Berlijn, 1966) bekroonde film is in Nederland niet meer verkrijgbaar; daarom importeerde Rialto deze speciaal uit Duitsland.
Roman Polanski
Roman Polanski werd in 1933 geboren in Parijs. Drie jaar later verhuisden zijn ouders terug naar hun geboorteland Polen. Toen Polen door Nazi-Duitsland werd bezet, kwamen Polanski's ouders, beiden Joods, in het concentratiekamp terecht. Zelf wist Polanski aan arrestatie te ontsnappen. Hij overleefde door rond te zwerven in bossen en op het platteland. Na het einde van de oorlog werd hij herenigd met zijn vader. Zijn moeder was in Auschwitz omgekomen.
Hoewel zijn vader hem op de technische school inschreef, had Polanski zijn zinnen gezet op een carrière in de film. Met zijn speelfilmdebuut Mes in het water (1962) werd hij gelijk genomineerd voor de Oscar voor beste buitenlandse film. Na het succes van zijn Britse films Repulsion (1965) en Cul-de-sac (1966) maakte hij met Rosemary's Baby (1968) zijn eerste Hollywoodfilm. De legendarische psychologische thriller betekende zijn definitieve doorbraak als filmmaker.
Niets leek Polanski te kunnen stoppen, maar in 1969 sloeg het noodlot toe. Zijn vrouw Sharon Tate, acht maanden zwanger, werd samen met vier anderen vermoord door leden van de sekte van Charles Manson. Polanski raakte in een depressie. Met Chinatown (1974) vierde hij zijn grote comeback, maar die was van korte duur. In 1977 werd Polanski's werk opnieuw overschaduwd door privé-problemen. Hij werd gearresteerd op verdenking van de verkrachting van een dertienjarig meisje en vluchtte naar Frankrijk.
In de jaren die volgden wisselde Polanski successen als Tess (1979) en Frantic (1988) af met flops en kleine films. The Pianist (2002), waarin Polanski zijn eigen ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog verwerkte, bevestigde definitief Polanski's status als een van de grootste Europese regisseurs. Met die film won hij een Oscar voor beste regie. In zijn afwezigheid - de Amerikaanse justitie jaagt nog altijd op Polanski - beloonde de Hollywoodgemeenschap hem met een staande ovatie.
-
The Ghost Writer 2010
-
Mes in het water 1962
-
Repulsion 1965
-
Cul-de-sac 1966
-
Chinatown 1974
-
Carnage 2011
