Onbeperkt naar 13 filmtheaters voor € 17,50 per maand.
Klik hier voor meer infomatie.
Binnenkort zal het mogelijk zijn om bewoner te worden van Cineville.nl, de site voor bioscoopbezoek in Amsterdam.
Kom wonen in Cineville, de stad van filmliefhebbers!
Meest bezocht op Cineville.nl
Keren Cogan Galjé (27) deed Productie en studeert af met twee films, Wes (Hollandse fictie) en Tzirk (een in Rusland geschoten documentaire). Ze vertelt over hoe haar stage in zeker zin nooit ophield. Een interview door Janna Reinsma.
Door een web van gangen in het binnenste van de filmacademie leidt Keren mij naar haar kantoor. Alle studenten die de opleiding Productie volgen, krijgen een gedeelde kantoorruimte ter beschikking. Het wemelt er van de spullen en paperassen, de muren worden gesierd door foto’s, filmposters en complexe planningen. Als ik opmerk wat een luxe het is om ‘op school’ je eigen kantoor te hebben, verzekert ze me dat je als producent echt niet zonder kan.

Na de middelbare school probeerde Keren de studie psychologie en allerlei (sales)banen en baantjes uit, totdat ze door een toenmalig vriendje op een filmset belandde. ‘Dat wil ik ook’, dacht ze, en ging prompt het hele jaar vrijwillig op (filmacademie)sets werken. Voor de aanmelding verzon ze een scenario waarin de Sopranos twee dagen naar Nederland kwamen om te draaien, waarbij ze alles op papier produceerde. Bij het aanmeldingsgesprek bestierf ze het haast van de zenuwen, maar werd toch moeiteloos aangenomen voor de opleiding Productie. Inmiddels zijn we vier jaar verder.
Hoe leg jij uit wat je opleiding inhoudt?
Als eerste zeg ik altijd: ‘De producent is de baas.’ Je kan hem of haar zien als de werkgever van een filmset. Zoals het op de academie gaat is wel anders dan de praktijk: op de academie is de hoofdproducent namelijk de school, en buiten school ben je zélf de hoofdproducent met de eindzeggenschap. Wat je wel goed leert is met de regisseur en scenarist de zogenaamde driehoek te vormen. Met zijn drieën bedenk je een idee dat je uitwerkt. Ik als producent zoek het geld bij elkaar en zorg dat iedereen die meewerkt weet wat er wanneer van hem verwacht wordt. Het plannen en regelen varieert van het domweg de goedkoopste auto zoeken tot het binnenhalen van sponsoren.

Hoe leer je dan om sponsoren binnen te halen?
Je leert het niet echt, het is een beetje een kwestie van kunnen of niet kunnen en van weten te enthousiasmeren. Bij allebei mijn films is dat heel goed gegaan.
Maar hoe doe ik dat dan, tja. Ik kijk in eerste instantie naar het scenario en welke bedrijven of fondsen dat interessant zouden kunnen vinden. Ik schrijf nooit brieven, maar ga altijd langs of bel of ik langs mag komen. Ik geloof heel erg in face-to-face-contact. Zo heb ik voor mijn films genoeg geld binnengehaald, maar ik heb ook bij veel bedrijven dingen gratis of voor weinig gekregen.
Dat vind ik het leukste gedeelte van mijn werk - naast het inhoudelijke aspect dat ik vanaf het eerste begin tot de postproductie als spiegel voor de regisseur fungeer.

Waar schuilt in jouw rol van producent dan precies de inhoudelijke of creatieve component?
Het is een ontzettend stigma van producenten, dat wij de ‘koffiejuffrouwen’ zouden zijn. Dat is ook binnen de academie zo, veel creatieven zien ons als de ‘oncreatieven’. Daar ben ik het echt niet mee eens. Ik denk dat een creatieve producent nodig is om goede films te maken. De regisseur kan het echt niet in zijn eentje, dat geloof ik gewoon niet.
Het creatieve aan mijn vak bestaat erin dat ik meedenk, op scenarioniveau, maar ook tijdens de découpage, de montage, het geluid, en dat ik zelf ook steeds ideeën voordraag aan de regisseur: wat denk je hiervan; zullen we het anders doen; waarom doe je dat zó? Daar neem ik ook heel erg de tijd voor. Ik draag bij aan het creatieve proces van mijn regisseur.
Verschilt die mate van bijdragen per producent?
Ja, ik denkt het wel. Je hebt inhoudelijke producenten die het heel belangrijk vinden om een creatieve bijdrage te leveren aan hun film. En je hebt producenten die het creatieve proces aan de regisseur of scenarist laten. Pieter van Huystee is bijvoorbeeld iemand die heel veel documentaires initieert, hij komt met een idee en zoekt een regisseur die dat uitvoert. Zoiets beoog ik later ook, maar dan om niet zozeer alleen als wel samen een idee te bedenken.
Wat voor stage heb je gedaan?
Ik heb bij Phanta Vision Film stage gelopen. De producente daar is Petra Goedings, zij gaf ook les hier in het tweede jaar. Toen ze voor het eerst les gaf, zat ik met grote ogen en open mond: ‘Dát wil ik worden!’. De stagebegeleider in het derde jaar is gelijk ook je mentor, je begeleider in de beroepspraktijk. De stage bij Petra was heel tof, ik mocht overal mee achter de schermen kijken, mee naar gesprekken met regisseurs en contractonderhandelingen. En ze liet me zien hoe ze de door haar geproduceerde films financieel heeft aangepakt. Ik heb dus heel erg veel geleerd.
En nu ga ik met haar samenwerken: ze heeft me het geweldige aanbod gedaan om onder haar een eigen bedrijf op te richten, waarbij zij senior producer is en ik junior. Dat is dus echt fantastisch.

