À Bout de souffle

  • Info
  • Over de regisseur

De eerste lange speelfilm van Jean-Luc Godard, naar een idee van François Truffaut, was het manifest van de nouvelle vague en trok meteen internationaal de aandacht, niet in het laatst door het onbevangen acteren van Jean-Paul Belmondo en Jean Seberg.

Credits

  • Regie
    Jean-Luc Godard
    , 1960
    met
    Jean-Paul Nelmondo
    Jean Seberg
    Daniel Boulanger
    Land
    Frankrijk
    taal
    Frans
    duur
    86 min.

Jean-Paul Belmondo speelt de jonge kruimeldief Michel die op Humphrey Bogart probeert te lijken. Onderweg naar Parijs steelt hij een auto en vermoordt hij een agent. Eenmaal naar de lichtstad gevlucht, krijgt hij een relatie met de Amerikaanse Patricia. Zij ontpopt zich sneller dan hem lief is in een vreselijke femme fatale. Het stel doet hele dagen niets anders dan het stelen van auto's en het bedrijven van de liefde. Ondertussen zit de politie Michel op de hielen. Hij weet dat hij dit niet eeuwig volhoudt, en hij neemt steeds meer risico's.

Alle films van Ciné Premières 2011 zijn gratis te bezoeken met de Cinevillepas.

Deze film is onderdeel van: Ciné Premières 2011

Jean-Luc Godard

Regisseur Jean-Luc Godard (1930) heeft nooit een filmopleiding genoten, maar bedacht samen met zijn collega's van filmblad Les cahiers du cinéma (Alain Resnais, Eric Rohmer en François Truffaut) manieren om het anders te doen dan 'droomfabriek' Hollywood. Godard en Co. braken met alle bestaande filmregels: er werd met een handcamera gefilmd, de acteurs spreken tegen de camera en het geluid loopt niet synchroon; alles om de kijker te laten weten dat het níet echt is wat hij ziet. En zo gaven deze Fransmannen met hun films, die onder de benaming 'Nouvelle Vague' algauw furore maakten, de wereldwijde filmindustrie een schop onder de kont. Godards À Bout de Souffle (1960) wordt wel gezien als de eerste Nouvelle Vague-film.

'De duvelstoejager van de Franse film van de jaren vijftig en zestig, de held van elke nieuwe generatie hemelbestormende doe-het-zelf-filmers, en van Quentin Tarantino in het bijzonder' (Dana Linssen, NRC Handelsblad, 2008) heeft veel filmtechnieken geïntroduceerd die nu standaard zijn geworden, zoals jump cuts, handcamerawerk, ongebruikelijke hoeken en geïmproviseerde dialogen.

Behalve vanwege die verfrissende baldadigheid, verwierf Godard een cultstatus met de onderwerpen die hij chaotisch improviserend verwerkte in zijn films, geïnspireerd door dezelfde boeken en tijdschriften als zijn publiek op dat moment las - de generatie die hij 'de kinderen van Marx en Coca-Cola' noemde. Zo kwam de oorlog in Algerije in 1960 langs in Le petit soldat, en vormden flarden uit het rode boekje van Mao de basis van La Chinoise, gemaakt in 1968. Uiteindelijk maakt het links-radicale karakter plaats voor een feministische en later cultuurkritische invalshoek. Dit bereikt zijn hoogtepunt in Godards enorme project Histoire(s) Du Cinema. 

Godard won in Europa bijna elke filmprijs die er te winnen valt. Een Oscar is het enige beeldje dat nog in zijn prijzenkast ontbreekt.