De vluchtelingenfilm
Je zou het bijna een subgenre kunnen noemen: de vluchtelingenfilm. En daar zou je gemakkelijk een filmfestival mee kunnen vullen, stelt presentator Dirk van der Straaten aan het begin van de Cineville Talkshow op 1 februari 2012. Dagelijks proberen talloze mensen uit de Derde Wereld in auto's, vliegtuigen, containers en notendopjes van bootjes Europa te bereiken in de hoop op een beter bestaan. Dat levert geweldige stof op voor drama: gevaren, onzekerheid, tragische afloop maar ook onverzettelijke moed en wilskracht. En eenmaal hier aangekomen is er de botsing met de bureaucratie van het vrije westen.
Over dit onderwerp hebben we door de jaren heen bijvoorbeeld Tussenland, In This World en Welcome gezien, allemaal superieure films, maar stuk voor stuk gemaakt in de overbekende sociaal-realistische stijl. Een groot verschil met Le Havre, die nieuwste film van de excentrieke Fin Aki Kaurismäki, die altijd weer een ongrijpbare combinatie van gestileerd absurdisme en aardsheid in zijn films weet te leggen.
'Laten we deze kinderen niet behandelen alsof ze zielig zijn'
Kaurismäki, die op het IFFR was om zijn film te promoten en berucht is om zijn zonderlinge opstellingen tijdens interviews, zou eigenlijk aanwezig zijn bij de Cineville Talkshow, maar het viel uiteindelijk niet met zijn schema te combineren. Wel was Martine Goeman er, juriste bij Defense For Children en naar eigen zeggen heel gemakkelijk te interviewen. Defense For Children zet zich in voor kinderrechten in alle soorten en maten in Nederland en daarbuiten. Goeman is gespecialiseerd in migratie. Ze komt op voor de rechten van kinderen uit migrantengezinnen, kinderen die hier zijn geworteld en voor een vaak vergeten groep: kinderen die geen ouders hebben om voor hen op te komen. Deze laatste groep vertegenwoordigd een derde van de minderjarige asielzoekers in Nederland.