Vanuit wie kwam dit uitstekende idee?
Zij heeft het eigenlijk helemaal aangedragen, maar ik had wel aangegeven dat ik héél graag bij haar zou willen werken. De afgelopen jaren hebben we veel contact gehouden en veel gesproken over hoe we dat zouden gaan invullen. Zij gelooft sterk in investeren in nieuw talent, en zei: ‘Ik kan je natuurlijk wel in dienst nemen, maar dan ontwikkel je je veel minder dan wanneer je een eigen bedrijf zou runnen, en dat is toch wat je wilt: producent zijn, in plaats van onder een andere producent werken’. Ik was helemaal verbaasd: wat zeg je nou allemaal?! Het was een droom die waarheid werd.
Hoe lang duurde die stage?
De stage duurde min of meer drie maanden, maar hij is eigenlijk nooit opgehouden. Ik ben de hele tijd met Petra in contact gebleven over de projecten die ik aan het doen ben en hoe ik die het beste aan kan pakken.
Ik denk ook dat het heel goed zou zijn voor de filmwereld als meer producenten dat zouden doen. Je hebt nu een soort bovenlaag van producenten die tien of twintig jaar in het vak zitten. Voor beginnende producenten is er geen plek, want je hebt én niet de knowhow én niet de financiële achterban om een film te produceren. Op deze manier samenwerkend kan ik enerzijds aan mijn eigen filmografie werken en heb ik anderzijds een senior producer boven me die kan helpen met haar contacten en haar financiën. Dat is gewoon fantastisch.

Hoe kwam je eindexamenfilm Tzirk tot stand?
Het is een documentaire over een achtjarig meisje dat in een Russisch circus als spreekstalmeester werkt. Ze is het enige kind van het hele circus en wordt op vrij pittige wijze opgevoed. De regisseuse, Nova van Dijk, heeft zelf ook ooit in een circus gewerkt, en had altijd al de wens om een film over het harde leven in het circus te maken. Mijn medeproducent Pavel Ananich komt uit Rusland. En de oorsprong van het circus ligt in Rusland. Dus we gingen naar Rusland, op zoek naar een mooi verhaal. We kwamen haar tegen en raakten op slag verliefd.
We hebben met de hele crew drie weken in caravans bij de circusartiesten gezeten. Dat was heel pittig. Sowieso, omdat Rusland een heel heftig land is. En ook omdat die mensen in het circus zo ontzettend lief voor ons waren en ons zo dichtbij hebben gelaten, dat je als filmmaker op een gegeven moment wel bij je zelf te rade gaat: ik kwam hier met het idee om ergens een film over te maken en ik zie dat het veel te kort door de bocht is, wij Nederlanders die vinden dat zij hun kinderen zo hard opvoeden. Zo is het niet - ze hebben gewoon geen andere keuze. Ze proberen hun dochter op te voeden op de manier die zij denken dat goed is, en op een gegeven moment krijg je zoveel sympathie dat je niet meer weet waar de grens ligt. Als iemand zijn kind een klap voor het gezicht geeft omdat ze harder moet werken, daar schrikken wij tegenwoordig heel erg van wij van, maar bij hun is dat best wel normaal.

Dat zijn dus momenten waarop je denkt: moeten we nu filmen, of niet?
Je filmt sowieso. (lacht)
En vervolgens denk je: wat moet ik hier van vinden, knip ik dit eruit?
Ja. Eenmaal terug in de montagekamer zijn we sterk afgegaan op gevoel – je wilt aan de ene kant wel de hardheid laten zien, maar tegelijkertijd de mensen niet afschilderen als monsters, want dat zijn ze niet. We hebben daarom geprobeerd de situatie zo neutraal mogelijk weer te geven, opdat de kijker zich een eigen mening kan vormen.
Productie
Het werk van een producent is enigszins vergelijkbaar met dat van een uitgever of museumdirecteur: het vak is zowel artistiek inhoudelijke als communicatief, zakelijk en praktisch. De producent drukt een belangrijk stempel op de film. Meer weten over Productie aan de Filmacademie? Lees hier meer.
